Home » Archieven voor maart 2019

Maand: maart 2019

Wenkbrauw van Venus

Deze mooie naam wordt wel gegeven aan het blad van Duizendblad (Achillea millefolium).
Bij heel gewone planten ga je vaak de schoonheid pas ontdekken als je hem van dichtbij bekijkt. De bladeren van Duizendblad zijn werkelijk prachtig. Het lijkt alsof het in duizend stukjes is verdeeld.
Als je het fijnwrijft ruik je een kenmerkende geur.

Duizendblad is een algemeen voorkomende plant. Je vindt het vooral in de berm. In 2018 is de oplettende plantenliefhebber vast opgevallen dat de plant zich goed kan handhaven bij droogte. Sommige grasveldjes leken wel duizendbladveldjes geworden.

Het prachtig geveerde blad

Ik vond het eigenlijk nooit zo mooi. Net niet wit genoeg, niet opvallend genoeg, misschien zijn de bloemetjes te klein? Maar toen ik eens een close-up-opname van de bloem zag, herkende ik het eerst niet eens! Zó ben je dan gewend aan het totaalbeeld.

Toch is Duizendblad bijzonder. Dat zit hem in de manieren waarop mensen deze plant al eeuwenlang gebruiken. De naam ‘Achillea’ komt van de Griekse held Achilles, bekend uit de Trojaanse oorlog, die deze plant gebruikt zou hebben om de verwondingen van zijn soldaten te genezen.

De Chinezen gebruiken 50 stuks van de  gedroogde en stevige stengels van Duizendblad bij het raadplegen van het orakelboek I-tjing.

De blaadjes zijn dit voorjaar alweer tevoorschijn gekomen. Zo’n vers blaadje kun je gebruiken bij een wondje, het werkt bloedstelpend. Op de bloemen moeten we nog even wachten tot mei/juni. De plant kan heel lang doorbloeien, tot tijdens de winterplantenjacht.
Rudolf Steiner, de grondlegger van de BD-landbouw, gebruikt Duizendblad ook, als één van de preparaten voor de composthoop. Volgens hem is deze plant heel belangrijk voor de tuin. Met zijn antenne-achtige blaadjes zouden namelijk kosmische krachten worden opgevangen. Daardoor groeien planten in de buurt van Duizendblad beter, en zijn ze minder snel ziek. De buurplantjes zouden ook een betere geur en smaak krijgen.

Duizendblad heeft véél bloemhoofdjes

Vroeger werd de plant ook in de keuken gebruikt, om gerechten een pittig smaakje te geven. Ook in bier kan het vanwege de bittere smaak nuttig zijn.
En al sinds de Bronstijd wordt het gebruikt om wol geel te verven.

Er worden nog veel meer geneeskrachtige werkingen aan toegeschreven: bij problemen met de bloedvaten, spijsverteringsklachten, menstruatieproblemen, om aan te sterken en nog veel meer. Het is geen onschuldig middeltje: het maakt je gevoelig voor zonlicht, en het bevat cyanidine, een blauwzuurachtige stof. Aangeraden wordt om het niet langer dan drie weken achter elkaar te gebruiken. Een paar blaadjes door de sla in het voorjaar kan natuurlijk best. Ga je gang!

Meer Smeerwortel

 

De gewoonste smeerwortel is de Gewone smeerwortel. Het is een grote plant die grote aantrekkingskracht op met name hommels uitoefent. Toen ik mee ging doen aan ‘herken de plant bij de hommel’ herkende ik dan ook vele malen smeerwortel.  Ze kan paarse, roze tot bijna witte bloemen hebben. Je vindt deze plant ook in stad; ze groeien op vruchtbare, vochtige grond op lichtelijk ruderale plaatsen tussen allerlei andere grote planten als Grote brandnetel en Koninginnenkruid.

Gewone smeerwortel is meestal paars, maar soms bijna zuiver wit zoals deze te Boom (B.)

Maar als we het over stadse smeerwortels hebben komt al snel een heel scala aan andere soorten die je er verwilderd kan aantreffen in beeld. Ze zijn niet allemaal even makkelijk herkenbaar.

Bij deze Bastaardsmeerwortel loopt de bladrand af op de stengel.

Als eerste wil ik blauwbloemige smeerwortels behandelen.  De zeldzaamste is Ruwe smeerwortel. Bij deze, en dat is een heel belangrijk kenmerk, lopen de bladranden niet af op de stengel.  Of deze in zuivere vorm te vinden is, is wel de vraag, want de kruising Bastaardsmeerwortel, met wel aflopende bladranden, is waarschijnlijk de gewoonste. In België is dit een vrij zeldzame, in Nederland een zeldzame plant.

Kaukasische smeerwortel (S. caucasicum) is ook een (fel) blauwbloeiende soort, maar is meestal een lagere plant. De kelk is ook minder ingesneden dan bij Bastaardsmeerwortel. Het blad loopt zeer kort af op de stengel.

Kruipende smeerwortel met rode knoppen en kelkbladeren

Dan zijn er een stel kruipende smeerwortels die nu, in maart/april, ook al in bloei staan.  Kruipende smeerwortel (S. grandiflorum) is een algemene tuinplant. Het is een lage, zich zeer makkelijk uitbreidende plant en vaak wat zwarte punten op het blad en rode onderdelen: kelk en knoppen. Eenmaal ‘in de natuur’ weggegooid, kan de plant grotere vlakken maken.

Hidcote-smeerwortel met de wat vuilige blauwroze bloemen

Even gewoon is een zeer op Kruipende smeerwortel gelijkend taxon. Het betreft de meervoudige kruising Hidcote-smeerwortel (S. x hidcotense).  Het belangrijkste onderscheid is de kleur van de bloemen, een beetje vuilblauwroze, maar de plant is ook gemiddeld iets groter dankzij invloed van de ouder , en zelf al een kruising, Bastaardsmeerwortel.  Met Kruipende smeerwortel, de andere ouder, heeft ze die zwarte punten op het blad gemeen, de rode knoppen en natuurlijk het kruipende karakter. 

Moeilijker zijn de opgaande geel en bijna witbloeiende soorten.  Knolsmeerwortel (S. bulbosum) is daarvan de makkelijkst herkenbare soort door de uit de bloemkroon stekende stempel en keelschubben.  Knolsmeerwortel is op twee plaatsen in Nederland aangetroffen.

Symphytum tuberosum in Zuid-Frankrijk langs een bergbeek. Komt waarschijnlijk niet voor in Nederland en België

S. tuberosum wordt wel eens gemeld, maar dit is mogelijk nooit juist.  Het kan ook zijn dat de naam met S. bulbosum wordt verward, maar deze laatste is ook ultiem zeldzaam als verwilderde plant. Beide soorten hebben in ieder geval ‘tubers’.  S. tuberosum is een opgaande plant met eenkleurig wat zachtharig groen blad en zuiver gele bloemen. Mogelijk komt deze plant dus niet verwilderd voor in Nederland en België. Het is een inheemse plant uit Midden- en Zuid-Europa en zelfs in tuinen heb ik de plant nog nooit gezien.

Symphytum orientale te Thorn 2007. Pas nu herkend door nazicht van mijn foto-archief.

Vrijwel witbloeiende en sterk vertakte planten zonder aflopend blad kun je ook in twee soorten opdelen.   Een belangrijk onderscheid is de insnijding van de kelk. Bij Symphytum tauricum, momenteel slechts bekend van 1 plaats te Haarlem, is deze tot op de basis ingesneden. Bij S. tauricum is de bloemkroon ook veel langer. De veel minder ingesneden soort is Symphytum orientale. Deze was nog niet bekend uit Nederland en België, maar omdat ik voor dit artikel in mijn foto-archief aan het browsen was,  ontdekte ik op 1 van mijn foto’s van smeerwortel een plant van Thorn uit 2007 die vrijwel zeker Symphytum orientale moest zijn.

 

 

Pruimen zoeken

De sleedoorn (Prunus spinosa) is een van de vroegst bloeiende struiken. Begin maart kon je hem dit jaar al in bloei aantreffen. Het is daarom een waardevolle plant voor de vroege wilde bijen zoals allerlei hommelkoninginnen en diverse zandbijsoorten. De bloemen verschijnen in grote aantallen en eerder dan de bladeren, waardoor je prachtig wit oplichtende bloemenwolken ziet in de berm of aan de bosrand. Het effect is zo mooi omdat de takken van de sleedoorn zelf zwartachtig zijn en de naaststaande bomen nog geen blad hebben. De sleedoorn wordt tot drie meter hoog.

De sleedoornstruik maakt een bossige indruk

Hij  behoort tot het geslacht Prunus, waartoe ook de zoete kers (Prunus avium), de kerspruim (Prunus cerasifera) en de pruim (Prunus domestica) toe behoren. De sleedoorn vormt gemakkelijk bastaarden met de gewone pruim. Men vermoedt dat er ook spontane bastaarden zijn met de kerspruim. De hybriden zijn vruchtbaar en variabel meldt Heukels’ flora. Ook in Breda daarvan zijn daarvan voorbeelden te vinden o.a. bij het viaduct bij Bavel. Daar staan op het moment van schrijven van dit stuk, 10 maart 2019, een tiental struikachtige bomen te bloeien in wit maar ook in roze en gegarandeerd zaailing. Zelf ben ik verleden jaar begonnen met het fotograferen van de bloei van een paar bomen en daarna met het fotograferen van het blad. Vervolgens vergeten naar de vruchten te kijken.. Bij het vergelijken van blad en bloem onlangs sloegen de twijfels toe. Zou er geen sprake kunnen zijn van meer soorten hybriden?

Alle oude foto’s opgeruimd en opnieuw begonnen met de registratie: nu per boom en later beslist ook de vruchten. Meer nieuws over hybriden moet even wachten.

De naam komt van de blauwe kleur

De wetenschappelijke geslachtsnaam naam ‘Prunus’ is afkomstig van het Griekse ‘prune’ en betekent ‘pruim’. De soortaanduiding ‘spinosa’ betekent doornig. In de Nederlandse naam ‘sleedoorn’ heeft ‘slee’ de oerbetekenis ‘blauw’. Het woord ‘slee’ is verwant aan het Slavische ‘sliva’ dat pruim betekent. Denk aan ‘slivowitz’ = pruimenjenever.

Proost!

 

Klimmen met haakjes

In 2016 namen we met de Rotterdamse Florawerkgroep een kijkje op de Protestantse begraafplaats Charlois als onderdeel van een kilometerhok dat we inventariseerden. De paden en de grafplekken leverden niet veel bijzonders op: er was druk geschoffeld. Maar, door een buxusheg groeide een klimplant die onze aandacht trok: zowel de bladrand als de hoofdnerf van het blad en de stengels waren bezet met haken; hiermee kan de plant zich vasthaken en omhoog klimmen.

Vrouwelijke bloem van de ‘Stekelwinde’ – Smilax aspera 
foto: André de Jongh

Ik herkende de plant als ‘Smilax’, niet omdat ik die uit het wild kende, maar omdat ik daar als kind veel historische afbeeldingen van had gezien. Toen ik klein was organiseerde mijn vader namelijk af en toe een avondje waarin hij aan bezoek de geschiedenis van botanische boekillustraties liet zien. Om de veranderende conventies en technieken (houtdruk, kopergravure, lithografie, etc.)  rond botanische illustraties door de eeuwen heen te laten zien haalde hij allerlei oude boeken uit de kast en gebruikte hij onder andere Smilax aspera als voorbeeld. Smilax aspera is namelijk in vele natuurhistorische boeken terug te vinden omdat de wortels als geneesmiddel werden gebruikt.

Smilax aspera (vrouwelijke plant) in vrucht.
Foto genomen in de Cevennen, Frankrijk

Smilax aspera heeft als onofficiële Nederlandse naam ‘Stekelwinde’, zo wordt de plant in ieder geval genoemd in Dodoens Cruijdeboek uit 1554. Stekelwinde wordt niet aangeboden als tuinplant maar is inheems in het mediterrane gebied, delen van Afrika en Azië. Hoe de ‘Stekelwinde’ op de begraafplaats terecht is gekomen zullen we wel niet meer achterhalen, mogelijk meegekomen met plantgoed of door trekvogels in hun ingewanden vervoerd en hier uitgepoept. Smilax aspera is de afgelopen jaren nog op twee andere plekken in Nederland opgedoken: in 2014 in een tuin in Rotterdam en in 2009 op een begraafplaats in Amsterdam.

In 2018 is André de Jongh terug geweest om te zien of de ‘Stekelwinde’ zich op deze plek handhaaft. Dat bleek het geval te zijn: hij groeide over en door de Buxusheg tussen twee graven. Alleen was de Buxus in 2018 wel sterk aangetast door de Buxusmot. Als de Buxus deze aantasting niet overleeft en wordt gerooid, is de kans groot dat de ‘Stekelwinde’ op deze plek verdwijnt.

De groeiplek van de ‘Stekelwinde’ – Smilax aspera op de protestantse begraafplaats Charlois – foto: André de Jongh

Het grasveld is een slagveld.

Toen mijn jongens klein waren keken ze wel eens naar de tekenfilmserie “Pinky and the Brain”. In deze serie probeerde Brain, een muis, “to take over the world”. Hier moest ik aan denken toen na de droogte van afgelopen zomer hele stukken grasveld bedekt werden met Zachte ooievaarsbek (Geranium molle). Het was een echt opvallend verschijnsel en het verbaasde me dat er in floristische kringen geen aandacht aan werd besteed. Alleen in het blad Planten van Floron stond een kleine stukje over de “massale ontkieming van enkele éénjarige Geraniumsoorten in zandige bermen”. De planten konden daar ontkiemen omdat er open plekken in de grasmat waren ontstaan.

Massale ontkieming van Zachte ooievaarsbek.

Nu is deze massale ontkieming misschien wat extreem, al lang is er volgens mij sprake van een soort transitie in grazige bermen en gazons. Werden die plekken vroeger, op wat Madeliefjes en Paardenbloemen na, bevolkt door grassen, tegenwoordig lijkt er een ware strijd om de macht gaande. Wat de reden daarvan is is mij niet geheel duidelijk. Mogelijk werd er vroeger vergif gebruikt tegen zogenaamde onkruiden, vergif dat nu niet meer gebruikt wordt. Dat vergif is overigens nog steeds te koop bij Tuincentra; bijvoorbeeld Pokon Onkruid Weg. Dat mogen ze wat mij betreft in de ban doen.

Een drukte van belang.

Wat zijn dan wel de vijanden van ons gras, het vredige gras waarop we vroeger voetbalden of naar de wolken lagen te kijken. Die vijanden zijn een heel aantal over het algemeen kleine plantjes. Voorbeelden, die je ook op de foto’s kan zien zijn de reeds genoemde Zachte ooievaarsbek, Paarse dovenetel, Vogelmuur, Duizendblad, Reigersbek, Schijnaardbei en Kluwenhoornbloem. Maar ook zeldzamere soorten kan je er vinden. Zoals de reeds eerder in dit blog door mij beschreven Knopig doornzaad en Liggend hertshooi. Ik heb zelfs het lieflijke Slaapkamergeluk een aanval op het gras zien doen. Tenslotte zijn er ook de mossen als bijvoorbeeld Haakmos dat soms massaal in het grasveld staat. En al die planten strijden om een plek. Vandaar de titel van dit stuk. Het grasveld is een slagveld geworden. Ik ben benieuwd hoe het er straks uitziet als al die plantjes gaan bloeien.