Home » De Ruige fijnstraal komt er aan!

De Ruige fijnstraal komt er aan!

Ruige fijnstraal, Petroleumhaven Den Haag

In dit blog schreef Joop de Wilde onlangs een informatief verhaal over de Fijnstralen en dan met name de Hoge fijnstraal. Voor algemene informatie over de Fijnstralen verwijs ik dan ook naar zijn artikel.
In Nederland groeien vier soorten Fijnstraal van het geslacht Conyza: de Canadese, de Hoge, de Gevlamde en de Ruige fijnstraal. De eerste drie komen veel voor in Den Haag en omstreken. In iedere straat zijn ze wel te vinden. Alleen de Ruige fijnstraal (Conyza bilbaoana) komt nog maar op beperkte schaal voor. Ook in Nederland als geheel wordt hij als zeldzaam beschouwd (https://www.verspreidingsatlas.nl/5395).

De eerste Ruige fijnstraal werd gemeld door Remko Andeweg, nota bene van het bureau Stadsnatuur van Rotterdam. Hij vond de fijnstraal langs het Hertenkamp bij de Koekamp in Den Haag. Vanaf die tijd ben ik op zoek gegaan naar Ruige fijnstralen in Den Haag. Gelukkig duurde het niet lang alvorens ik de Ruige fijnstraal vond op een andere plek in Den Haag: de Petroleumhaven. Daarna werd de plant ook nog op een enkele andere plek gevonden in Den Haag en groot was mijn blijdschap toen ik dit jaar de Ruige fijnstraal vlak bij mijn woning in Rijswijk vond.

De hoofdjes met de donkerbruine omwindselbladen.

Waar herken je de Ruige fijnstraal nu aan? Eén van de meest onderscheidende kenmerken zijn de donkerbruine, teruggeslagen omwindselbladen. De plant valt dus het meeste op als hij min of meer uitgebloeid is. Maar er zijn meer kenmerken: de hoofdjes zijn klein en kaal of schaars behaard, de stengel is “rommelig behaard”. De Hoge fijnstraal is bijvoorbeeld heel dicht behaard.

De beharing van de stengel.

De  buisbloemen hebben vijf lobben. Dit laatste kenmerk, wat hem onderscheidt van de Canadese fijnstraal, is lastig op de foto te krijgen omdat de buisbloemen heel klein zijn.

Vijf lobben van de buisbloem (moeilijk te zien).

Wat mij verder opvalt is dat de rozetbladeren én de onderste stengelbladeren  vaak “vingers” hebben (veerlobbig of veerspletig). Ik ben er nog niet uit of dat een exclusief kenmerk van de Ruige fijnstraal is, ook rozetbladeren van de Hoge fijnstraal gaat soms die richting op.

De bladeren.

De vraag is nu wat de Ruige fijnstraal gaat doen. Ik heb het vermoeden dat de Ruige fijnstraal bezig is aan een flinke opmars maar dat kan ik nog niet hardmaken. Wat lastig is dat de Ruige fijnstraal pas laat bloeit en veel gemeentes aan het eind van de herfst de stad “winterklaar” gaan maken door nog één keer al het onkruid te verwijderen. Zo ben ik al verschillende mogelijke Ruige fijnstralen verloren. Komende tijd zal ik nog regelmatig door Den Haag en Rijswijk fietsen op zoek naar de Ruige fijnstraal.