Home » Archieven voor september 2018

Maand: september 2018

Plat handjesgras voor de vierde keer in Rotterdam

Op 14 augustus 2018 onderzochten we met de Rotterdamse Florawerkgroep een kilometerhok in Rotterdam IJsselmonde, een woonwijk rond een winkelcentrum. Zoals gebruikelijk gingen we in twee groepen uiteen en troffen we elkaar weer bij het startpunt toen het begon te schemeren en bespraken onze bijzondere vondsten en puzzels.

De anderen had een bijzonder gras gevonden: het leek op Vinger- of Handjesgras maar ze konden het niet helemaal thuis brengen. Het stond op diverse plekken tussen de stoeptegels van een straat die net opnieuw was ingericht. Toen ik een exemplaar kreeg aangereikt kwam de naam Plat handjesgras – Eleusine indica – direct boven. Ik had dit gras niet eerder zelf gevonden, maar er wel foto’s van gezien.

Plat handjesgras – Eleusine indica | foto: André de Jongh

Plat handjesgras was weliswaar voor onze groep nieuw, maar hij is al decennia eerder voor het eerst in Nederland gevonden: in 1955 voor het eerst op een vuilstort in Leeuwarden. Sindsdien is hij op 30 plekken verspreid over het land gevonden. Hij is niet bestendig, slechts in één kilometerhok is hij met een tussenpoos van enkele jaren opnieuw gevonden en het aantal vondsten neemt ook niet opvallend toe. In Rotterdam werd hij voor het eerst gevonden in 1968 en daarna in 2002, 2013 en 2018 [bron: Verpreidingsatlas]. De periode tussen de waarnemingen neemt af, maar of dat komt doordat hij echt vaker voorkomt of doordat er meer floristen rondkijken is onduidelijk.

Groepsgenoot André de Jongh is een paar dagen later terug gegaan naar de vindplaats om wat extra foto’s te maken. Hij hoorde toen van bewoners dat het gras was verschenen tijdens de straatwerkzaamheden en dat het zich niet beperkte tot de stoep, maar ook in hun tuinen was opgedoken en lastig weg te krijgen was.

Plat handjesgras – Eleusine indica  met alle aartjes aan een kant van een aaras| foto: Dick Hoek

Plat handjesgras is een C4-gewas. Dat betekent dat hij een vorm van fotosynthese toepast die is aangepast aan warme streken. In het Nederlandse klimaat kiemen C4 grassen later in het jaar dan onze inheemse grassen die C3-fotosynthese toepassen. Daarom zie je C4-grassen (zoals Europese hanenpoot, Maïs, vingergrassen, liefdegrassen, naaldaren en gierstgrassen), meestal pas in juli/augustus tot bloei komen.

In wat warmere streken is Plat handjesgras een algemeen, lastig onkruid in akkers met eenjarige gewassen. Maar hij vestigt zich ook in grasland en golfvelden en weet zich daar te handhaven omdat hij goed maairesistent is. Met zijn platte groeiwijze blijft een deel van zijn aren onder de maaibalk en kan hij zaadzetten. Vermoedelijk is het zaad in Rotterdam aangevoerd bij de wegwerkzaamheden, maar wat daarbij de bron is geweest is niet duidelijk. Het is niet waarschijnlijk dat de zaden nog in de bodem zaten want de zaden van dit gras zijn maar een paar jaar kiemkrachtig.

Ik ben benieuwd hoe lang het duurt voor we dit grasje weer in Rotterdam aantreffen.

Een zich ontvouwende bloeiwijze van Plat handjesgras – Eleusine indica | foto: André de Jongh

Het verschijnen en verdwijnen van een zeldzaamheid.

Niks mooiers voor een stadsflorist als ik, is een stuk grond in de stad dat nog niet beplant is door de gemeente. Binnen de kortste tijd groeien daar allemaal planten als Ganzenvoeten, Duizendknopen en Meldes. En tegenwoordig ook allerlei groenten zoals de tomaat. Ik loop zo’n strook dan ook regelmatig na om te kijken of er iets bijzonders in staat. In het stuk grond op de eerste foto vond ik zo’n 90 soorten waaronder één plant die ik niet kende.

De “wilde” strook langs het fietspad in Rijswijk.

Van die laatste plant had ik het vermoeden dan het een ontsnapte tuinplant was. Toch poste ik hem maar eens in de Facebook Wilde planten-groep. Al gauw was de naam bekend: de Europese heliotroop. Op de kaart van verspreidingsatlas stonden slechts een enkele stip wat betekend dat het hier om een zeldzame plant ging. Toen ik hem vervolgens op Twitter zette werd ik o.a. gefeliciteerd door Ton Denters voor deze mooie vondst. Ik bleef een beetje gereserveerd naar het geheel kijken, misschien wel zeldzaam als stadsplant maar misschien heel gewoon in tuincentra.

De Europese heliotroop.

Wat in ieder geval duidelijk was dat hij op een plaats stond die slechts tijdelijk was, hier moest andere beplanting komen. Ik heb toen de gemeente gemaild over deze bijzondere vondst met het voorstel deze planten over te brengen naar de Rijswijkse Natuurtuin. Helaas is dat bericht niet echt overgekomen, mede door vakanties van ambtenaren. Op een ochtend fietste ik langs de stook en zag tot mijn ontzetting dat alles weggeklepeld was. Weg bijzondere plant.

Detail.

Nou is dat natuurlijk voor veel stadsplanten het geval. Ze staan er en ze verdwijnen weer,vaak als prooi van de hongerige bosmaaier. Maar we zouden voor dit soort bijzondere planten iets moeten verzinnen, bijvoorbeeld een bordje met de tekst: Niet maaien, zeldzame plant. Of dat helpt weet ik niet maar je kan het altijd proberen. Ik ben benieuwd of er floristen zijn die dit soort activiteiten al ondernemen in hun stad.

De bloeiwijze.

Voedsel op de kribben

Hoewel rivierkribben niet tot het stedelijk milieu behoren, is het ook zeker geen natuurlijke biotoop. Het zijn kunstmatige, stenen dammen in de rivierbedding die voorkomen dat de stroming erosie van de rivieroevers veroorzaakt. Dat deze kunstmatige biotoop naast wilde soorten ook een hoop niet-wilde plantensoorten herbergt, is natuurlijk te verwachten. Op deze kribben ontwikkelt zich over het algemeen een ruigtevegetatie van Braam en Wilg, maar deze vegetatie wordt met enige regelmaat volledig weggemaaid. Ook de bijna jaarlijkse overstromingen zorgen er voor dat de vegetatie zich om de zoveel tijd weer volledig reset. Elk jaar kan je daarmee andere soorten aantreffen, wat het aflopen van de kribben onwijs leuk maakt!

Tomaat op kribben

Een opvallende groep aan planten die je specifiek op kribben aantreft, en daarbuiten zeer zelden, zijn voedselgewassen. Dat Tomaat hier een permanent onderkomen heeft gevonden, is voor velen geen nieuws. Maar goed, Tomaat tref je elders ook regelmatig verwilderd aan. Maar er zijn nog veel leukere soorten te vinden. Zo kan je Pompoen, Meloen, Watermeloen en Komkommer aantreffen, vreemd genoeg allemaal uit dezelfde familie (Cucurbitaceae). Verder worden af en toe soorten als Druif, Vijg, Peer en Appel aangetroffen. Ook de minder bekende Goudbes, ook bekend als Ananaskers, wordt vrij regelmatig waargenomen. Andere eetbare planten die je op en tussen de kribben aan kan treffen zijn Bieslook, Postelein, Aardpeer, Chia, Boksdoorn (gojibessen), Kool, Hennep (Wiet) en nog vele andere soorten.

Komkommer

Wat de soorten allemaal gemeen hebben is dat zij pas laat in het jaar ontwikkelen; begin augustus tot eind september is de beste tijd om op zoek te gaan. Op Tomaat na, krijgen de meeste soorten het niet voor elkaar om rijpe vruchten te ontwikkelen. Maar met de huidige klimaatveranderingen kan daar nog wel eens verandering in gaan komen! Wees echter voorzichtig met de consumptie, ondanks dat de waterkwaliteit aanzienlijk verbeterd is de afgelopen jaren, is de kans op verontreinigingen en hoge concentraties van zware metalen nog steeds aanwezig. Maar goed, eetbaar of niet, wie wordt er nu niet blij van een miniwatermeloen?

Pompoen

 

Wolf op straat

Nederland is weer in de ban van de wolf als ik op straat een plantje tegenkom die ik vanuit mijn ooghoek direct classificeer als Gewoon varkensgras (Polygonum aviculare). Kan goed natuurlijk, want dat is zo ongeveer de meest voorkomende plant van Nederland. Iets doet mij toch even goed kijken, iets klopt er namelijk niet. Veel te rood van een afstandje en de donkere vlekken op de bladen. Stukje van de plant afgetrokken en dan valt gelijk een druppeltje melk op. Aha, een Wolfsmelk (Euphorbia), deze had ik in Deventer niet eerder gezien. Op deze blog is de soort regelmatig genoemd als een van de soorten tussen de voegen van straten, bijvoorbeeld in plantjes die gemakkelijk over het hoofd worden gezien. Wat wel vaker gebeurd is dat soorten vanuit het Zuiden/Westen of een combinatie van beiden migreren naar de overige delen van Nederland. Kransmuur bijvoorbeeld kende ik al uit Utrecht voordat deze acht jaar later in Deventer voor het eerst werd gevonden. Voor Straatwolfsmelk (Euphorbia maculata)  geldt hetzelfde, voor 2000 maar op een aantal plekken in Nederland, daarna vanuit het Zuidwesten naar het Noorden. Dat is aardig te visualiseren met de datum ‘slider’ op verspreidingsatlas.

Het beste kenmerk ten opzichte van andere liggende wolfsmelken is de behaarde vrucht,

Detail Straatwolfsmelk, vruchten zijn behaard

 

gecombineerd met het gevlekte blad en de wat rode habitus. Of beter grijzige habitus zoals op de foto is te zien met het paaltje.

Habitus straatwolfsmelk

Diverse zoektochten en enkele honderden Gewone varkensgrassen verder blijkt er tot nog toe maar 1 plekje in Deventer te zijn.  Verder kijken, vooral ook naar die andere Euphorbia’s die te verwachten zijn.

 

Bosliefje

Als je zo een mooie Nederlandse naam hebt als Nemophila menziesii, namelijk: bosliefje, dan schept dat verplichtingen qua uiterlijk.

Oordeelt u zelf. Ik vindt het een schatje. De plant is eenjarig en afkomstig uit de staten Californië en Oregon. Hij wordt inmiddels op meer dan 20 plaatsen over heel Nederland gesignaleerd volgens de verspreidingsatlas van Floron.

uitgezaaide bosliefjes

Op de begraafplaats Zuylen waar ik hem aantrof is hij ongetwijfeld terecht gekomen uit een zaadmengsel voor wilde bijen en vlinders. Toch heeft hij zich daar 1 of 2 maal zelfstandig uitgezaaid.

Gelet op de opvallend blauwe kleur zal het niet verbazen dat deze plant tot de ruwbladige wordt gerekend, waartoe vergeet-mij-nietjes, ossentong en nog veel meer planten met blauwe bloemen in allerlei kleurvariaties.

De geslachtsnaam ‘nemophila’ betekent ‘liefhebber van weiden’. De plant groeit op beschaduwde weiden. De geslachtsaanduiding ‘menziesii’ komt van Archibald Menzies, een 19de-eeuwse Schotse plantenverzamelaar.