Home » Archieven voor september 2017

Maand: september 2017

De voegenvuller van Vlissingen.

Sommige planten zijn echte voegenvullers. Soorten die in de voegen groeien en niet of nauwelijks hoger gaan dan de straatstenen waardoor ze onopvallend blijven. Kransmuur, Liggende vetmuur, Mosbloempje, Muurpeper, Slaapkamergeluk, Straatwalstro en Straatwolfsmelk zijn aardige voegenvullers.

Onopvallend kunnen ze voortbestaan, onzichtbaar voor de meeste voorbijgangers.
Dé voegenvuller van Vlissingen is ongetwijfeld Kransmuur. Straten vol! Gemeentelijke veegwagens zullen hier onbedoeld een bijdrage aan hebben geleverd. Ze vegen de zaden door de hele stad waardoor het zeldzame plantje inmiddels door heel Vlissingen is verspreid.


Kransmuur is een klein eenjarig mediterraan plantje dat zich met succes heeft verspreid over vrijwel de hele wereld. In Nederland wordt de soort sinds de jaren negentig van de vorige eeuw aangetroffen en heeft zich inmiddels met succes gevestigd in grote delen van Nederland, met name in het westen. In Zeeland is de soort voor het eerst waargenomen in 2008 zowel in Middelburg als in Vlissingen, maar is zich duidelijk aan het uitbreiden naar andere steden en dorpen. Daarnaast wordt Kransmuur wel gevonden op campings.
Kransmuur is vrijwel beperkt tot stedelijk gebied, waar ze groeit tussen straatstenen, aan de voet van muren en op ruderale plaatsen. De plant kan goed tegen betreding maar blijft dan zeer klein. Het uiterlijk in een onbetreden situatie is totaal anders: een compact, tot 10 cm hoog, bolvormig plantje.

 

 

bron: Meininger P.L. (red.). 2018. Flora Zeelandica. Verspreiding van planten in het Zeeuwse landschap in heden en verleden. Floron, Nijmegen.

 

Grijs en geurig

Veel stadsplanten beginnen hun loopbaan in tuinen. Zo ook grijs kattenkruid dat we in Breda nogal eens tegenkomen op straat. Het is niet verwonderlijk dat het vaak wordt aangeplant, want het een makkelijke plant, ziet er decoratief uit met zijn grijze blad en ruikt lekker bovendien.

Grijs kattenkruid kan sterk woekeren

Grijs kattenkruid (Nepeta x faassenii) is een kruising van twee Kaukasische soorten kattenkruid.  Dit kunstje is in 1853 uitgehaald door de Brabantse kweker Faassen, wiens naam dan ook terecht verbonden is aan de soortaanduiding van de plant. De geslachtsnaam ‘Nepeta’ komt van de streek ‘Nepete’ in Etrurië, waar een kattenkruid veel zou voorkomen.

De Nederlandse naam ‘kattenkruid’ slaat op het gegeven dat katers door de lucht worden aangetrokken. Iets dat in vele landen is opgevallen, want ook daar keert in de naamgeving de kat steeds terug.

Van dichtbij blijkt grijs kattenkruid heel mooie, fijn getekende honingmerken in de bloemen te hebben. De plant is met een opmars bezig in Nederland en komt in het Zuiden en Westen regelmatig voor. In het Oosten van Nederland komt hij verspreid voor en hij ontbreekt nagenoeg in het Noorden. Het is een goede bijenplant.

Grijs kattenkruid ruikt sterk

Bleekgele droogbloem

Toen ik de Bleekgele droogbloem leerde kennen vond ik de naam zo apart, dat ik hem nooit meer vergeten ben. Waren alle namen maar zo duidelijk! Ik denk dat ik het ook eigenlijk een vreemde naam vond, zelden wordt een plant zo precies beschreven met zijn naam. Hij is bleek, heeft een ietsepietsie geel, en hij schijnt leuk te zijn als droogbloem.
De wetenschappelijke naam is Gnaphalium luteo-album. ‘Gnaphalium’ komt uit het Grieks en betekent: gekaarde wol. Dit duidt het uiterlijk van de plant wel enigszins aan, hoewel gevilte wol dan beter in de buurt komt. ‘Luteo-album’ betekent letterlijk ‘geel-wit’. 

de bloemtrosjes van Bleekgele droogbloem

De plant doet een beetje ielig aan, omdat de stengels niet vertakt zijn en maar kleine blaadjes hebben. De hele plant is witviltig behaard, en zelfs een nieuw rozetje valt daarom al meteen op.
Aan de top van de stengeltjes bevinden zich kluwentjes van bloemhoofdjes. Deze hebben alleen buisbloemen, die iets roodachtig zijn.

Bleekgele droogbloem houdt van zandige, stenige grond op een zonnig plekje. Vroeger zocht hij daarvoor de duinen op, en zandgebieden in het binnenland. Sinds een jaar of veertig heeft hij de stad ontdekt als nieuw biotoop. Hij doet het goed in de bestrating. Ik kan me zo voorstellen dat met de nog immer toenemende verharding van de steden, de plant zich nog verder uit zal breiden.

de buisbloemen zijn iets roodachtig

Zoetermeer volgt het landelijke beeld wat deze plant betreft. In de jaren ’80 was het een zeldzaamheid, daarna een gigantische opmars en tegenwoordig komt hij redelijk algemeen voor. In de helft van de kilometerhokken van Zoetermeer is de plant al aangetroffen. Wij vinden hem vaak op parkeerterreinen en soms op de stoep of in de goot.

Vreemd genoeg zien wij de Moerasdroogbloem in Zoetermeer tegenwoordig veel minder vaak. Hoe zou dat in andere steden zijn?

 

 

Zure klavertjes

Klaverzuring is er in het wit en komt wild in vochtige bossen voor. Je hebt er ook geelbloeiende van en die groeien inmiddels zo’n beetje overal. De kleine kruipende geelbloeiende klaverzuring is Gehoornde klaverzuring en zelfs daarvan zijn er twee types. De meest bekende is het type met donker, roodachtig blad. De wetenschappelijke naam daarvan luidt Oxalis corniculata var. atropurpurea.

Veel tuinliefhebbers zullen Gehoornde klaverzuring kennen en allicht ook verfoeien. Het is praktisch onuitroeibaar. Je krijgt het kleine plantje nauwelijks uitgetrokken en als je even niet oplet springen de zaadjes van het plantje in het rond. Klaverzuring heeft een zelfde mechanisme in de vruchten als springzaad. Een lichte aanraking en de rijpe zaadjes worden weggeslingerd. In open grond en tussen de straattegels kunnen deze klaverzurinkjes vervolgens uitgebreide tapijten vormen. De kruipende plantjes lopen ook op elk knoopje uit, ook al ontdoe je het van alle blaadjes en bijna alle worteltjes. Je zou er verzuurd van kunnen worden!

Gehoornde klaverzuring ,hier de variatie corniculata, is een kruipend plantje met vaak geknikte vruchtstelen

Het tweede type van Gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata var. corniculata) heeft gewoon groen blad. Het is dan wat moeilijker te onderscheiden van de meestal rechtopstaand groeiende Stijve klaverzuring, maar je kun er wat zekerder van worden door te kijken naar de aanwezigheid van vliezige steunblaadjes. Bij Stijve klaverzuring ontbreken die. Ook zitten er bij Gehoornde klaverzuring vaak knikken in de vruchtstelen, bij Stijve staan de vruchtstelen rechtop.

Er is ook een ,behalve de kleur van het blad, ander opvallend en mooi onderscheid tussen de twee typen van Gehoornde klaverzuring. Het type met de donkere, roodachtige blaadjes heeft in de bloem een mooi oranje-rood bandje. Dat ontbreekt bij het groene type.

Bij de variatie atropurpurea zit er een oranje-rood bandje in de bloem

Geïntrigeerd door deze verschillen zijn beide typen genetisch onderzocht en is het goed mogelijk dat we binnenkort van twee aparte soorten kunnen spreken. Behalve de plant willen bestrijden is de inspanning die je kunt doen om te weten welk type er in je tuin, straat, dorp, stad staat ook een genoeglijke bezigheid. En vind je beide types ? Mogelijk wordt je waarneming van een daarvan later nog eens beloond met een gratis extra soort!