Home » Archieven voor juni 2018

Maand: juni 2018

Poetsmiddel voor glas

Wie bedenkt dat nu, een plant gebruiken als poetsmiddel voor glas? Nota bene nog een soort die familie is van de brandnetel. Blijkbaar moet het een in ieder geval in Friesland in gebruik zijn geweest, daar heet het namelijk Lytse glêspoetser, beter bekend als Klein glaskruid (Parietaria judaica).

In Deventer, met op een aantal plaatsen oude muren is het een redelijk veel voorkomende soort. In heel Nederland wel, althans in het stedelijk gebied, daarbuiten zeer zeldzaam.

Goed, bij die oude muren is Klein glaskruid eigenlijk overal te vinden. Zelfs al zijn die ‘behoorlijk goed gerestaureerd’ en er nauwelijks sprake is van een weelderige begroeiing.
Verder is in zowel de oude als de nieuwe delen van Deventer wel Klein glaskruid te vinden, maar toch het meest bij de oude muren. Hier een enkel exemplaar in een oud steegje in Deventer, Manhuissteeg.

Klein glaskruid in een oud steegje van Deventer

Aan het einde van de Manhuissteeg is de Welle, de kade aan de IJssel, met een stukje van de oude buitenmuur. Daar staat het massaal aan de voet van de muur.

Klein glaskruid aan de Welle

De planten zijn polygaam, ofwel hebben bloemen met mannelijke en vrouwelijke geslachtsorganen en bloemen met alleen mannelijke of alleen vrouwelijke geslachtsorganen. Klein glaskruid is een lid van de brandnetelfamilie.

Klein glaskruid kan zich goed handhaven op plaatsen waar geen betreding is. Aardig is dat op plaatsen waar fietsen langere tijd staan de soort gemakkelijk tegen de 50 cm hoog kan worden.

Het geslacht Parietaria had tot voor kort twee soorten in Nederland, Klein glaskruid en Groot glaskruid. Onlangs is op deze blog geschreven over een derde vertegenwoordiger van het geslacht, te weten Parietaria lusitanica, die nog geen Nederlandse naam heeft.

Bloeiwijze Grote brandnetel

Vooral in het westen van Nederland is het mogelijk om Klein en Groot glaskruid samen tegen te komen. De kenmerken hebben een zekere overlap waardoor verwarring kan ontstaan. Bij Groot glaskruid zijn de stengels recht opstaand en hol, terwijl Klein glaskruid liggende tot rechtopstaande gevulde stengels heeft die vaak dieprood van kleur zijn. De bladen van Groot glaskruid zijn langwerpig eirond en heldergroen met een grootte van 3-12 cm; in tegenstelling tot Klein glaskruid met verspreid staande stevige donkergroene en eironde bladeren van 2-5 cm.

Glaskruid is waarschijnlijk sinds de Romeinse tijd in Nederland. Naast poetsmiddel was het veelvuldig in gebruik als medicinale plant, vooral als diureticum maar ook bij de behandeling van ‘wild vuur’. Lees meer hierover in Kruidwis.

Struikrook

Sinds een half jaar kom ik regelmatig op een grote begraafplaats in Breda, Zuylen genaamd, voor de inventarisatie van wilde bijen. De directie van de begraafplaats is met het beheer een andere weg ingeslagen. Het terrein moet een grotere biodiversiteit krijgen. Men heeft zelfs de naam al veranderd in ‘Park Zuylen’, om deze ambitie aan te geven. Het terrein is behoorlijk groot,10 voetbalvelden minstens. Spuiten tegen onkruid wordt niet meer gedaan; op een gedeelte van het terrein is verleden jaar een mengsel ingezaaid van eenjarige bloemplanten. Op weer een ander deel zijn dit jaar heel veel vast planten van een soort neer gezet: grijs kattenkruid en een soort kleine anjer. Vooral het kattenkruid trekt bijen.

bovenzijde blad pruikenboom

Het oudste gedeelte is het meest romantisch met oude graven, wat verzakt, de gebeitelde teksten goed meer leesbaar, en vooral: er wordt al een paar jaar niet meer geschoffeld. Daar verschijnen dus de leukste planten. Omdat het terrein midden in de stedelijke omgeving ligt, duiken vreemde kostgangers op, zoals een zaailing van de pruikenboom (Cotinus coggyria).  Op de verspreidingsatlas zijn een negental plekken te zien waar in Nederland de pruikenboom ook is waargenomen. Hij is afkomstig uit Zuid-Europa en de Kaukasus en is met regelmaat in tuinen te zien. Het is meer een struik dan een boom en valt vooral in de nazomer op door nevelachtige sluiers boven de struik. Dat zijn de de verlengde en harige bloemstelen. Vanwege dit fenomeen, waardoor het wel lijkt of de struik door rook is omgeven, wordt de plant in het Engels ‘smoke tree’ genoemd, en in het Nederlands ‘pruikenboom’. Dat is wat minder beeldend.

onderzijde blad pruikenboom

Al in de oudheid werden de wortels gebruikt voor het bereiden van een rode verfstof. Blad en bast vonden toepassing bij het leerlooien.

De wetenschappelijke geslachtsnaam ‘Cotinus’ komt uit het Grieks en betekent  ‘olijf’; vanwege een zekere gelijkenis ? De soortaanduiding ‘coggyria komt eveneens uit het Grieks en was daar de lokale naam voor de boom. Kortom, we weten eigenlijk niets over de betekenis van beide namen.

Die is in nevelen gehuld, zoals de struik zelf.

Pruikenboom met bloemen

 

 

Straatwalstro rukt op in Breda

Straatwalstro (Galium murale) is van oorsprong een mediterrane soort die de laatste jaren steeds vaker in ons land wordt gesignaleerd. Op de verspreidingskaart van Floron staan nu een twintigtal rode stippen van waarnemingen vanaf 1990. En slechts één van vóór 1990.

Het is een onaanzienlijk plantje dat wellicht regelmatig over het hoofd wordt gezien. Een lid van de plantenwerkgroep van de KNNV Breda ontdekte het plantje vorig jaar in de omgeving van het centrum van de stad. Een maandje geleden trof ik op een andere plek, eveneens in het centrum, een forse populatie aan. Zelfs meer dan 100 exemplaren. Vanaf mijn fiets gezien dacht ik aanvankelijk aan breukkruid. Zoals Grada Menting al opmerkte in haar bijdrage van 24 september 2017 is dit walstro een echte voegenvuller.

Straatwalstro is een voegenvuller

Zonder loep is er niet veel te zien aan straatwalstro. De gelige bloemetjes zijn minuscuul. Met enige moeite zijn er met het blote oog opvallend behaarde vruchtjes te zien.

Buiten haar natuurlijke verspreidingsgebied werd Galium muralis al aangetroffen in België, Engeland, Californië, Argentinië, Chili, Nieuw-Zeeland en Australië. Nog even en het is een wereldburger.

Uit onderzoek van Sipke Gonggrijp (‘de enthousiaste florist’) blijkt dat straatwalstro niet alleen een straatplant is maar ook een campingplant.

 

Kling klokje klingelingeling

Toen Erik van der Hoeven en ik zo tien jaar geleden serieus naar stadsplanten begonnen te kijken, als een soort subgroepje binnen de plantenwerkgroep in Breda, kwamen we hier en daar het kruipklokje (Campanula poscharskyana) tegen. Van jaar tot jaar zagen wij het aantal planten toenemen en zich verspreiden over over de stad en het buitengebied. Dit tot onze vreugde en wij hieven dan het lied aan met de tekst zoals die in de titel van dit stukje staat. Meer tekst hebben we niet. Het betere is de vijand van het goede, moet u maar denken.

Er blijkt in de verspreiding van het kruipklokje wel een voorkeur voor een stenige, warme omgeving. Je ziet dit klokje nauwelijks verwilderd in natuurgebieden.

Kruipklokje goed voor diverse soorten bijen

Ik houd me ook bezig met het inventariseren van wilde bijen, en was benieuwd of dit klokje ook aantrekkelijk was voor bijen. Recent ontdekte ik op diverse plaatsen op de begraafplaats Zuylen in Breda flink uitgegroeide kruipklokjes op diverse plaatsen. Deze werden behoorlijk bezocht door een diversiteit aan wilde bijen: diverse hommels, groefbijen, zandbijen en klokjesbijen. De lange bloeitijd van het kruipklokje maakt hem des te waardevoller.

Kortom, een reden te meer te zingen over dit klokje.

 

Een Levend Archief voor Stadsplanten

Onze flora staat onder druk; sinds 1950 zijn bijna 500 van de 1500 inheemse soorten achteruitgegaan en circa 40 helemaal ‘exit’. In onze steden lijkt het met de komst van allerlei nieuwkomers halleluja, maar dat kan niet verbloemen dat er ook zorgen zijn. Diverse planten die in stedelijk gebied huizen zijn ook op hun retour. Neem Blaasvaren en Rechte driehoeksvaren, soorten van vochtige muren. Hun milieu verdwijnt, omdat nieuwe muren van een betonnen, voor water ondoordringbare achterwand worden voorzien. Kritisch is ook Muurbloem, de échte wel te verstaan, en niet de tuinvariant. In Nederland heeft Muurbloem slechts enkele inheemse populaties: kleine enclaves op historische bouwwerken. Ook diverse stedelijke ruigteplanten zitten in de gevarenzone, zoals Wolfskers.

Een nieuw initiatief, Het Levend Archief, moet voorkomen dat we opnieuw soorten verliezen. Doel van dit project is het veilig stellen van kwetsbare, bedreigde inheemse plantensoorten met hier ten lande een eigen genetisch profiel. Dat kan door belangrijke bronpopulaties gecontroleerd in leven te houden. Daarmee blijft het oorspronkelijk, genetisch, unieke zaad beschikbaar, nodig om populaties te redden, voor nu en de lange termijn. Het ‘vastleggen’ van soorten gaat via twee sporen. De zaden gaan in een grote koelcel, waar ze langer, maar niet oneindig, bewaard kunnen worden. Regelmatig moeten die zaden tot leven worden gewekt. Daarom komen er ‘zaadhofjes’ onder meer in heem- en botanische tuinen, die het zaad vermeerderen en oogsten.

Overdracht van Zandwolfsmelk en Steenhavikskruid naar het stadsplantenhofje De Braak  in Heemtuin Amstelveen. De planten vormen een ‘back-up’; mochten deze soorten in Amsterdam verloren gaan, dan is herintroductie mogelijk. Op foto van links naar rechts zadenspecialist Rob Bouman en de heemtuin-beheerders Josien en Walter Busse.

 

 

 

Het Levend Archief is een veelzijdig initiatief. Denken en doen gaan daarin samen, met bijdragen vanuit onderzoeksinstituten, onder andere het Centrum voor Genetische bronnen Nederland (WUR), en ook Floron. Aan de praktische kant staan terreinbeheerders (Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer), botanische tuinen en heemtuinen, kwekers en vrijwilligers.

In Amstelveen is de aftrap gemaakt voor een zaadhofje voor waardevolle, kieskeurige stadsplanten. In de kweektuin van De Braak, een heemtuin én een groen rijksmonument, zijn onlangs Steenhavikskruid en Zandwolfsmelk in ‘bewaring’ genomen. De soorten hebben hier vanaf nu een veilig en vast onderkomen. Het gaat om een exclusief Amsterdams duo.

Intermezzo: Het Amstelveense heemgroen, met het Jac. P. Thijssepark, het Broersepark en De Braak, is vermaard. Wilde planten, van gewoon tot uiterst zeldzaam staan er in een natuurlijk, ecologisch passend decor. Je kunt er alle biotopen doorlopen, met nu ook een stedelijk tintje.

Steenhavikskruid is een echte historische stadsplant, die 1847 in de hoofdstad werd ontdekt en zich sindsdien op enkele steenglooiingen aan de Singel standhoudt.

Zandwofsmelk op het Stenen Hoofd

Zandwolfsmelk is in Nederland sterk bedreigd, met in Nederland in rivierengebied nog enkele restpopulaties. Op het Amsterdamse Stenen Hoofd heeft de soort een mooi stedelijk refugium; daar huist ze sinds 1995 met tientallen planten. Het behoud op de locatie blijft van belang, maar het waarborgen in Amstelveen, biedt ruimte voor de toekomst. Als dat aan de orde is, kan er ten alle tijden een gepaste introductie of herintroductie plaatsvinden. Met de komst van het tweetal is de start van een ‘stadsplanten-hofje’ nu een feit. De bedoeling is dat er meer soorten volgen, wellicht Groensteel, mogelijk ook Muurbloem en Wolfskers. Wat kwetsbaar is verdient bescherming, ook waar het stadsplanten betreft!