Maand: mei 2018

Knopherik – zaden met een wespentaille

Herik, Knopherik en Zwaardherik zijn allemaal leden van de Kruisbloemenfamilie maar behoren niet tot één en hetzelfde geslacht. Herik behoort tot het geslacht Sinapis (Mosterd), Zwaardherik tot het geslacht Eruca en Knopherik tot het geslacht Raphanus (Radijs).

De gewone Herik heeft heldergele bloemen en lijkt qua voorkomen veel op andere gele kruisbloemige zoals Raapzaad, Mosterd en Koolzaad. De bloemen van Knopherik en Zwaardherik kunnen in kleur variëren van geel tot violet, blauwachtig tot bijna paars of wit.

In de kroonbladen van Knopherik en Zwaardherik zijn de nerven goed zichtbaar

Herik onderscheiden van Knopherik is niet zo moeilijk. De bladeren, de kelkbladen en vooral de vruchten verraden de soort. Herik heeft aan de bovenzijde smalle bladeren die niet zijn ingesneden. Bij knopherik is sprake van liervormige ingesneden bladeren. Bij Herik staan de kroonbladen, die naar onder toe sterk versmallen, vrij van de afstaande kelkbladen. Bij Knopherik omsluiten de kelkbladen de kroonbladen. Het verschil wordt helemaal duidelijk op het moment dat er vruchten gevormd worden. Bij Herik is sprake van een relatief gladde hauw. Bij Knopherik zie je dat rond elk boontje in de vrucht de hauw sterk is ingesnoerd. Zwaardherik tenslotte is herkenbaar aan de snavel, aan het eind van de vrucht, die sterk is afgeplat. Bij Herik en Knopherik is de snavel rond.

Herik en Knopherik zijn typische oude onkruidgewassen die in het verleden veel groeiden tussen granen en bieten op de akkergronden. Vandaag de dag tref je de planten ook binnen de stad aan in bermen en vooral op verstoorde, voedselrijke grond. Knopherik lijkt sterk op radijs en kan daar zelfs mee kruisen. Het is niet voor niets dat Knopherik ook wel Wilde radijs wordt genoemd.

Knopherik ontleent zijn naam aan de vorm van de vrucht. Het is een hauw – een doosvrucht die minstens drie maal zo lang is als breed. Bij Knopherik is de hauw rond elke zaadje ingesnoerd – zoals we dat kennen bij vormen van wespentailles. Als een hauw rijp is springt de vrucht open zoals kleppen die open gaan. Bij Knopherik verloopt het proces anders. Als de vrucht rijp wordt worden de insnoeringen, die zo kenmerkend zijn voor Knopherik, steeds strakker. Uiteindelijk breekt de hauw op de insnoeringen uiteen en vallen de zaden in aparte cellen op de grond.

Knopherik ontleent zijn naam aan de ingesnoerde hauwen.

De zaden zijn zeer kiemkrachtig. In de grond kunnen zaden wel vijftig jaar vruchtbaar blijven. Dat maakte Knopherik in het verleden tot een lastig te bestrijden onkruid in akkers. Elke keer opnieuw kwamen met het ploegen nieuwe zaden aan de oppervlakte die zich goed ontwikkelden. Zelfs zo erg dat graanvelden soms geel zagen van Herik en Knopherik.

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.

Joop de Wilde

Steeds meer haar in de stad

Kaal (Galinsoga parviflora) en Harig knopkruid (Galinsoga quadriradiata) komen tegenwoordig algemeen voor in steden en dorpen. Het gaat om twee sterk op elkaar lijkende neofyten, beide afkomstig uit midden Amerika en ingeburgerd in Europa in de 19de eeuw.
De Heukels’ flora geeft aan dat beide soorten een voorkeur hebben voor open, vochtige tot droge, zandige grond. Omstandigheden die bepaald niet schaars zijn in een stad of dorp. De theorie leert ons dat van twee soorten die een zelfde ecologische niche bezetten er uiteindelijk  de concurrentie wint en de andere zal verdrijven. Het is niet erg waarschijnlijk dat dat in dit geval opgaat.

Kaal knopkruid op kale grond

In Zoetermeer inventariseren we al sinds het begin van de jaren ’90 van de vorige eeuw de stad op systematische wijze. Zowel Kaal als Harig knopkruid worden regelmatig gestreept (totaal zo’n 150 keer) al heb ik zelf de indruk dat we de laatste jaren nog maar zelden Kaal knopkruid aantreffen. Als we de periode 1993 – 2003 vergelijken met de periode 2004 – 2014 dan zien we dat de verhouding Kaal/Harig knopkruid in 20 jaar totaal gewijzigd is. Zie figuur hieronder.

Als we de groeiplaatsen van beide soorten nauwkeuriger vergelijken zien we in Zoetermeer wel degelijk verschillen. Kaal knopkruid prefereert vooral open grond en schuwt daarbij de zware Zoetermeerse klei niet. Harig knopkruid daarentegen heeft vooral de stenen ruimte weten te veroveren en profiteert zo optimaal van de warmte en de zandige condities die de stad biedt.
Als we de gewijzigde inrichtingseisen van de openbare ruimte door de jaren heen hierbij betrekken lijkt de toename van Harig ten koste van Kaal knopkruid een logisch gevolg hiervan. Veel open geschoffelde plantvakken hebben in de loop der jaren plaatsgemaakt voor verharding of groensoorten waarbij schoffelen niet noodzakelijk is. Dit als gevolg van de neiging van gemeenten om bezuinigingen af te wentelen op het beheer van de openbare ruimte. En daar profiteren soorten als Harig knopkruid dan weer van, met die kanttekening dat enige kruidengroei op de verharding getolereerd wordt.

Geschreven door Johan Vos.

Hooiland in de stad

Een gazon vol met Madeliefjes, wie wil dat nu niet?

Onze eigen gazonnen en de grazige stroken in de wijk, zijn de hooilanden van de stad. De efficiënte akkerbouw laat geen ruimte meer over voor Paarden- en Pinksterbloemen in het open veld. Ze zijn er teruggedrongen tot smalle strookjes langs wegen en watergangen. In de stad is natuurlijk nog minder ruimte, maar de weinige strookjes gras staan vaak vol met de hooilandsoorten uit het agrarische landschap van weleer. En dan natuurlijk juist in die stukjes gras die niet met een nagelschaartje worden bijgehouden. Met een beetje geluk vindt je Knolboterbloemen en Gewone ereprijs, maar het kan ook bijzonderder met soorten als Lathyruswikke en Onderaardse klaver.  Het devies luidt: Vooral niet mesten en grasmaaisel afvoeren. Zo komen er vele bloemetjes in het gras. Madeliefjes en Witte klaver kunnen met een iets soepeler maaibeleid, mooie tapijten van bloemen opleveren. En al die bloemetjes hebben ook groene delen die vaak veel droogteresistenter zijn dan het dierbare zachte gras. Dat betekent dat je niet hoeft te sproeien om het ook in hoogzomer er groen uit te laten zien. Leve een bloemenrijk gazon!

Vier maanden file in Nijmegen, worth it!

Op de Graafseweg in Nijmegen is vorig jaar de brug over het spoor onder handen genomen door de gemeente. Van tevoren zag ik hier enorm tegenop. Dit heeft namelijk gezorgd voor zo’n vier maanden file in Nijmegen, maar gelukkig is de nieuwe verkeerssituatie enorm verbeterd. Een leuke bijkomstigheid is dat bij deze werkzaamheden weer eens flink wat grond verzet is. Nijmegen heeft mij bij het verstoren van de bodem nog nooit teleurgesteld en daar was deze keer zeker geen uitzondering op. Na een dag kantoorwerk had ik nog voldoende energie en nog anderhalf uur daglicht om te zoeken naar spannende zaken daar.

Rozetblad Vroeg barbarakruid met 10 paar bladslippen.

Het is nog vroeg in het jaar, maar toch heb ik al drie leuke adventieven kunnen vinden. De leukste van de drie vondsten was Vroeg barbarakruid (Barbarea verna). Deze lijkt het meest op Bitter barbarakruid, maar heeft rozetbladen met maar liefst 10 paar zijlobben en vruchten tot wel 7 cm lang. Het is overigens niet de eerste keer dat deze soort in Nijmegen aangetroffen is, ze duikt hier wel vaker op. Als je echter naar de verspreiding van de soort kijkt, zie je dat ze nog steeds bijzonder zeldzaam is in Nederland.

Oosterse raket met haar typerende lange vruchten.

Een andere soort die ik aantrof, viel ook op vanwege de zeer lange vruchten. Bij nader bestuderen bleek dit Oosterse raket (Sisymbrium orientale) te zijn. In tegenstelling tot de twee exemplaren van Vroeg barbarakruid, was Oosterse raket goed vertegenwoordigd met zo’n 60 exemplaren. Naast de lange vruchten, is Oosterse raket herkenbaar aan de sterk behaarde bladen. Ten slotte kwam ik ook nog zo’n 20 exemplaren tegen van een rozet dat ik in eerste instantie niet herkende, maar een bloeiend exemplaar verderop verraadde waar ik mee te maken had. Het betrof Hongaarse raket (Sisymbrium altissimum), een soort die in Nederland niet zeldzaam is, maar die je ook zeker niet elke dag treft. In tegenstelling tot de grofgebouwde Oosterse raket heeft Hongaarse raket een hele slanke bouw met zeer smalle bladslippen. Zo vroeg in het jaar al dergelijke soorten treffen is een goed teken. Hopelijk gaan hier in het verloop van het jaar nog vele leuke soorten hun kop boven de grond steken!

Hongaarse raket met zeer smalle bladslippen van de stengelbladen en bredere bladslippen van de rozetbladen.

 

Stengelbladen van Oosterse raket met duidelijke beharing.

 

Vroeg barbarakruid met stengelomvattende bladvoet met lange wimpers langs de rand.

 

Oosterse raket met typerende lange en behaarde vruchten.