Maand: november 2016

Opmars van Glanzige ooievaarsbek

In de 20ste editie van de Heukels uit 1983, wordt Glanzige ooievaarsbek (Geranium lucidum) nog niet genoemd. In de 21e druk wordt de soort in kleine lettertjes afgedrukt en omschreven als “recent op enkele plaatsen opduikend in het westen van Nederland”. In de 22ste editie wordt Glanzige ooievaarsbek nu als een volwaardige soort gezien en als zeldzaam in het stedelijk gebied en de duinen omschreven. In de tot nu toe laatste editie van de Heukels uit 2005 wordt de soort ineens weer als zeer zeldzaam omschreven. Tenslotte wordt in Stadsplanten van Breda uit 2013 de soort omschreven als “neiging tot woekeren”.

Glanzige ooievaarsbek foto: Aad van Diemen
Glanzige ooievaarsbek. Foto: Aad van Diemen

Door het warmer worden van het klimaat is Glanzige ooievaarsbek inmiddels niet meer weg te denken uit het stedelijk gebied. De soort komt voor op schaduwrijke, vochtige, tamelijk voedselrijke stenige grond, onder heggen en aan de rand van plantsoenen. Dit werd in 2016 zeer goed duidelijk in de wijk Utrecht-Lunetten. Glanzige ooievaarsbek is daar inmiddels een

van de algemeenste soorten met naar schatting meer dan een half miljoen exemplaren! Bijna letterlijk zijn daar de brandgangen en plantsoenen vergeven van deze soort. Milieubewuste inwoners van Lunetten kunnen dit overigens lang niet altijd waarderen. Diverse brandgangen werden door hen ontdaan van deze soort, terwijl andere typische brandgangsoorten dan werden ontzien. Kortom, inmiddels zeker een woekerende soort, maar naar mijn mening wel een mooie….

Glanzige ooievaarsbek foto: Erik van der Hoeven
Glanzige ooievaarsbek. Foto: Erik van der Hoeven

Een straatplantje dat gemakkelijk over het hoofd gezien wordt.

In augustus 2016 leidde ik Ton Denters rond door Middelburg en ontdekten we een nieuwe soort voor Middelburg en Zeeland. Ik zou hem weggezet hebben als Straatwolfsmelk  (Euphorbia masculata) en daar zal ik niet de enige in zijn. Euphorbia serpens groeit net als Straatwolfsmelk tussen de bestrating. De plant heeft nog geen officiële Nederlandse naam een gebruikte naam is Slangenwolfsmelk. Het is een echt containeradventief. In bakken meegelift als onkruid met olijfbomen uit Spanje.

Slangenwolfsmelk
Slangenwolfsmelk

De bladeren van Euphorbia serpens zijn ongevlekt en rond, die van Straatwolfsmelk daarentegen meestal gevlekt en ovaal. Het hardste kenmerk is de beharing van de doosvrucht.  Die van Euphorbia serpens zijn kaal en die van Straatwolfsmelk zijn harig.

euphorbia serpens t
afbeelding van de vruchten. Bron: Dumortiera 97-31-10-2009

Straatwolfsmelk is al aardig ingeburgerd in Middelburg en deze look- a- like zal zeker volgen. Deze soort is gevonden op een handvol plaatsen in Nederland, maar wel van Groningen tot Zuid-Limburg, maar wordt waarschijnlijk regelmatig over het hoofd gezien. Voortaan dus de zaden bekijken!

 

 

Oost-Indische kers

Af en toe kom ik in Breda een niet bloeiende Oost-Indische kers (Tropaeolum majus) tegen langs een stoeprand of in verwaarloosd stukje openbaar groen. Maar vorige week stond er eentje in bloei in Dorst, een dorp ten oosten van Breda. Die mocht op de foto. Hoe komt zo’n plant buiten de tuin? Is hij bewust op die plaats gezaaid of heeft iemand per ongeluk een zaadje gemorst? Of zijn er soms dieren bij betrokken?

Oost-Indische kers is inheems in de Andes van Peru, Colombia, Bolivia en Ecuador. De naam is dus eigenlijk niet goed gekozen.  De familie waar deze plant toe behoort, de klimkersfamilie, is in zijn geheel inheems in het bergland van Mexico tot het Centraal-Chili en Argentinië.

De wetenschappelijke geslachtsnaam ‘Tropaeolum’ is afgeleid van het Griekse woord ‘tropaion’ wat trofee betekent. De bladeren lijken  op schilden. De Grieken namen de schilden van overwonnen vijanden mee als trofee. De soortaanduiding ‘majus’ wil zeggen ‘groot’. Er is namelijk een verwante soort die kleiner is.

Het is een populaire tuin- en plantenbakplant en de bladeren, bloemen, bloemknoppen en zaden zijn eetbaar. Het laatste deel van de Nederlandse naam  is goed gekozen: het betekent ‘eetbaar’.Op Internet kun je zelfs recepten vinden voor het maken van ‘kappertjes’ van de zaden. Echte kappertjes zijn weliswaar de ongeopende bloemknopjes van de kappertjesplant, Capparis spinosa, maar de zaden van de Oost Indische kers zijn ongeveer even groot en ook rond. Alle delen van de plant bevatten scherp smakende mosterdolie.
In het verleden viel me op dat de Oost-Indische kers er na de eerste de beste vorst uit zag als gekookte groente. Tegenwoordig zien de zaailingen er tot in de winter meestal fris en vrolijk uit. Ze profiteren wellicht van ons milder wordende klimaat.

Zeven nieuwelingen in Amsterdam met een vreemd helmkruid in de hoofdrol

Amsterdam verdient als het om stadsplanten gaat het predicaat: ‘trendwatch-city’. In de afgelopen twintig jaar konden er in Amsterdam 100 soorten worden bijgeschreven; gemiddeld vijf per jaar. Voor de recente jaren valt het aantal hoger uit; zo heeft 2016 zeven nieuwe soorten opgeleverd. Het meest aansprekend zijn: Prunella grandiflora, Cymbalaria muralis subsp. visianii, Verbascum speciosum en Scrophularia peregrina. Ze ontberen nog een Nederlandse naam, maar toepasselijk zijn: Grote brunel, Donsmuurleeuwenbek, Hongaarse toorts en Vreemd helmkruid.

Het meest bijzonder was wel de vondst van Vreemd helmkruid, met zijn fraaie, kleine, bruinrode bloemen. Dit helmkruid kwam tevoorschijn in de Amsterdamse Zeeheldenbuurt, waar een tiental planten opbloeide langs heg en in een boomspiegel. Aanvankelijk werden ze aangezien voor Knopig helmkruid, een soort die in urbaan gebied geen onbekende is. Omdat de planten anders oogde volgde er een nadere check. Op grond van de afstaande, spitse kelkbladen, die na de bloei de vruchten stervormig omkransen, werd duidelijk dat het iets speciaals betrof. Alle vier inheemse helmkruiden hebben aanliggende, afgeronde kelkbladen, die de vruchten nauw omsluiten. Uiteindelijk kwam Scrophularia peregrina uit de bus.

Vreemd helmkruid is een mediterrane plant die tot in West-Frankrijk voorkomt. De soort is te typeren als cultuurvolger; hij komt voor op verstoorde, ook stenige bodems, langs wegen, in bebouwd gebied, zelfs op muren. In Nederland is hij eenmaal eerder in 1965 in een wegrand in Leiden ontdekt.  De soortaanduiding ‘Peregrina’ betekent ‘vreemd’, vandaar Vreemd helmkruid. Er zijn diverse Engelse namen in omloop: ‘Mediterranean’, ‘Brown’ en ‘Nettle-leaved figwort’. Namen die allemaal iets vertellen over de herkomst en uiterlijk van deze soort. Als Nederlandse naam circuleerde even Netelhelmkruid, maar omdat ook onze overige helmkruiden netelachtig ogen, is die niet verkozen.

De onderste bladeren hebben een netelachtig uiterlijk.
De onderste bladeren hebben een netelachtig uiterlijk.
De bloemen van Vreemd helmkruid zijn fraai bruinrood.
De bloemen van Vreemd helmkruid zijn fraai bruinrood.

De mooiste kademuur in Haarlem

 

In Haarlem leeft een fantastisch idee: kademuren vergroenen door het aanplanten van de in de stad zeldzaam in het wild voorkomende Oosterse wingerd (Parthenocissus tricuspidata). Daar zijn uiteraard nog veel planten aan toe te voegen. Het fraaiste voorbeeld van een begroeide kademuur vormt de uit natuursteen opgetrokken zuidelijk kademuur van de Brouwersgracht. En dan het westelijke deel daarvan. Daar zijn eind vorige eeuw door een omwonende de Gele helmbloem (Pseudofumaria lutea), klokjes (Campanula) en de witte vorm van Muurleeuwenbek (Cymbalaria muralis) aangeplant. Op die bloemrijke kademuur groeien nu spontaan ook veel planten van de zeldzame, wilde en wettelijk beschermde Blaasvaren (Cystopteris fragilis). Het onderhoud bestaat uit het door een buurtbewoner verwijderen van eventuele opslag van bomen.

Een vrijwilliger heeft in 2015 in Haarlem alle kademuren geïnventariseerd op de er voorkomende muurplanten. Dat is de afgelopen jaren meermaals gebeurd. Daarom hebben we in Haarlem nu een goed beeld waar muurplanten voorkomen en wat zij nodig hebben. De gemeente gebruikt deze kennis bij de renovatie van kademuren.

Zie verder de presentatie Muurflora langs kademuren in Haarlem van Marco van Wieringen voor het symposium Bouwen voor Muurplanten.

Brouwersgracht. Foto: Marco van Wieringen.
Brouwersgracht. Foto: Marco van Wieringen.