Home » Archieven voor augustus 2019

Maand: augustus 2019

Snoep- en snackplanten

Snacken is misschien niet goed voor de gezondheid, maar wel leuk voor de stadsflora, ten minste als je noten en vruchten snoept. In 2002 schreef Remko Andeweg in ‘Vreemde planten in Rotterdam’ al over de tomaat op straat als bijproduct van ‘broodjes gezond’.  Appelbomen die opkomen uit weggeworpen klokhuizen is ook een bekend fenomeen; zoals de oude appelboom op de kade van de Wijnhaven in Rotterdam. Maar er zijn nog veel meer voorbeelden van planten die dankzij ons snoepgedrag een geschikt plekje hebben weten te bemachtigen tussen de stoeptegels of in een plantsoen, zoals:

Kiwi – Actinidea deliciosa, aangetroffen op het Afrikaanderplein dat als marktplein functioneert | foto: Dick Hoek
  • Vijgen (Ficus carica): eind zeventiger jaren is de eerste verwilderde vijg in Nederland gevonden, nu duikt hij overal in het stedelijk gebied op, in Rotterdam zijn al tientallen waarnemingen van Vijg. Door de gestegen stadstemperatuur in Nederland kan de vijg hier nu goed overleven en we consumeren vast meer vijgen op straat dan vijftig jaar geleden.
  • Kiwi (Actinidia deliciosa): in 2005 werd Kiwi voor het eerst in Nederland verwilderd aangetroffen, door Remko Andeweg in Rotterdam. De afgelopen jaren kwamen daar een stuk of twintig waarnemingen bij. Juli 2019 vond onze Rotterdamse Florawerkgroep een Kiwi op het Afrikaanderplein; gevolg van de wekelijkse markt. Eerder vonden we Kiwi tussen de treinsporen van Rotterdam centraal. Hiervoor is het kiwizaad waarschijnlijk eerst een darmkanaal gepasseerd, dus past hij eigenlijk niet helemaal in dit verhaal.

    Kiemlingen van Dadelpalm – Phoenix dactylifera in plantenbakken met Buxusstruikjes rond de ingang van een moskee in Gouda, 2017
  • Dadels (Phoenix dactylifera): In 2017 vonden we tijdens een FLORON-stadsplantenexcursie in Gouda in diverse plantenbakken en tussen de straatstenen kiemlingen van Dadelpalm. Het zal geen toeval zijn dat dit vlakbij een moskee was. Moskeebezoekers zoeken na het nuttigen van een dadel een plek voor de pit en wat is er dan logischer dan die in een plantenbak duwen. De kiemlingen overleven in ons huidige klimaat de winter niet, dus een volwassen dadelpalm zit er voorlopig niet in.
  • Perzik (Prunus persica): In juni 2019 vonden we met de Rotterdamse Florawerkgroep een Perzikkiemplant in een plantenbak in Rotterdam-zuid. Perzik is waarschijnlijk ook een populaire strandsnack, want behalve waarnemingen in steden en langs de rivieren zijn er diverse planten bij strandopgangen aangetroffen.
  • Chia (Salvia hispanica): Chiazaad werd in korte tijd populair als superfood. In 2013 werden in Amsterdam en Groningen de eerste exemplaren van Chia tussen de straatstenen gevonden; intussen zijn er tientallen waarnemingen, vrijwel allemaal in het stedelijk gebied. Chia is een soort salie, een lipbloemige dus. De stengel is dan ook in doorsnee vierkant met opvallende, ronde hoekribben. Tot nu toe zijn er geen waarnemingen van bloeiende planten. Wel zijn er twee waarnemingen waarin bloeiwijzen te zien zijn; beiden uit november; chiazaad oogsten uit deze verwilderde planten zal er dus in het Nederlandse klimaat voorlopig nog niet in zitten.

    Perzik – Prunus persica opgekomen in een plantenbak in Rotterdam Zuid | foto: Josée van Oers

En waarom vinden we nou wel tomaat en geen komkommer op straat? Dat komt omdat we komkommers onrijp eten en omdat telers tegenwoordig rassen gebruiken met alleen vrouwelijke bloemen die niet bevrucht worden. Ik ben benieuwd welke aanvullingen op de snoep- en snackplantencollectie we de komende jaren nog tegen zullen komen.

Zie ook:

Het ruikt lekker in Den Haag.

Grote steden staan niet bepaald bekend als plaatsen waar het lekker ruikt. Met het vele verkeer is frisse lucht een zeldzaamheid. Daarom kan ik er erg van genieten als ik door een dennenbos loop en de geur van dennen opsnuif of in de duinen de zilte zeelucht.

Er zit echter verandering in de lucht. Onlangs vond iemand een aantal exemplaren van de Welriekende ganzenvoet (Chenopodium ambrosioides) in Den Haag. Ze groeien midden in de Schilderswijk, een wijk die landelijke bekendheid geniet als allochtonenwijk. De vinder houdt een herbarium van de Schilderswijk bij, een ontdekkingsreis langs alledaagse planten zoals hij dat noemt. Binnenkort komt er zelfs een boekje over uit, ook is er een Facebook-pagina van.

Welriekende ganzenvoet
Welriekende ganzenvoet in de Schilderswijk

Welriekende planten zijn planten met veel klieren die geuren verspreiden. We hebben er een aantal in Nederland, denk maar aan de Welriekende salomonszegel, Agrimonie, of Nachtorchis. De Welriekende ganzenvoet heeft veel klieren op de stengels en de bladeren. Bij kneuzing geven die volgens Verspreidingsatlas een citroen- of muntachtige geur af. Zelf vind ik het meer naar petroleum ruiken maar dat zal wel aan mijn neus liggen.

De Welriekende ganzenvoet is niet direct een stadsplant. Hij komt vooral voor langs de grote rivieren, maar ook op ruderale stenige plaatsen zoals parkeerplaatsen, spoorwegemplacementen en braakliggende terreintjes.

Vorig jaar vond ik een aantal grote planten in Rijswijk op een plek waar de straat heringericht was. Mogelijk was hij meegekomen met het zand dat werd gebruikt. Hoe hij in de Schilderswijk is gekomen weet ik niet, ik zag geen sporen van herinrichting. Misschien dat we in de toekomst deze plant, zoals ook haar familielid de Liggende ganzenvoet, meer gaan zien in de stad. Gaat het daar toch nog lekker ruiken!

Welriekende ganzenvoet uit Rijswijk.

Roze leeuwen in Nijmegen

Elke keer dat er in Nijmegen werkzaamheden plaatsvinden waarbij de bodem verstoord wordt, komen er diverse zeldzame soorten tevoorschijn. Een groot aantal van deze soorten is karakteristiek voor extensief beheerde natuurakkers. Dit komt mogelijk doordat de kleirijke grond langs de rivieren vroeger veel gebruikt is voor landbouw. Langzaamaan zijn deze akkers verdwenen en vervangen door bebouwing, maar sommige akkerplanten waren niet van plan om zonder slag of stoot uit te sterven. Enkele van deze soorten zijn nog terug te vinden op begraafplaatsen, in moestuinen of in verwaarloosde studententuinen. Enkele andere soorten hebben langlevend zaad, waardoor deze jarenlang onder de grond kunnen blijven en bij de eerste grondverstoring tot kieming komen en nieuwe zaden kunnen produceren.

Akkerleeuwenbek valt op door de grote, roze bloemen.

Een voorbeeld van deze akkerplanten is Akkerleeuwenbek (Misopates orontium). Deze roze leeuwen zijn landelijk gezien behoorlijk zeldzaam, maar trekken in Nijmegen regelmatig hun bek open. Ik heb de soort hier voornamelijk gezien in moestuintjes en op terreinen waar het vorige jaar graafwerkzaamheden plaatsgevonden hebben, maar trof de soort vorige maand naast mijn voordeur. Dit is dan waarschijnlijk wel recente aanvoer geweest, maar dit is toch wel een van mijn leukste voordeursoorten!

Een atlashok (5 km2) van Nijmegen laat zeker zo’n 30 vindplekken zien van Akkerleeuwenbek (bron: waarneming.nl)

 

Akkerleeuwenbek heeft een opvallend lange kroonbuis : het buisvormig vergroeide deel van de bloem.

Cultuur in de stad

Nee het gaat hier niet over een balletvoorstelling of de laatste voorstelling van Andre Rieu, maar over cultuurplanten die ik tegenwoordig vaak zie in de stad. Officieel is de definitie voor deze planten als volgt: een cultuurgewas of cultuurplant is een plantensoort die voor menselijk gebruik wordt geteeld en uit wilde planten is veredeld. De reden daarvoor is de toepassing voor  voedsel of medicijnen.
Er bestaat ook zoiets als secundaire cultuurgewassen. Dit zijn planten die als on- of bijkruiden werden meegecultiveerd met andere cultuurgewassen en later zelf ook werden gebruikt als cultuurgewassen. Voorbeelden zijn haver, rogge, tomaat, maanzaad en huttentut.

Om te beginnen is er Hop (Humulus lupulus). Meestal valt deze plant niet op. De stengelbladeren zitten verstopt tussen ander groen en ook lijken deze bladeren op die van de braam. En dan bedoel ik de cultuurbraam die in vele varianten in tuinen staat. Hop werd en word veel gekweekt voor de bierproductie. De plant valt ook dan pas op als de typische hopbellen verschijnen.

Ook een plant die ik regelmatig in de stad tegenkom is Cichorei (Cichorium intybus). Officieel komt de plant komt voor in wegbermen Hieraan dankt Cichorei de Nederlands/Duitse volksnaam Wegenwachter. Maar de plant komt ook voor langs dijken en in droog grasland. Cichorei is waarschijnlijk door de Romeinen meegebracht. We kennen de plant ten eerste goed van het gebruik als koffiesurrogaat. Ten tweede is er een variant van Cichorei, andijvie. Dus als andijvie gaat bloeien krijg je ook die fantastische mooi blauwe bloemen. Tegenwoordig wordt een variant van de plant gekweekt voor de productie van insuline.

Raapzaad/koolzaad

Soms zie je op onverwachte plekken graan groeien. Dit gewas is al 7000 jaar bekend bij de mensheid. Dus niet zo gek al je dit in een stad tegenkomt. Graan is een verzamelnaam voor de vele planten die gebruikt worden voor de productie van voedsel zoals Rogge, Haver, Gerst etc.

De Slaapbol en de verwante Papaver zijn natuurlijk bekend. De zaden kunnen prima verwerkt worden als maanzaad of voor het maken van tafelolie en verfolie maar iedereen kent de plant natuurlijk voor de productie van opiumpreparaten. Het is in ieder geval een prachtige plant die overal plotseling kan opduiken.

De Aardappel/Tomaat/Paprika/Aubergine plant. Deze staan bij elkaar genoemd want ze behoren alle tot dezelfde familie. Je komt ze in ieder geval vaak tegen.

Een hele mooie maar ook beruchte plant is de Hennep. Wereldwijd in veel steden te zien. Hennep is meer bekend onder zijn wetenschappelijke naam: Cannabis sativa. Deze plant wordt vandaag de dag maar voor één reden gekweekt: weed.

In het voorjaar kleurt alles geel. Een grote verantwoordelijke voor deze kleur is Kool/Raapzaad. Beide planten lijken zo op elkaar dat ik ze in een adem noem. Ze worden geteeld voor de olieproductie, al sinds 2000 jaar, en de stad staat er vol mee.

De kiwi is relatief kort in Nederland. De kiwi of Chinese kruisbes (Actinidia chinensis) kennen wij pas pas zo’n 100 jaar. In 1906 werden de eerste zaden uit China gehaald. De plant heette toen nog Chinese kruisbes. Pas in 1956 werd het in Nieuw-Zeeland een succesvol exportproduct. Sindsdien heet de plant Kiwi. Toch kom je de plant zo hier en daar in de stad tegen.

De vijgenboom of vijg (Ficus carica). Dat is er ook een die mij de laatste tijd opvalt. Of het nu door klimaatverandering komt of dat mensen gaan inzien dat je voor de deur je eigen voedsel kan verbouwen weet ik niet. Maar deze boom valt mij steeds vaker op, mede door zijn enorme stengelbladeren. Die kennen wij ook van de bekende Ficus-kamerplant.

Ik besef heel goed dat deze lijst lang niet compleet is. Maar deze cultuurgewassen zie ik vaak tijdens mijn ronde als postbode.