Maand: maart 2019

Pruimen zoeken

De sleedoorn (Prunus spinosa) is een van de vroegst bloeiende struiken. Begin maart kon je hem dit jaar al in bloei aantreffen. Het is daarom een waardevolle plant voor de vroege wilde bijen zoals allerlei hommelkoninginnen en diverse zandbijsoorten. De bloemen verschijnen in grote aantallen en eerder dan de bladeren, waardoor je prachtig wit oplichtende bloemenwolken ziet in de berm of aan de bosrand. Het effect is zo mooi omdat de takken van de sleedoorn zelf zwartachtig zijn en de naaststaande bomen nog geen blad hebben. De sleedoorn wordt tot drie meter hoog.

De sleedoornstruik maakt een bossige indruk

Hij  behoort tot het geslacht Prunus, waartoe ook de zoete kers (Prunus avium), de kerspruim (Prunus cerasifera) en de pruim (Prunus domestica) toe behoren. De sleedoorn vormt gemakkelijk bastaarden met de gewone pruim. Men vermoedt dat er ook spontane bastaarden zijn met de kerspruim. De hybriden zijn vruchtbaar en variabel meldt Heukels’ flora. Ook in Breda daarvan zijn daarvan voorbeelden te vinden o.a. bij het viaduct bij Bavel. Daar staan op het moment van schrijven van dit stuk, 10 maart 2019, een tiental struikachtige bomen te bloeien in wit maar ook in roze en gegarandeerd zaailing. Zelf ben ik verleden jaar begonnen met het fotograferen van de bloei van een paar bomen en daarna met het fotograferen van het blad. Vervolgens vergeten naar de vruchten te kijken.. Bij het vergelijken van blad en bloem onlangs sloegen de twijfels toe. Zou er geen sprake kunnen zijn van meer soorten hybriden?

Alle oude foto’s opgeruimd en opnieuw begonnen met de registratie: nu per boom en later beslist ook de vruchten. Meer nieuws over hybriden moet even wachten.

De naam komt van de blauwe kleur

De wetenschappelijke geslachtsnaam naam ‘Prunus’ is afkomstig van het Griekse ‘prune’ en betekent ‘pruim’. De soortaanduiding ‘spinosa’ betekent doornig. In de Nederlandse naam ‘sleedoorn’ heeft ‘slee’ de oerbetekenis ‘blauw’. Het woord ‘slee’ is verwant aan het Slavische ‘sliva’ dat pruim betekent. Denk aan ‘slivowitz’ = pruimenjenever.

Proost!

 

Klimmen met haakjes

In 2016 namen we met de Rotterdamse Florawerkgroep een kijkje op de Protestantse begraafplaats Charlois als onderdeel van een kilometerhok dat we inventariseerden. De paden en de grafplekken leverden niet veel bijzonders op: er was druk geschoffeld. Maar, door een buxusheg groeide een klimplant die onze aandacht trok: zowel de bladrand als de hoofdnerf van het blad en de stengels waren bezet met haken; hiermee kan de plant zich vasthaken en omhoog klimmen.

Vrouwelijke bloem van de ‘Stekelwinde’ – Smilax aspera 
foto: André de Jongh

Ik herkende de plant als ‘Smilax’, niet omdat ik die uit het wild kende, maar omdat ik daar als kind veel historische afbeeldingen van had gezien. Toen ik klein was organiseerde mijn vader namelijk af en toe een avondje waarin hij aan bezoek de geschiedenis van botanische boekillustraties liet zien. Om de veranderende conventies en technieken (houtdruk, kopergravure, lithografie, etc.)  rond botanische illustraties door de eeuwen heen te laten zien haalde hij allerlei oude boeken uit de kast en gebruikte hij onder andere Smilax aspera als voorbeeld. Smilax aspera is namelijk in vele natuurhistorische boeken terug te vinden omdat de wortels als geneesmiddel werden gebruikt.

Smilax aspera (vrouwelijke plant) in vrucht.
Foto genomen in de Cevennen, Frankrijk

Smilax aspera heeft als onofficiële Nederlandse naam ‘Stekelwinde’, zo wordt de plant in ieder geval genoemd in Dodoens Cruijdeboek uit 1554. Stekelwinde wordt niet aangeboden als tuinplant maar is inheems in het mediterrane gebied, delen van Afrika en Azië. Hoe de ‘Stekelwinde’ op de begraafplaats terecht is gekomen zullen we wel niet meer achterhalen, mogelijk meegekomen met plantgoed of door trekvogels in hun ingewanden vervoerd en hier uitgepoept. Smilax aspera is de afgelopen jaren nog op twee andere plekken in Nederland opgedoken: in 2014 in een tuin in Rotterdam en in 2009 op een begraafplaats in Amsterdam.

In 2018 is André de Jongh terug geweest om te zien of de ‘Stekelwinde’ zich op deze plek handhaaft. Dat bleek het geval te zijn: hij groeide over en door de Buxusheg tussen twee graven. Alleen was de Buxus in 2018 wel sterk aangetast door de Buxusmot. Als de Buxus deze aantasting niet overleeft en wordt gerooid, is de kans groot dat de ‘Stekelwinde’ op deze plek verdwijnt.

De groeiplek van de ‘Stekelwinde’ – Smilax aspera op de protestantse begraafplaats Charlois – foto: André de Jongh

Het grasveld is een slagveld.

Toen mijn jongens klein waren keken ze wel eens naar de tekenfilmserie “Pinky and the Brain”. In deze serie probeerde Brain, een muis, “to take over the world”. Hier moest ik aan denken toen na de droogte van afgelopen zomer hele stukken grasveld bedekt werden met Zachte ooievaarsbek (Geranium molle). Het was een echt opvallend verschijnsel en het verbaasde me dat er in floristische kringen geen aandacht aan werd besteed. Alleen in het blad Planten van Floron stond een kleine stukje over de “massale ontkieming van enkele éénjarige Geraniumsoorten in zandige bermen”. De planten konden daar ontkiemen omdat er open plekken in de grasmat waren ontstaan.

Massale ontkieming van Zachte ooievaarsbek.

Nu is deze massale ontkieming misschien wat extreem, al lang is er volgens mij sprake van een soort transitie in grazige bermen en gazons. Werden die plekken vroeger, op wat Madeliefjes en Paardenbloemen na, bevolkt door grassen, tegenwoordig lijkt er een ware strijd om de macht gaande. Wat de reden daarvan is is mij niet geheel duidelijk. Mogelijk werd er vroeger vergif gebruikt tegen zogenaamde onkruiden, vergif dat nu niet meer gebruikt wordt. Dat vergif is overigens nog steeds te koop bij Tuincentra; bijvoorbeeld Pokon Onkruid Weg. Dat mogen ze wat mij betreft in de ban doen.

Een drukte van belang.

Wat zijn dan wel de vijanden van ons gras, het vredige gras waarop we vroeger voetbalden of naar de wolken lagen te kijken. Die vijanden zijn een heel aantal over het algemeen kleine plantjes. Voorbeelden, die je ook op de foto’s kan zien zijn de reeds genoemde Zachte ooievaarsbek, Paarse dovenetel, Vogelmuur, Duizendblad, Reigersbek, Schijnaardbei en Kluwenhoornbloem. Maar ook zeldzamere soorten kan je er vinden. Zoals de reeds eerder in dit blog door mij beschreven Knopig doornzaad en Liggend hertshooi. Ik heb zelfs het lieflijke Slaapkamergeluk een aanval op het gras zien doen. Tenslotte zijn er ook de mossen als bijvoorbeeld Haakmos dat soms massaal in het grasveld staat. En al die planten strijden om een plek. Vandaar de titel van dit stuk. Het grasveld is een slagveld geworden. Ik ben benieuwd hoe het er straks uitziet als al die plantjes gaan bloeien.