Home » Archieven voor februari 2017

Maand: februari 2017

Winterheliotroop in Utrecht

In de loop van 2013 werd duidelijk via de oplettende medewerker op Waarneming.nl, te weten Erik Slootweg, dat we in Nederland een Hoefbladsoort rijker waren. Dit was Winterheliotroop (Petasites pyrenaicum).

In het milde klimaat van Zeeland met name in de omgeving van Middelburg bleek deze licht vorstgevoelige soort op diverse plaatsen jarenlang onopgemerkt te groeien. Dit was goed te zien aan de vele exemplaren op diverse groeiplaatsen. Bij het nagaan van foto’s bleek in Amstelveen, in een van de parken aldaar de soort ook voor komen. Aangeplant weliswaar.

Niks bijzonders zou men denken, ware het niet dat in het voorjaar van 2016 in Utrecht-Lunetten nog een tamelijk grote groeiplaats werd ontdekt. Winterheliotroop werd langs een vrij schaduwrijke, wat voedselrijke zoom ontdekt. De soort staat hier bijna vlakdekkend over een lengte van zo’n 10 meter. Het naastgelegen voetpad is een populaire hondenuitlaatroute. In deze berm komen diverse stinzenplanten voor, alsmede populaire soorten die via tuinafval de bermen koloniseren. Navraag bij omwonenden leverde in eerste instantie geen aanknopingspunten op voor gerichte recente aanplant. Ook in de tuinen van deze omwonenden bleek de soort niet voor te komen.

Winterheliotroop met kenmerkend blad

Alleen het karakteristieke blad  werd in 2016 nog maar op de foto gezet. Omwonenden verklaarden echter wel dat ze bloeiwijzen hadden gezien die zeer gelijkend waren aan Winterheliotroop. Begin januari 2017 is de groeiplaats nogmaals bezocht. En dit leverde zekerheid op. Een 15-tal bloeiende exemplaren en verdere informatie omtrent de groeiplaats.

Winterheliotroop: knoppen en blad

Ook nu weer voorzag een omwonende, een andere dan een jaar terug,  mij van wezenlijke informatie. De soort komt hier in ieder geval al sinds 2010 voor. Van aanplant was toen geen sprake. Hij heeft de groeiplaats rond die tijd wel volledig omgespit om de brandnetels en bramen die er toen stonden proberen kwijt te raken. De omwonende heeft connecties met Zeeland, maar niet met Middelburg en omgeving.

Winterheliotroop komt voor met zeker 60 exemplaren. De soort is hier zeker volledig ingeburgerd. Men kan dus rustig stellen dat Winterheliotroop niet meer een louter Zeeuwse soort is. Leuk!

Aaibaar en vluchtig Baardgras

In 2010 vond ik een paar polletjes van een heel aaibaar grasje aan de rand van een braakliggend terreintje in mijn buurt. Het bleek iets te zijn waar ik nog nooit van had gehoord: Baardgras (Polypogon monspeliensis). Het is een eenjarige pionierplant uit Azië en het mediterrane gebied, die zich over de wereld heeft verspreid door zijn zaden mee te laten reizen met wol en graan. Tot 1990 waren er in Nederland slechts enkele waarnemingen van Baardgras, vaak gekoppeld aan vuilnisbelten. In de laatste Heukels staat hij dan ook te boek als ‘zeer zeldzaam’. De afgelopen jaren wordt Baardgras wat vaker gevonden, vooral langs de kust en in de steden. En wat betreft de steden, in het bijzonder in Rotterdam en omgeving.

Baardgras – Polypogon monspeliensis

Na die eerste waarneming kwam ik hem twee jaar later (2012) tegen op een woningbouwterrein in Spijkenisse en in 2014 in de duinen bij Ouddorp. Ik keek wel af en toe of ik hem op mijn eerste vindplek terug kon vinden, maar zoals dat gaat met eenjarige pioniers: als het terrein dichtgroeit en er niet wordt gerommeld kunnen ze niet meer kiemen en verdwijnen ze. Dus na drie jaar ik rekende er niet meer op om hem daar nog terug te zien. Groot was dan ook mijn verrassing toen in 2015 plotseling een prachtig rijtje Baardgraspollen opdook nadat ze de stoep naast het braakliggende terreintje opnieuw betegelden. Of dit Baardgras is meegekomen met vers zand of dat er nog zaad in de bodem zat dat door de graafwerkzaamheden kiemkansen zag weet ik niet. In 2016 heb ik gekeken of hij zich deze keer misschien wel handhaafde, maar nee, niets meer te vinden.

Mijn floracursisten in 2015 heb ik in ieder geval een heel aaibaar grasje kunnen aanbieden om te determineren.

Baardgras – Polypogon monspeliensis (in Spijkenisse)

Geen geld maar wel Liggende ganzerik

Sommige mensen hebben liggende gelden en zijn waarschijnlijk slapend rijk geworden. Ik heb ze niet en moet het doen met liggende planten. Gelukkig zijn dat er heel wat. Bijvoorbeeld Liggende asperge, Liggend walstro, Liggende ereprijs en Liggende vetmuur. Zelf ben ik de laatste tijd de Liggende ganzerik (Potentilla supina) in Rijswijk (ZH) en Den Haag tegengekomen. Dit is een plant uit zuidelijkere streken in Europa en wordt in Nederland met name rond de grote rivieren aangetroffen en staat als “vrij zeldzaam” maar “niet bedreigd” op de rode lijst. Het is een pionier die graag groeit op wat vochtige grond. In de stad vinden we dit soort grond meestal op braakliggende terreinen en daar is het ook dat ik deze plant tegenkwam.

Als je op zoek gaat naar deze plant kan hij in niet-bloeiende toestand verward worden met de Reigersbek (Erodium cicutarium) . Dat gebeurt zelfs de beste floristen wel eens dus daar hoef je je niet voor te schamen.

Ook zou je hem kunnen verwarren met de Zilverschoon (Potentilla anserina) maar die heeft blaadjes met een zilverwitte onderkant.

Links de Reigersbek, rechts de Liggende ganzerik (foto: PeterHegi)

Als je wat eerder in het seizoen bent vind je de bloemen of vruchten en wordt het makkelijker om hem te determineren.

De uitgebloeide bloemen met vruchten van de Liggende ganzerik (foto: Peter Hegi)

Op dit moment geldt Liggende ganzerik niet direct als stadsplant . Groeien op braakliggende terreinen is nooit goed voor je continuïteit en het is de vraag dan ook of Liggende ganzerik de stad zal koloniseren. Van mij mag hij en de laatste waarnemingen op Waarneming.nl stemmen tot een zeer licht optimisme wat dat betreft. In Antwerpen werd hij al op een parkeerterrein tussen de stenen gevonden.  De klimaatverandering zal zeker daarbij een handje helpen. Daarom zou ik tegen hem willen zeggen: neem je stengels op en wandel de stad binnen, er is nog wel ruimte genoeg om ergens te liggen.

Grijze mosterd. Kijken wel maar eten niet.

Het is al weer bijna 10 jaar geleden dat ik Abraham gezien heb. In die tijd was ik nog niet zo bezig met planten anders had ik hem zeker gevraagd waar hij de Grijze mosterd (Hirschfeldia incana) vandaan haalde. Deze plant maakt deel uit van de Kruisbloemenfamilie. Binnen die familie zijn meer soorten mosterd bekend, zoals Zwarte en Witte mosterd. Anders dan de Nederlandse naam doet vermoeden is de Grijze mosterd geen directe verwant van deze soorten . Hij valt onder het geslacht Hirschfeldia. Eigenlijk is hij maar een eenzame plant want dit geslacht bevat in Nederland maar één plant, de Grijze mosterd dus. Voor een leek komt dat vreemd over, zeker gezien het feit dat de Mosterdplanten veel op elkaar lijken. De Grijze mosterd heeft zijn naam te danken aan Christian Cay Lorenz Hirschfeld (1742 – 1792), een Duitse botanicus.

Als je de Grijze mosterd wil herkennen kan je het beste wachten tot hij vruchten heeft, iets wat bij veel Kruisbloemen handig is. De vrucht van de Grijze mosterd ligt tegen de stengel aan, net zoals bij de Zwarte mosterd. Opvallend bij de Grijze mosterd is de insnoering boven in de vrucht (zie foto).

De vruchten.

Daarnaast valt de Grijze mosterd op door zijn grijsgroene bladeren, met name onder aan de plant, veroorzaakt door grijze beharing.

Het blad

Als je de Grijze mosterd hebt gevonden en wilt melden bij Waarneming.nl dan krijg je de boodschap dat het hier om een zeldzame plant gaat. Als je echter de plant opzoekt bij de verspreidingsatlas dan zie je dat hij als een algemene soort wordt aangemerkt. Een blik op het kaartje laat zien dat de Grijze mosterd in sommige delen van het land nog niet veel voorkomt terwijl hij in de steden in het Westen van Nederland bepaald niet zeldzaam is. Zelf vind ik de Grijze mosterd vooral langs bouwterreinen en op braakliggende landjes. En aangezien deze door de stedelijke verdichting steeds meer worden volgebouwd ben ik benieuwd of dat gevolgen heeft voor de Grijze mosterd. De tijd zal het leren.

Tenslotte is er de vraag: kan je mosterd maken van het zaad van de Grijze mosterd? Dat schijn te kunnen maar het geeft mosterd van een matige kwaliteit. Voor mosterd ga ik maar gewoon naar de winkel.

In sneltreinvaart het land uit

Het is al weer even geleden, maar afgelopen jaar in augustus fietste ik langs het spoor in Nijmegen toen mij een bleekgele waas opviel langs het spoor. Ik snelde de weg over om door de gaten van de spoorwegomheining een niet al te scherpe foto te maken. Thuis bleek mijn vermoeden te kloppen, het was een kleine populatie (10 exemplaren) van bleekgele hennepnetel (Galeopsis segetum)! Deze soort is al vaker langs het spoor gevonden, maar nog niet eerder in Nijmegen zelf. Ondanks dat bleekgele hennepnetel relatief weinig kleur heeft, is ze mijns inziens een van de mooiste soorten uit het geslacht. De soort dankt haar naam aan de bleekgele vlek op de onderlip van de grote, witte lipbloemen.


Niet alleen is het een nieuwe stadssoort voor Nijmegen, maar bleekgele hennepnetel is een zeer zeldzame soort in Nederland, een soort die in sneltreinvaart lijkt te verdwijnen uit Nederland. De trend volgens verspreidingsatlas is “zeer sterk achteruit gegaan”, waarbij de soort 75 tot 100% in verspreidingsgebied heeft verloren. Het is van nature een akkerplant, maar door de intensieve landbouw kan de soort niet langer op onze moderne akkers gedijen. Er wordt te diep geploegd, waardoor de zaden niet langer kunnen ontkiemen. Verder wordt er te veel mest en gifstoffen gebruikt en de akkers worden gebruikt voor gewassen als metershoog mais in plaats van lage wintergranen.

De soort gaat nog steeds sterk achteruit, maar wordt gelukkig nog met enige regelmaat op stenige, ruderale en verstoorde terreinen gevonden, zoals langs spoorwegen. Hopelijk besluit de soort de stoptrein te nemen in plaats van de sneltrein, zodat we nog zo lang mogelijk van de soort kunnen genieten.