Maand: augustus 2018

Straatspinazie

In de meimaand kwam ik in Breda op straat een niet-bloeiende plant tegen die ik in de verste verte niet thuis kon brengen. Na een paar weken ontdekte ik dat er iets van bloemetjes te zien waren. Na nog wat gepuzzel kwam ik erachter dat het om spinazie (Spinacia oleracea) ging. Ik ben duidelijk geen moestuinier. Ik ken spinazie uit de supermarkt en had geen idee hoe de bloemen eruitzagen. Nu wel.
De spinazieplant is meestal tweehuizig, dat wil zeggen dat de vrouwelijke en de mannelijke bloemen op verschillende planten te vinden zijn. De mannelijke bloeiwijze is aarvormig en de vrouwelijke bloeiwijzen zijn okselstandig met per bloem 4 of 5 witte stempels (zie foto 2). De bladschijf is eirond tot driehoekig spiesvormig.

Vrouwelijke bloeiwijze van spinazie

Het woord spinazie is afkomstig van het Perzische woord ‘esfenaj. De soortaanduiding ‘oleracea’ betekent ‘als groente gebruikt ‘of ’n moestuinen groeiend’.

Spinacea oleracea behoort tot de familie van de Amaranthaceae. Tot deze familie behoren ook allerlei soorten bieten en ook quinoa. Spinazie is een snelgroeiend, eenjarige bladgroente, die naar het schijnt al heel lang geleden in Perzië werd geteeld. De plant stamt uit West-Azië, maar is niet als wild bekend. De stamvorm is waarschijnlijk Spinacia tetranda, eveneens uit West-Azië. De ‘wilde spinazie”uit de winkel is de gewone spinazie die wat langer doorgegroeid is.

Van spinazie word je sterk. Dat kregen we vroeger vaak te horen. Het verhaal erachter was dat er veel ijzer in spinazie zou zitten en van ijzer word je sterk. Het idee werd nog versterkt door de avonturen van Popeye the sailor man. Hij opende in benarde situaties een blik spinazie, gooide de inhoud naar binnen en loste met de kracht van ijzer de problemen meteen op. De achtergrond hiervan is dat de regering van de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog de vleesconsumptie wilde beteugelen en daarom de consumptie van spinazie wilde bevorderen. Popeye bleek de ideale promotor.

Spinazie is iets voor kwekers met weinig geduld. Na ongeveer vier tot zes weken kun je al oogsten. In spinazie zit inderdaad ijzer, 3 tot 4 mg per 100 gram versproduct en dat is niet bijzonder veel. Daarnast zit er allerlei gezonds in: caroteen, vitaminen en anti-oxidanten. Maar er zitten ook lichtgiftige stoffen in, nl. oxaalzuur en nitraat. Je moet er dus niet zoveel van eten als Popeye.

Nog even terug naar de vindplaats. In dezelfde straat en op precies dezelfde plaats werden in 2014 Chia-planten gevonden. Je vraagt je af of er een guerilla-tuinier actief is. Zie website www.stadsplantenbreda.nl.

Anna Paulownaboom; pionier van het groene stadswoud

Nu bescheiden nog zaailingen van Anna Pauwlownaboom, maar zonder ingrepen straks de kiem voor een heus stadsbos.

Onze steden worden secuur ingericht, voortdurend onderhouden, met al het groen van dien. Alles lijkt in regie, maar er is een andere werkelijk. Het groen in het stad gaat zijn eigen gang, tot op het steen toe. Als we een plek even uit handen geven nemen de elementen het over en in no time wordt de aanzet gegeven tot een weelderige, groen stadswoud.  Dat stadswoud in spe combineert spontaan opschietende inheemse met exotische houtige gewassen. Van overal komen ze aanwaaien. Veelal zijn het cultuurbomen, meest ex-straatbomen, die hier het avontuur aangaan.

Een bijzondere verschijning daarbij is de majestueuze Anna Paulownaboom. Hoewel de Anna Paulownaboom een boom is uit de binnenlanden van China, heeft deze soort een oranje tintje. Het was de favoriet van de Russische Anna Paulowna, getrouwd met de Nederlandse koning Willem II. De koningin hield van extravagante planten en de grote hartvormige bladeren en enorme paarse trompetvormige bloemen van de boom bevielen haar wel. De boom wordt daarom ook ‘prinsessenboom’ of ‘keizersboom’ genoemd.

Een prille Anna Paulownaboom in hartje maastricht

De boom viel veel breder in de smaak en is in onze contreien aangeplant in tuinen, parken en langs straatkanten. Van oorsprong is Anna Paulownaboom een echte pionier. Het wortelstel kan in korte tijd nieuwe, snelgroeiende scheuten produceren. De boom groeit het beste in voedselrijke, vochthoudende bodems, maar is relatief tolerant tegenover vervuilde of verschraalde grond. Ook kan de boom in scheuren van bestrating of muren groeien. De bladeren bevatten veel stikstof en de wortels voorkomen bodemerosie. De Anna Paulownaboom wordt in zijn groei geremd wanneer grotere bomen hem overschaduwen. Jonge planten zijn gevoelig voor vorst, maar een oudere boom is winterhard. In het Middellandse Zeegebied leidt deze boom intussen al een eigen leven met overal spontaan opkomende exemplaren. Nu ons klimaat steeds meer mediterrane trekjes krijgt voltrekt zich hier hetzelfde proces.

In no time groeit de Anna Paulownaboom, hier in Leuven, uit tot een kolos.
Anna Paulownaboom heeft het steen lief, schiet overal wortel tot ‘indoors ‘ toe.

Deze zomer liet dat in alle toonaarden zien. Veel houtige gewassen gingen gebukt en lieten het leven onder de hittestress. Zo niet de Anna Paulownaboom, die groeide op vele plaatsen in hoog tempo florissant uit. In Amsterdam, maar meer prominent nog in Maastricht en Leuven. Hoe steniger, hoe beter, geen plek bleek te gek; van kerkmuur, slooptuin, muurgevel tot ‘indoors’ toe.

De ene eikvaren is de andere niet

De eikvaren is al eerder voorbij gekomen op Stadsplanten – De urbane flora van Nederland. Zie de bijdrage van Ton Denters over eikvarens op bomen. De reden om opnieuw aandacht te besteden aan de eikvaren is dat het afgelopen jaren in Amersfoort gericht onderzoek is gedaan naar de verschillende soorten.

De afgelopen drie jaar heb ik onderzoek gedaan naar het voorkomen van verschillende varensoorten in Amersfoort. Dat heeft geresulteerd in een uitgebreid rapport over de muurvarens op de kademuren in de wijk Vathorst en een rapport van de Werkgroep Wilde Planten van de KNNV, Afdeling Amersfoort over de flora en fauna op de begraafplaats Rusthof. Beide rapporten zijn terug te vinden op internet. In het verslag over de begraafplaats Rusthof is een voorpublicatie van mijn hand opgenomen over een varenonderzoek dat op de begraafplaats wordt uitgevoerd. In het onderzoek, dat nog steeds loopt, is onder andere gekeken naar het voorkomen van de eikvaren. Deze varensoort is ook rijkelijk aanwezig op de kademuren van de binnenstad van Amersfoort.

De eikvaren gedijt uitermate goed op de grachtenmuren van de binnenstad van Amersfoort

Soorten

Eikvarens zijn, in vergelijking met andere varensoorten, eenvoudig te herkennen. Zij zijn, in tegenstelling tot de meeste andere varen families, enkelvoudig geveerd. Alle blaadjes zijn aangehecht aan de bladsteel en zijn niet verder ingesneden waardoor deelblaadjes ontstaan. Verder zijn de sporenhoopjes geplaatst op de achterzijde van de bladeren. Dit in tegenstelling van b.v. Dubbelloof waar de sporen op aparte vruchtbare bladeren staan. De bladstelen zijn glad en hebben geen schubben.

Wereldwijd telt de eikvaren familie meer dan duizend soorten maar in Nederland maar twee en één kruising. Zij groeien zowel op de grond ( terrestrisch ), op bomen (epifytisch) als op rotsen (lithofitisch). Dat is ook in Nederland zo. Eikvarens hebben kruipende wortelstokken waaruit ieder jaar opnieuw nieuwe loten groeien. De wortelstokken kunnen een dicht netwerk vormen waardoor je vaak vele eikvarens dicht bij elkaar ziet staan. Soms in cirkels met een doorsnede van anderhalve meter of meer.

Via wortelstokken kunnen eikvarens grote “plakkaten” vormen zoals hier op een graf van de begraafplaats Rusthof in Amersfoort

Er zijn in Nederland twee soorten eikvarens bekend en één kruising. Het gaat om de Gewone eikvaren (Polypodium vulgare), de Brede eikvaren (Polypodium interjectum) en de kruising tussen deze twee de Bastaardeikvaren (Polypodium x mantoniae). In het veld zijn er wel veldkenmerken die kunnen wijzen in een bepaalde richting als het gaat om determinatie van de planten, maar het zijn niet meer dan aanwijzingen. Met welke eikvaren je echt van doen hebt kan alleen maar worden vastgesteld met microscopisch onderzoek of door metingen van het celkerngewicht of dna-onderzoek. In dit artikel geven we eerst een aantal veldkenmerken van de verschillende soorten om daarna dieper in te gaan op het microscopisch onderzoek. Het onderzoek naar celkerngewicht of dna blijft buiten beschouwing omdat floristen dat niet zelf kunnen uitvoeren.

Gewone eikvaren of Brede eikvaren

De Gewone eikvaren is ruimschoots de meest voorkomende eikvaren in Nederland. De Brede eikvaren wordt beduidend minder vaak aangetroffen. De flora van Heukels waagt zich niet aan onderscheidende kenmerken in het uiterlijk van de twee soorten. Standaardwerken als ‘The Ferns of Britain and Ireland’ en ‘The Fern guide’ doen dat wel maar mijn ervaring zegt dat de meeste mensen daar in het veld weinig aan hebben. Alleen floristen met een grote ervaring in het determineren van varens zullen de verschillende soorten op het oog herkennen. Voor mij is duidelijk dat er één kenmerk is dat een duidelijke aanwijzing kán zijn. Dat is de vorm en de kleur van de sori (sporenhoopjes).Rond en bruin bij de Gewone eikvaren. Ovaal en oranjekleurig bij de Brede eikvaren. Maar nogmaals het is niet meer dan een mogelijke aanwijzing! Te vaak blijkt uit microscopisch onderzoek dat je vermoeden op basis van dit gegeven niet uitkomt. De bastaardvaren (Polypodium x.mantoniae) is een kruising van de Gewone en Brede eikvaren en heeft dus kenmerken van beide ouders.

Microscopisch onderzoek

Onderzoek onder de binoculair geeft veel meer zekerheid. Een sterke vergroting is wel gewenst. De aandacht moet zich richten op de sporangiën – de sporenkapsels waarin zich te sporen bevinden – en op de sporen zelf. Elk sporenkapsel wordt omgeven door een ring (annulus) van een aantal verdikte cellen. Deze cellen zorgen er voor dat aan het einde van de rijpingstijd een sporenkapsel openklapt, net als bij springzaad, waardoor de sporen naar buiten toe wegschieten. Aan de voet van deze ring, naast de steel van het sporenkapsel, bevinden zich één of meer onverdikte cellen. Vind je maar één onverdikte cel dan heb je te maken met de Gewone eikvaren. Zijn er twee of meer onverdikte cellen dan gaat het om de Brede eikvaren of de Bastaardeikvaren. Sporenonderzoek kan dan uitwijzen om welke soort het gaat.

Links Brede eikvaren met twee basale cellen en rechts de Gewone eikvaren met één basale cel (foto Wim de Winter)

De Brede eikvaren vormt normaal gesproken vruchtbare sporen. Deze zijn gelig van kleur. De Bastaardeikvaren is een hybride die onvruchtbare sporen vormt. Deze zijn veelal grijs van kleur. Vaak komen daarbij ook misvormde sporen voor. Een sporenkapsel met ten minste twee onverdikte annulicellen met vruchtbare sporen wijst dus op de Brede eikvaren. Een sporenkapsel met ten minste twee onverdikte annulicellen en onvruchtbare sporen wijst op de Bastaardeikvaren. Bij twijfel kan alleen dna onderzoek of onderzoek naar het celkerngewicht in het laboratorium uitsluitsel geven.

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.
Joop de Wilde

Waar een bedrijventerrein goed voor is

Dit jaar hebben we met onze plantenwerkgroep een thema: bedrijventerreinen. Dit heeft mij in ieder geval al een paar wandelingen door onbekend gebied opgeleverd. Ik wist niet dat er zoveel leegstaande panden, vergeten parkeervakken, rommelhoekjes en braakliggende veldjes op een bedrijventerrein te vinden zijn. Kortom, het blijken paradijsjes voor de florist!

Wij hoopten dat de wielen van vrachtwagens leuke soorten naar Zoetermeer zouden brengen. Maar we vonden nog geen nieuwe soorten; die blijken toch eerder in de woonwijken op te duiken. Auto’s van particulieren rijden natuurlijk ook net zo ver. Een soort die ons opviel omdat hij op diverse plekken uitbundig bloeide, is de Ronde ooievaarsbek (Geranium rotundifolium).

In Zoetermeer komt de Ronde ooievaarsbek al sinds de jaren ’90 voor. Regelmatig komen we hem tegen in de wijk maar meestal op een enkele groeiplek.
De kroonbladeren van deze ooievaarsbek zijn roze met een witte voet en niet ingesneden of ingestulpt. Z’n bladeren zijn niet zo ver ingesneden als bij andere ooievaarsbekjes. Verder heeft de plant klierharen en gewone haren, maar deze zijn korter dan bij de Zachte ooievaarsbek waardoor hij iets kaler oogt. Een onderscheidend kenmerk zijn de spitse paarse steunblaadjes.

detail bloem en steunblaadjes

Volgens de stadsplantengids van Ton Denters houdt deze plant van droge, zonnige en stenige plekken. Het is de meest warmteminnende ooievaarsbek in Nederland. Als ik dit schrijf is het overal al een tijd droog en zonnig en de eenjarige Ronde ooievaarsbek is allang verdroogd tussen de stenen. Maar het veranderende klimaat biedt goede kansen voor deze soort, en ik ben benieuwd hoeveel we er volgend jaar zien.