Home » Archieven voor juli 2017

Maand: juli 2017

Het verlangen naar een Varkenskers

Veel floristen kennen het. Een lijstje met planten die je graag eens zou willen zien. Vaak staan daar bijzondere soorten op die op een enkel plekje in ons land groeien. Op mijn lijstje staat vooral de Grove varkenskers.

In Nederland kennen we twee soorten Varkenskers, de Grove (Coronopus squamatus) en de Kleine (Coronopus didymus). Die Kleine zie je overal. De lijst van groeiplaatsen op Verspreidingsatlas.nl is dan ook lang. Je kan hem bijna overal tegenkomen. Alleen op de Waddeneilanden, in het Noordoosten en in de IJsselmeerpolders komt hij wat minder vaak voor.
De plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en is hier goed ingeburgerd. Het is ook een tredplant, dat wil zeggen, hij vindt het heerlijk als u over hem heen loopt.

Kenmerkend voor de Kleine varkenskers is zijn onaangename geur. Als ik een varkenskersachtige plant zie, dan pluk ik er een stukje af en reuk er altijd even aan om hem vervolgens ontmoedigd weg te gooien. Ik wil de Kleine niet, ik wil de Grove varkenskers zien.

De Grove varkenskers komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en is ook een algemene soort. Volgens Verspreidingsatlas.nl moet hij ook bij mij in de omgeving, Den Haag en Rijswijk,  voorkomen. Maar nee hoor, ik heb hem nog nooit gezien en op Waarneming.nl wordt hij hier bijna nooit gemeld. De Grove varkenskers is dus helemaal niet zo algemeen als verondersteld wordt. Ik roep dan ook alle Hagenaars en Rijswijkers op om op zoek te gaan naar de Grove varkenskers. Als je hem vindt, meldt hem dan op Waarneming.nl. Geef vooral duidelijk aan waar je hem vond, dan kan ik hem ook gaan bezoeken.

De vruchten van de Kleine varkenskers

Hoe onderscheiden zich deze twee Varkenskersen? Dat gaat het beste als ze bloeien of vruchten hebben. De bloemstelen van de Kleine zijn langer dan de bloemen, van de Grove korter. De vruchten van de Kleine zijn bijna glad, van de Grove zeer ruw. Ik kan de Grove varkenskers hier echter niet laten zien, ik heb er nog steeds geen foto van kunnen nemen!

De bloemen.

Met de mantel der …

Het spreekwoord kent u waarschijnlijk allemaal wel. Er is ook een groep planten met mantel in de naam, de mantelanjers. Niet dat er veel te bedekken valt door deze mantels: ze zijn nogal ijl.

Het muurtje, daar is ie weer, zoek maar op ‘muur’ op deze blog, waarop het onderwerp staat, bestaat uit basaltblokken.  Dat is ook te zien aan de korstmossen. Deze  blokken vormen een afscheiding tussen twee delen van een wijkje die op verschillende niveaus liggen. In eerste instantie herkende ik niet direct wat ik zag.  Ok, anjer, dat was vrij snel. En toen …. vaag kwam er wat boven van een van de bergwandelingen die ik had gedaan. Zwitserse flora erbij, en ja hebbes, Petrorhagia saxifraga (Steinbrech-Felsennelke) vertelde mij de flora. In het Nederlands de Kleine mantelanjer.

Kleine mantelanjer tussen basaltblokken

Ze zijn in Nederland niet algemeen, buiten de tuincentra om, schijnbaar.
Van een afstandje valt vooral de sprieterige habitus op. De lichtroze bloempjes zag ik eigenlijk pas toen ik wat dichterbij kwam.
In de directe nabijheid (< 5 meter) geen tuinen, wel twee straten die via een trottoir gescheiden zijn van het muurtje/taludje van basaltblokken. De begroeiing van het muurtje is nogal mager, naast wat Uitstaand vetmuur, Kruipertje vooral veel korstmossen en bladmossen.  Helaas de soorten zijn me onbekend, en dan deze mantelanjer. Een leuke aanwinst voor Deventer en wederom de bevestiging dat het loont om die muurtjes en taludjes toch vooral niet links te laten liggen.

Kleine mantelanjer met sprieterige habitus

Tuinvlieder

Iedereen heeft dat wel eens, je ziet wat nieuws: een anders vormgegeven huisnummer, een designvaas, een vreemde plant, en de volgende dag ziet je het ding overal. Zo ook met de voorjaarsganzerik die we met de plantenwerkgroep in een straat in Ulvenhout vonden. Nieuw voor Breda!  De volgende dag vond ik in het naastgelegen Bavel een hele stoep vol met voorjaarsganzerik (Potentilla tabernaemontani). Ook daar blijkt het een tuinvlieder, want volop aanwezig in de tuin ernaast. Overigens gedraagt de plant zich als een echte stadsplant, want wurmt zich tussen voeg van tegels en stoepband, zoals op de foto te zien valt.

Voorjaarsganzerik wurmt zich tussen voegen

Voorjaarsganzerik is geen algemene plant in Nederland. Hij komt voor in de duinen, langs de rivieren en in Zuid-Limburg.

De geslachtsnaam ‘Potenttilla’ betekent ‘krachtig’ vanwege de medicinale werking.  De soortaanduiding ‘tabernaemontani’ is de, waarschijnlijk half foutief, gelatiniseerde naam van de Duitse kruidendokter en arts Jakob Theodor von Bergzaben (1522?-1590). De Nederlandse naam ‘ganzerik’ slaat op het feit de plant voer voor ganzen was.

Voorjaarsganzerik als echte stadsplant

Kosmopolitische kogels

Kosmopolitische kogels

Voor mensen die van verre reizen houden is het zoeken naar stadsplanten een welkome hobby. Vaak beland je, al of niet gepland, in een stedelijke omgeving. Op busstations, treinstations en vliegvelden is genoeg te vinden. Maar ook lopend op weg van je hotel naar een museum, naar een restaurant of naar een stadion gaat er een hele nieuwe plantenwereld voor je open. Een voordeel voor stadsplanten in de Derde Wereld is dat de steden vaak minder goed onderhouden worden. De planten op naam brengen is niet altijd mogelijk. Flora’s ontbreken vaak. Het is daarom wel fijn dat er kosmopolieten zijn. Die maken dat je je toch niet helemaal verloren voelt. Bekende voorbeelden zijn fijnstralen, amarant-soorten, knopkruid (kaal en behaard), straatgras, enz.

Een goed herkenbare is de kogelduizendknoop (Persicaria capitata). De elliptisch tot eironde bladeren hebben een opvallende donkere V-vormige vlek.  In Nederland is deze uit Centraal- en Zuidoost-Azië afkomstige plant vooral in de randstad aangetroffen. Drie jaar geleden ontdekten we in Breda de eerste kogelduizendknoop. Als de plant eenmaal op je netvlies zit dan begint hij op allerlei plaatsen op te vallen. In Antwerpen en in Lissabon kwam ik hem ook tegen. En toen ook verder van huis: Bogota (Colombia) en Fianarantsoa (Madagaskar).

kogelduizendknoop in Fianarantsoa

Kogelduizendknoop wordt veel verkocht als tuinplant en als bewoner van ‘hanging baskets’. Vanuit tuinen en plantenbakken gaat hij de straat op door zaden uit te strooien en door het maken van uitlopers. Tussen de stenen voelt hij zich prima thuis.

Intussen wordt dit mooie plantje op de meest uiteenlopende plekken op onze aardbol aangetroffen: België, Groot-Brittannië, Australië, Nieuw-Zeeland, La Réunion, Nieuw Caledonië, Zuid-Afrika, Zimbabwe, Verenigde Staten, El Salvador, Costa Rica, Argentina, Brazilië, Hawaï en Japan.

kogelduizendknoop in Antwerpen

‘Persicaria’ wil zeggen dat de bladeren de vorm hebben van het blad van een perzik en ‘capitata’ betekent ‘vorm van een hoofd’. Dat laatste slaat op de vorm van de bloeiwijze.

In China schijnt de plant gebruikt te worden om problemen met de urinewegen op te lossen.

Er is een verwante soort, Persicaria nepalensis, die hetzelfde gedrag begint te vertonen. Bij onze zuiderburen worden in het plaatsje Averbode pogingen gedaan om deze soort binnen de perken te houden. Zie: http://alienplantsbelgium.be/content/persicaria-nepalensis.

kogelduizendknoop in Lissabon
kogelduizendknoop in Bogota

Zilverschildzaad – een verwilderde tuinplant in de voegen van trottoirbanden

Soms gebeurt het. Je parkeert je auto langs de stoep in een voor jou vreemde straat. Je stapt uit en direct valt je oog op een aantrekkelijk, maar voor jou volslagen onbekend plantje. Een trosje helder witte bloempjes, lancetvormige bladeren en niet hoger dan 30 cm. Naar links en naar rechts kijkend blijken er veel meer plantjes in de goot te staan. Ze staan allemaal in de naad waar de stoeprand aansluit op de goot. Omdat er meer dan voldoende planten aanwezig zijn neem je een exemplaar voor determinatie mee naar huis.
Het was gelijk al duidelijk dat het om een kruisbloemige ging. Vier kelkbladen, vier witte kroonbladen, zes meeldraden. Keurig netje de sleutels van de kruisbloemige volgend kom ik uit bij Lepelblad. Maar dat is het niet. Die plant ken ik goed. De oplossing komt van Arie van den Bremer die de plant herkent als Zilverschildzaad. Dan blijkt ook waar ik, in het volgen van de sleutels, de verkeerde afslag heb genomen. Bij punt 31 van de sleutel is de eerste keus: Plant kaal of met enkelvoudige haren. De tweede keus is: stengel en bladeren met sterharen en onvertakte haren of met twee-takkige, sterk aangedrukte haren.Nu ik de naam van de plant kende en wist waar ik naar moest kijken werd het onder de bino snel duidelijk. De twee-takkige haren waren door mij aangezien voor onvertakte haren.

De vruchten van zilverschildzaad zijn bolvormig.

Volgens de Flora van Nederland, deel 2, van Heukels uit 1909 hoort de plant thuis op rotsachtige en zanderige plaatsen aan de kusten van het Middellandse Zeegebied. Volgens dezelfde publicatie is de plant indertijd aangevoerd bij de vestingwerken van Muiden, Rotterdam, Apeldoorn, Zuilen bij Utrecht, in de duinen van Domburg en in Amsterdam. In latere decennia is de plant een geliefde tuinplant geworden. Zilverschildzaad verwildert makkelijk en wordt tegenwoordig vaker aangetroffen als stadsplant. Gezien de voorkeur van de plant voor een stenige, zanderige omgeving is de vindplaats in de voeg tussen trottoirband en bestrating niet vreemd.

De planten werden gevonden in de voeg tussen de trottoirbanden en de bestrating

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.

Het mediterrane geluk

Elke stadswandeling verbaas ik me weer. Onze stedelijke flora is in korte tijd mediterraan herschapen. Twintig jaar geleden leerde ik allerlei vreemde stadsgasten in Zuid-Europese steden kennen, nu hoef ik daarvoor niet meer op vakantie. Nieuwe soorten in urbaan gebied zijn nu schering en inslag: de stad is het voorportaal van veel nieuwelingen. De toestroom hangt samen met de veelbesproken mondiale klimaatopwarming. Temperaturen lopen in steden hoger op dan daarbuiten en bieden zuidelijke soorten extra comfort. Alle veranderingen drukken ook een stevige stempel op de stedelijke plantengemeenschappen, die zich hervormen.

Tuingang-gemeenschap

Zo is op beschaduwde, vochtige, stenige plekken een eigentijds plantengezelschap ontstaan met Slaapkamergeluk en Schijnpapaver; een voor Nederland nieuwe straatgemeenschap. Het is nog wachten op een formele status. Daarvoor is een officiële vegetatiekundige beschrijving nodig; die is in de maak! De aftrap is onlangs gedaan, de eerste vegetatieopnames staan op papier. In de notities ligt nu vast met welke soorten dit duo voorkomt en in welke mate. In zocht de soorten op in hofjes, tuingangen en steegjes in steeds weer andere steden.

Schijnpapaver in brandgang

Slaapkamergeluk trof ik overvloedig. Dit ‘geluk’ heeft van oorsprong een regionale verspreiding beperkt tot de Balearen, Corsica en Sardinië (endemisch). Van nature bewoont het plantje rotsige, vochtige, beschutte plaatsen en dat is precies het milieu waarin het bij ons nu inburgert. In Nederland heeft slaapkamergeluk in 1995 op straat zijn intrede gedaan. Daarvoor huisde het binnenkamers, maar wie kent het nog als kamerplant? De soort hoort tot de familie van de brandnetels, maar doet daar in de verste verte niet aan denken. Het blijft ’s winters groen, maar is niet bestand tegen strenge vorst. Eenmaal gevestigd, zeker op beschutte plekken, is het moeilijk in bedwang te houden. Ieder afgebroken stukje van de draaddunne stengels is weer in staat om opnieuw uit te groeien. Slaapkamergeluk kan vanaf mei tot in augustus rijkelijk witroze bloeien. De soort is eenhuizig, draagt zowel vrouwelijk en mannelijke bloemen, die niets voortbrengen. Maar dat staat het geluk niet in de weg. In ons land plant het zich uitstekend vegetatief voort.

Slaapkamergeluk voelt zich thuis in schaduw