Home » Planten op bomen: epifyten of terrestrisch? – Plantenbakken op hoogte

Planten op bomen: epifyten of terrestrisch? – Plantenbakken op hoogte

Gewone eikvaren op de stam van een Esdoorn in Soest.

Begin maart publiceerde Ton Denters een artikel op Stadsplanten – De urbane flora van Nederland met de kop: “Eikvarens op stadsbomen; een nieuw fenomeen!”. In het zeer lezenswaardige artikel doet hij verslag van een onderzoek naar eikvarens op bomen in Amsterdam dat is uitgevoerd door Valentijn ten Hoopen. Ton Denters legt op een duidelijke manier uit dat deze eikvarens epifyten zijn: “Epifyten zijn planten die zich hechten aan andere plantensoorten zonder daar voedsel aan te onttrekken; ze gebruiken de ander alleen als groeiplaats. In veel gevallen is de waardplant een boom. Epifyten leven van de lucht, halen daaruit vocht en voedingsstoffen. In de tropen is deze groep goed vertegenwoordigd, maar in ons land is dit specialisme aan weinig soorten voorbehouden. Merendeels zijn dat blad- en levermossen en een enkele hogere plant, waaronder Eikvaren”.

Deze publicatie zette mij aan het denken. De afgelopen tijd zie ik regelmatig artikelen voorbij komen waarin gesproken wordt over de opkomst en het verschijnsel “epifytische planten”. Maar bij een aantal publicaties moet je na kritisch lezen tot de conclusie komen dat het niet gaat om epifytische planten maar terrestrische planten; planten die op/in een opeenhoping van een vaak karige, normale bodem in een boomholte groeien.

Om een plant epifytisch te mogen noemen moet er sprake zijn van vestiging op een andere plant of boom zonder dat er sprake is van parasiteren.

Het gaat bijna altijd om planten die worden aangetroffen op knotwilgen. Nog zeer recent kwam ik een lijst tegen van planten die op knotwilgen waren aangetroffen en als epifytisch werden benoemd. In de lijst kwamen meer dan twintig soorten voor waaronder: Kleefkruid, Fluitenkruid, Kruisbes, Robertskruid en Look zonder Look. Allemaal planten die niet bepaald bekend staan als planten die je op bomen aan kunt treffen. Het gaat mijns inziens in deze gevallen dan ook niet om epifyten, maar om terrestrische planten die door omstandigheden een groeiplek gevonden hebben op enige hoogte IN een boom en niet OP een boom.

Met name knotwilgen staan er om bekend dat er bij het ouder worden van de boom, door rotting, allerlei holtes in de boom kunnen ontstaan. Op een dergelijke plek verzamelt zich houtmolm, zand, bladresten en ingewaaide zaden. Er ontstaat dus een minihabitat bestaande uit humusrijk materiaal. Een dergelijke voedingsbodem is uiteraard een ideale vestigingsplaats voor een grote verscheidenheid aan planten. Maar volgens mij mag je dergelijke planten geen epifyten noemen. Om het oneerbiedig te zeggen: ze groeien in “plantenbakken” op hoogte.

Deze bijdrage aan “Stadsplanten – De urbane flora van Nederland” is tot stand gekomen in overleg met Ton Denters.