Home » Archieven voor februari 2019

Maand: februari 2019

Solanum chenopodioides, daar moeten er meer van zijn!

In Millingen aan de Rijn (Gelderland) liep ik langs een bedrijf dat zeecontainers aan land haalt. Daar vond ik een afwijkende Nachtschade die ik niet herkende. Ik heb wat materiaal verzameld en flink wat foto’s gemaakt. Eenmaal thuis was de soort vrij snel op naam gebracht met wat hulp van een buitenlandse determinatiesleutel. Het bleek om Solanum chenopodioides te gaan. Er bleken geen recente waarnemingen van te zijn, maar in het verleden is de soort al vaker aangetroffen. Ik deelde mijn foto’s op Facebook en al gauw volgden maar liefst vijf nieuwe vindplekken van de soort, verspreid door het land (Duffelt, Nijmegen x2, Rijswijk & Amsterdam). In België is de soort ook al diverse keren gevonden. De soort lijkt sterk op de zeer algemeen voorkomende Solanum nigrum (Zwarte nachtschade) en is daardoor vermoedelijk veel over het hoofd gezien. Door de soort wat meer aandacht te geven, hoop ik dat deze komend jaar op een stuk meer plaatsen ontdekt zal worden.

Solanum chenopodioides met de zwarte vlek aan de basis van de kroonbladen. Alleen zichtbaar aan de binnenzijde van de bloem.

De kenmerken:
Solanum chenopodioides verschilt van Zwarte nachtschade in veel subtiele kenmerken. De bladeren zijn dicht aanliggend behaard, waardoor het blad een doffe kleur krijgt. Bij Zwarte nachtschade is deze beharing veel spaarzamer. Vervolgens zijn bij Solanum chenopodioides de bladeren meestal volledig ongelobd en met een afgeronde bladpunt. De onderste bladen mogen wel licht gelobd zijn. Bij Zwarte nachtschade zijn meestal alle bladen sterk gelobd met spitse bladpunt. Verder zijn bij Solanum chenopodioides de bessen dof, paarszwart en kleiner. Bij Zwarte nachtschade zijn de bessen glimmend, zwart en iets groter. Nog een opvallend verschil is dat bij Solanum chenopodioides de kroonbladen een zwarte vlek aan de basis hebben. Deze ontbreekt bij Zwarte nachtschade. Ten slotte is Solanum chenopodioides een stuk winterharder dan Zwarte nachtschade en blijft daardoor veel langer groen. Mijn tweede vondst van de soort bleek zelfs een verhoute stengel te hebben van 50 cm hoog en 2 cm dik.

Solanum chenopodioides met doffe, paarszwarte bessen.

 

Solanum chenopodioides met dichte, aanliggende beharing, ongelobd blad en afgeronde bladtop.

 

Solanum chenopodioides in een tijd dat Solanum nigrum al lang verdwenen is. De plant is hier meerjarig, te zien aan de verhoute stengel.

Stadsschoonheden

 

Niet bepaald een plant waarbij je denkt dat je die in de stad tegenkomt. Wel dus! De Brede wespenorchis (Epipactis helleborine subs. helleborine) is op elke hoek van de straat en soms in uw eigen tuin te vinden.

Dit heeft enige uitleg nodig. Zo’n 3/4 van al onze plantensoorten gaat een symbiose (samenwerking) aan met bodemschimmels (mycorrhiza). Van de meeste planten hebben de zaden genoeg reserve om tot volledige vruchtontwikkeling te komen. Er is dus tijd genoeg om een symbiose plaats te laten vinden. Een uitzondering zijn de zaden van orchissen. Deze planten hebben geen reserve. Er is meestal te weinig tijd voor de orchiszaden om een symbiose aan te gaan met de bodemschimmels. Alleen in heel specifieke milieus dringt een schimmeldraad in het zaad en maakt zo kieming mogelijk. De meeste orchissen parasiteren daarna in feite op de schimmel.

Dit is ook de reden dat het uitsteken van orchissen niet werkt. Die mooie uitgestoken orchis komt nooit tot bloei door het ontbreken van de schimmel, dan wel het afsterven ervan. De meeste schimmels zijn heel gevoelig voor kunstmestachtige stoffen. De Brede wespenorchis is lijkt een uitzondering.

Hij stelt kennelijk minder zware eisen aan de bodemsamenstelling dan veel andere orchissen. Een schaduwrijk plekje onder aan een boom of in de tuin is vaak genoeg. Verder is opvallend dat de bloeitijd niet het het hoogtepunt betreft van veel andere orchissen, namelijk juni, maar juist iets later. In juli zie je de meeste bloeiende exemplaren. Maar planten die echt in de schaduw staan bloeien pas in augustus.

De bestuiving gebeurt door via insecten. De naam zegt het al. De limonadewesp (Vespa vulgaris), zeg maar onze huis-tuin-en keukenwesp, zorgt hier voor.

Rietorchis en/of Brede orchis

De Riet/Brede orchis is ook een geval van een orchidee die je in het stedelijk gebied kan tegenkomen. Ik noem beide namen omdat het best wel moeilijk is deze twee planten uit elkaar te houden. Ook kruisen ze vaak met elkaar. Hier in Gouda heeft deze plant ook profijt van de Grote ratelaar (Rinhanthus angustifolius). Deze plant groeit hier erg veel in wegbermen is een halfparasiet. Dat wil zeggen dat de Ratelaar parasiteert op diverse grassen om te groeien. Hierdoor krijgen deze grassen geen kans om erg hoog te worden en kan de Riet/Brede orchis zich goed uitbreiden.

 

 

 

Liggende ganzerik op de Welle

Deventer ligt aan de IJssel, en op de overgang tussen IJssel en de stad ligt de Welle. Dat is eigenlijk de naam van de straat die zo af en toe, bij heel extreem peil, overstroomt. Er is echter ook een wat lager deel dat het Wellepad wordt genoemd. Het ligt zo’n twee meter lager en dat overstroomt veel vaker; jaarlijks minstens een keer. Het overstroomt bij een waterhoogte van meer dan 4.50 m-NAP (zie ook https://www.deventer.nl/hoogwater) . Dat hoge water zorgt voor aanvoer van van alles en nog wat, waaronder zaden van planten. Het Wellepad heeft allerlei hoekjes die altijd weer leuke vondsten opleveren. Liggende ganzerik bijvoorbeeld. Het is niet ieder jaar present, maar in 2018 op zeker vijf plaatsen op het Wellepad.

Liggende ganzerik aan het Wellepad
Liggende ganzerik aan het Wellepad, met een van de kunstwerken. Boven de muur rechts loopt de Welle, één van de toegangswegen tot het noordelijk deel van Deventer.

Liggende ganzerik (Potentilla supina) is een vrij zeldzame soort die vrijwel geheel aan het Rijnstroomgebied is verbonden. De ‘Ruimte voor de rivier-projecten’ die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd ten Zuiden en Noorden van Deventer hebben geresulteerd in vele plaatsen waar pioniervegetaties goed van geprofiteerd hebben. Volgens de verspreidingsatlas is Liggende ganzerik steeds vaker te vinden, soms ook wel buiten het rivierengebied of zoals in Deventer, naast de Welle ook op een terrein van de gemeente, waar opslag van bestratingsmateriaal plaatsvindt. Hier werd de Liggende ganzerik overigens naast Noorse ganzerik gevonden.

De Nederlandse Oecologische Flora (deel 2 vanaf pagina 81) meldt dat Liggende ganzerik voor 1950 aan de IJssel alleen aan de IJsselmonding bij Kampen voor kwam. Vermoed wordt dat de verzilting van het Rijnwater, door lozing van Kalimijnen in Frankrijk, heeft bijgedragen aan toename en verdere verspreiding van Liggende ganzerik in het Rijnstroomgebied.

Liggende ganzerik aan het Wellepad
Detail van Liggende ganzerik aan het Wellepad

Het geslacht Ganzerik/Potentilla behoort tot de familie van de rozen.  Heel herkenbaar: vijf kroonbladen en vijf kelkbladen. Op de Wateraardbei na hebben alle Nederlandse ganzerikken gele bloemen. Verder is de combinatie van liggende habitus, de veervormige bladen -alleen Zilverschoon heeft dat ook- en de kroonbladen die nauwelijks groter zijn dan de kelkbladen, typisch voor Liggende ganzerik.

Explosieve exoot

Midden in oude binnenstad van Breda ligt het Begijnhof. Daar wordt een prachtige kruidentuin onderhouden. Vanwege de de bezoekers worden de paden rond de tuin schoongehouden van wilde planten en ontsnapte planten uit de perken. Heel soms ontkomt een zaadje aan het smoren in de wieg. In dit geval waarschijnlijk omdat het net binnen een privédomein terecht was gekomen, al blijft zoiets in een begijnhof, moeilijk af te bakenen.

veilig op privéterrein ?

De plant in kwestie is de springkommer (Ecballium elaterium). Hij behoort tot de komkommerfamilie, hetgeen ook aan de bloem is te zien.

komkommerachtiige bloem

De plant is thuis in het gehele gebied rond de Middellandse Zee. Wie daar wel eens is geweest, weet dat springkomkommer daar groeit als onkruid. Liefst op ruderale plekken, naast de weg, parkeerplaatsjes met steenslag, e.d.

De plant ontleent zijn naam aan het feit dat als de rijpe vrucht neerploft, de zaden explosief worden weggeslingerd. Veel leuker is, als de rijpe vrucht nog hangt, een kind te vragen in de vrucht te knijpen. Pang!

De vrucht is giftig, dus het kind moet wel gereinigd worden en een aai over de bol voor de schrik.

harige bladeren met hartvormige voet

De wetenschappelijke naam Ecballium elaterium betekent tweemaal ‘uitwerpen’ . Eenmaal in het Grieks en eenmaal in het Latijn.