Home » Archieven voor november 2018

Maand: november 2018

Je ziet ze pas als je ze gezien hebt.

Bovenstaande titel is natuurlijk een variant op de beroemde uitspraak van Johan Cruijff: Je gaat het pas zien als je het doorhebt. In mijn, beperkte, ervaring heb ik gemerkt dat als je een keer een plant goed gezien hebt de kans sterk vergroot wordt dat je hem weer ziet. Je hebt als het ware een plaatje er van in je hoofd. Hele goede floristen hebben vaak heel veel plaatjes in hun hoofd.

Bovenstaande geldt vooral voor planten die niet zo erg opvallen. Je kijkt er dan snel over heen. De groep “onopvallende planten” wordt denk ik te weinig gemeld waardoor de kaartjes van verspreidingsatlas geen goed beeld geven. Soms denk je dan een vrij zeldzame plant te hebben gevonden waarna echter blijkt dat je hem opeens een stuk vaker ziet dan volgens de kaarten zou kunnen. Zelf had ik dat met de plant waarvoor ik hier de aandacht wil vragen: Knopig doornzaad.

Dit jaar heb ik een kilometerhok gestreept in de wijk Ypenburg van Den Haag. Ik was al bijna klaar en bevond mij op een plek waar ik niet veel meer van verwachtte. Je kent het wel, gazonnetjes, wat struiken en bomen: een typisch gemeenteplantsoen. Ik keek wat in het gras toen plotseling mijn oog viel op een plantje dat mij onbekend voorkwam. Ik nam er een stuk van af en nam het mee naar huis om er een paar foto’s van te maken. Ik had er nog geen idee van wat het was. Na wat speurwerk bleek het Knopig doornzaad (Torilis nodosa) te zijn. Ik zocht hem op op Verspreidingsatlas en zag dat deze plant vooral in Zeeland en in het Hoge Noorden te vinden was. Den Haag was dus een bijzondere plek en ik was blij met deze bijzondere waarneming.

Het was een paar dagen later dat ik wat dromerig in een stukje gazon keek bij winkelcentrum In de Boogaard in Rijswijk, vlak bij mijn huis. Een saai stukje gras. Maar wat zag ik daar? Dat leek wel erg op Knopig doornzaad. En ja hoor, het was hem ook. Snel weer foto’s gemaakt en gemeld op Waarneming.nl. Toch was de plant wel een beetje minder bijzonder geworden. Dat werd hij nog minder toen ik hem twee weken later nog op een andere plek in Rijswijk vond en tussendoor nog op Texel. Blijkbaar behoort deze plant tot de groep “onopvallende planten” en wordt hij veel te weinig of veel te weinig gemeld. Misschien is hij wel helemaal niet vrij zeldzaam en staat hij ten onrechte als kwetsbaar op de Rode Lijst. Ik zeg niet dat dat zo is, maar het zou kunnen.

Nu natuurlijk nog wat informatie over deze plant. De naam Doornzaad is niet zo vreemd gezien de vorm van de vruchten: er zitten stekeltjes aan. Door die stekeltjes blijven de vruchten aan de vacht van dieren klitten en wordt op die manier bijvoorbeeld door schapen vermeerderd die op de dijk grazen. In de stad zouden dat honden kunnen zijn. Knopig zou kunnen duiden op verdikkingen van de stengel. Ik weet dat niet zeker.

De witte bloemen groeien in kleine schermen aan de zijkant van de stengel, tegenover een blad. In gazons kruipt de plant over de grond maar op Texel zag ik hem groeiend in hagen langs de dijk. De stengel is vrij stijf. Verder is de plant behoorlijk aanliggend behaard.

De bloeiwijze staat tegenover een blad

Kijk dus de komende tijd eens wat meer en grondiger naar die saaie gazons bij u in de gemeente. Mogelijk is er wat bijzonders waar te nemen.

Liggende ganzevoet

Het najaar is de tijd van de ganzenvoeten. Graag ga ik dan met de plantenwerkgroep lekker langs de uiterwaarden struinen en kom je al die leuke ganzenvoeten tegen. Maar ook in de stad zie je regelmatig diverse soorten ganzenvoeten, zoals ook deze Liggende ganzenvoet.

Al een aantal jaar staat op een bepaald deel van een straat in Deventer diverse planten van de Liggende ganzenvoet (Chenopodium pumilio). Nou ja, liggend, niet direct, op die paar planten na waaroverheen gelopen wordt. Deze soort behoort samen met Druifkruid en Welriekende ganzenvoet tot het (sub)genus Dysphania, de beklierde ganzenvoeten.

Habitus liggende ganzenvoet

Liggende ganzenvoet is van oorsprong afkomstig uit Australië en Nieuw-Zeeland en wordt ook tot de wol-/graanadventieven gerekend. Volgens de website alienplantsbelgium , waar de soort overigens Dysphania pumilio wordt genoemd, wordt de soort veel waargenomen in havens, op spoorwegemplacementen en in de buurt van graanverwerkingsbedrijven. Blijkens de genoemde site is het een soort die efemeer is, ofwel kan zichzelf maar zeer kort handhaven. Nou …. dat valt te bezien, mijn eerste waarneming op dezelfde plek is zeker al 5 jaar geleden. Bovendien is aan de titel van de blog op deze site met de naam “al tien jaar liggend aan de voet van de kerk” op te maken dat 10 jaar toch best al een tijdje is. Binnen het stedelijk gebied handhaaft de soort zich echter prima en kan het als een ingeburgerde soort worden beschouwd.

In Nederland is de soort vooral te vinden op de zandstrandjes langs de grote rivieren. Het is een uitgesproken warmteminnende pionier van stikstofrijke verstoorde bodems. Even verderop in de straat is in verband met bouwwerkzaamheden ‘gerommeld’. Daar zijn ze dan ook niet 15 cm hoog, maar zomaar een halve meter. Het effect van de standplaats is vrij duidelijk. In het verrommelde deel hebben de planten alle ruimte en liggen ze zeker niet, zijn de planten zelfs groot te noemen, met een mooie driehoekige vorm.

Dé verschillen tussen zijn directe verwant, waar de soort erg op lijkt, Druifkruid (Chenopodium botrys), zijn de compacte ronde kluwens met bloemen in de bladoksel en de gele klierharen op de onderkant van het blad. De vaak liggende habitus is bij deze populatie bepaald niet het meest opvallende kenmerk.

Een echte stadsplant

 

Ere die ere toekomt

Ereprijs heeft zijn ere zonder twijfel te danken aan de blauwe kleur van de bloemen van de meeste ereprijssoorten. Blauw is al een kleur die bij bloemen niet veel voorkomt en het blauw van sommige ereprijssoorten is wel heel opvallend hemels helder.

Dat laatste geldt zeker voor de soort die ik begin september aantrof in Bavel op de stoep. Ik noemde hem na enig dubben, aarereprijs (Veronica spicata). Voor de zekerheid heb ik hem toch maar op waarneming gezet. Na wat heen en weer gepraat, zei Niels Eimers dat ik deze plant , op grond van de dubbel gezaagde bladeren, gerust lange ereprijs (Veronica longifolia) mocht noemen. Daar houden we het dus maar op. Aarereprijs en lange ereprijs worden beide als tuinplant gezet en verwilderen beide. In Heukels 23ste druk wordt gezegd dat de vondsten buiten het rivierengebied, meestal kruisingen zijn. Stiekum denk ik dat nog steeds van mijn vondst, maar ja Niels he?

Het blad van ereprijs zou onderscheidend zijn

De betekenis van de geslachtsnaam ‘Veronica’ is niet duidelijk. Een aantal auteurs houdt het erop dat de bloemen zijn vernoemd naar de heilige Veronica. Redenen daarvoor worden niet verstrekt en de verklaring lijkt mij daarom dubieus. Een andere lijn is dat de naam verwijst naar het uiterlijk van de plant, dat , mooi’, ‘waar’ of ‘uniek’ zou zijn. Dat lijkt meer plausibel, maar hoeft daarom nog niet waar te zijn. Een mooie naam voor een mooi geslacht planten, maar met een naam in geheimen gehuld, wat het nog mooier maakt.

De soortaanduidingen zijn simpeler. ‘Spicata’ betekent aar, en ‘longifolia’ betekent langbladig.

Ereprijs op straat

Probleemviolen

Je zou het niet zeggen, maar voor sommige mensen vormen prachtige plantjes als bosviooltjes toch een probleem.

Ergens op een stoep in een nieuwbouwwijk van Breda zag ik vanaf mijn fiets een blauwe gloed. Dichterbij gekomen bleek het om een ‘monocultuur’ van het bleeksporig bosviooltje (Viola riviniana) te gaan. Toen ik knielde op dat bed violen om er foto’s van te maken kwamen de aanwonenden tevoorschijn. Vindt u dat mooi? Ze vertelden dat ze al jaren probeerden van dat onkruid af te komen. Het stond niet alleen op de oprit maar ook al op de openbare weg. Of ik soms raad wist. “U mag ze allemaal hebben hoor!”.

Het bleke spoor is duidelijk te zien

Hoe komen daar nu zoveel van die planten terecht? Volgens de literatuur vormen Maartse viooltjes enorme tapijten door hun bovengrondse uitlopers, en bosviooltjes kunnen dat niet. Dan is het waarschijnlijk een kwestie van kiemkrachtige zaden.

 

Stadsplantensociologen? … ze bestaan! Een andere kijk op stadsplanten

Plantensociologisch onderzoek in Nijmegen; met een vegetatieopname rondom Behaard breukkruid (foto: Jan Jansen)

Het is druk op straat; wij begeven er ons, tegelijk ‘beweegt’ de flora zich daar . Een selecte groep planten is ‘streetwise’, terwijl het gros deze steenjungle mijdt. In deze observatie van voor- en afkeur ligt de kern van wat plantensociologie heet, het studieveld van vegetatiekundigen. Sommige planten lijken elkaar op te zoeken, anderen ontlopen elkaar, gaan schijnbaar niet samen. Voor wie dat mocht denken; de florawereld is niet zozeer een zaak min of onmin, waarbij planten elkaar zoeken of mijden. De plek, het milieu daar, selecteert en stuurt, trekt gelijkaardige soorten.

Vegetatiekundigen, snuffelend, speurend, kruipend over straat … en in de goot belandt (foto Wim van Wijngaarden)

Aan het voorkomen van wilde planten is veel af te lezen. Planten staan niet zomaar ergens, ze stellen allerlei eisen; de ondergrond doet ertoe, de mate van zon en schaduw, de zuurgraad, vochtigheid etc. Het geheel aan condities brengt soorten samen in wat we plantengemeenschappen noemen. Ieder landschap heeft zijn eigen gemeenschappen. Iedereen weet dat de flora van de duinen er anders uitziet dan pakweg die van Zuid-Limburg. Steden herbergen zo ook een eigen plantenwereld. In Nederland ligt de kennis van plantengemeenschappen, vergeleken met het buitenland, op een hoog niveau; het resultaat van een lange traditie. Opvallend is dat steden daarbij onderbelicht zijn. Het vegetatieonderzoek kent zo zijn tradities met een focus op natuurgebieden. Aan stadsvegetaties en stadsplantengemeenschappen werd voorbijgelopen.

Maar is er verandering te bespeuren. Floristen en vegetatiekundigen ontdekken meer en meer de stad als studiegebied. Naast spannende soorten, worden nu ook de boeiende stadsplantengemeenschappen gezien. 2018 markeert een kentering, voor het eerst richtte de Plantensociologisch Kring Nederland (PKN) zich op het stedelijk gebied met een aftrap in vijf steden. De excursies zorgde voor veel nieuws, mooie beelden van groepen floristen, vegetatiekundigen, rondrijdend op OV-fietsen, snuffelend, speurend in tuingangen, kruipend over straat … maar bovenal veel vegetatieopnames in bijzondere stedelijke biotopen. Het maken van opnames is secuur werk. Het gaat om het bemonsteren van een begrensde plek , een typisch stadsbiotoop met bijhorende vegetatie (het proefvlak). Alle groeiomstandigheden worden genoteerd, zoals type ondergrond, de mate van schaduw/zon en de samenstelling en ‘verschijningsaard’ van de flora. Naast alle soorten, worden bijvoorbeeld ook de bedekking van de planten en de hoogte daarvan meegenomen.

In vijf steden waren er in 2018 speciale plantensociologische excursies
Knopige ooievaarsbek, nieuw inburgerend in Nederland, een kenmerkende soort voor tuingangen.

Met dit werk komt er meer zicht op hoe de stadsplantengemeenschappen eruit zien, wat de karakteristieken zijn en welke soorten daarin thuishoren, kenmerkend zijn. Het levert nieuwe beelden op, contouren van stadsplantengemeenschappen rondom Stokroos of rijke ‘tuingangengemeenschappen’ met Slaapkamergeluk, Schijnpapaver, Gele helmbloem  en vele begeleiders, waaronder Groot nagelkruid, Muursla, Bleke basterdwederik, Schijnaardbei, Glanzige en Knopige ooievaarsbek. Een groene wereld om nader te beschrijven.