Home » Archieven voor september 2019

Maand: september 2019

Mensenvriend

In een beetje ruig hoekje in de stad kom je het steevast tegen. Op zo’n plek waar je ook Brandnetels vindt, en Fluitenkruid: voedselrijke plekken. In praktisch elk kilometerhok in Nederland is het te vinden, en het is over de hele wereld verspreid, extreme omstandigheden uitgezonderd: Kleefkruid.

Je zou denken: iedereen kent het wel. Toch zijn er altijd wel weer mensen verrast als je demonstreert hoe Kleefkruid aan zijn naam komt. Hier hoef ik dat niet uit te leggen toch?

De wetenschappelijke naam is Galium aparine. Galium komt van het Griekse ‘gala’ en betekent ‘melk’. De planten van het geslacht Galium schijnen vroeger gebruikt te zijn om melk te stremmen. Kleefkruid werd vroeger ook wel door de verse melk gehaald om daar ongerechtigheden uit te vissen: alles blijft er immers aan vastzitten. Aparine komt ook uit het Grieks ‘apairo’ en betekent grijpen. Eigenlijk zou grijpkruid een betere naam zijn dan kleefkruid: er zit immers niets kleverigs aan de plant!

Kleefkruid behoort tot de Sterbladigenfamilie, evenals Lievevrouwebedstro en de walstrosoorten. De bladeren staan in kransen rond de stengel, meestal een krans van zes.

De bloemen zijn klein, ze worden hooguit twee mm. Iets opvallender zijn de ronde vruchtjes, met als bijnaam: hanenklootjes. Als je een vruchtje pelt, komen er ronde zaden als harde witte pareltjes tevoorschijn. Deze worden later zwart.

De vruchtjes met haakjes om zich te verspreiden door mee te liften met wie of wat dan ook.

Met zijn weerhaakjes die netjes één kant uit gericht zijn kan Kleefkruid vrij hoog klimmen, tussen struiken door bijvoorbeeld. Vindt hij geen steun om omhoog te klimmen, dan blijven de stengels laag en vormen zo een soort tapijt over de lage planten.

De stengels zijn gemakkelijk te breken en los te trekken, maar ik verbaas me er altijd over hoe vast de wortel in de grond zit. In het najaar zie je al jonge planten verschijnen, die in de winter prima overleven om het volgend jaar weer bloemetjes te geven.

Het zou goed kunnen dat klittenband uitgevonden is door naar deze plant te kijken maar daar zou je ook de vruchten van Geel nagelkruid, Groot heksenkruid of Klitten voor kunnen bekijken.

Ik hoor vaak dat mensen een hekel hebben aan Kleefkruid, maar ik las dat Dodonaeus, een 16e-eeuwse plantkundige en arts, schreef: men noemt deze plant een mensenvriend, omdat hij aan iedereen blijft vastkleven. Tja, zo kun je het ook bekijken!

De bloem heeft puntige kroonbladen. De bladeren staan in kransen. Alles voorzien van weerhaakjes.

 

 

Kleine liefde

Wie in deze tijd naar buiten gaat en in de voegen van de straat naar planten speurt, zal het al snel opvallen, zeker in de stad, dat daar allerlei grasjes groeien die er in het begin van het jaar nog niet te vinden waren. Het zijn profiteurs van warm weer en komen vaak overgewaaid uit moestuinen en ander kweekgedoe, oorspronkelijk zelfs waarschijnlijk uit de landbouw of graanoverslag.  Deze kleine grassen worden platgelopen, afgebrand, afgeborsteld en doodgespoten, maar veel tijd hebben ze niet nodig om zich in groot aantal voort te planten. Ook liefdegrassen zijn hier meester in.

 

2400 vruchtjes per plant is bij Klein liefdegras geen uitzondering

Klein liefdegras Eragrostis minor met haar aren, die uit 8-20 bloemen, en dus vruchtjes bestaan, is een van de twee algemenere liefdegrassen in Nederland en België. De andere is Straatliefdegras. De aren van Klein liefdegras vallen makkelijk uiteen en profiteren van elke beweging die wij ze geven.  Aangezien elke tak van de plant al snel meer dan 30 aartjes heeft en elke plant als snel vier takken heeft, zijn 2400 vruchtjes per plant geen uitzondering.

Klein liefdegras blijft in verspreiding beperkt tot stenige habitats

Daarmee lijkt Klein liefdegras al snel niet meer zo lief en klein, maar ook met deze overweldigende hoeveelheid zaad is de verspreiding van de plant nog altijd relatief beperkt. Ze blijft redelijk beperkt tot straatrandjes en andere stenige habitats zoals spoorbeddingen. In moestuinen is het waarschijnlijk vaak te rijk.  In wegbermen en gazons is waarschijnlijk te veel concurrentie.

Wie met een loep de plant bekijkt zal de aartjes van klein liefdegras zeker waarderen. Als er op een schoolplaat een mooi compleet aartje getoond moet worden dan zou ik Klein liefdegras kiezen. Als men toch een loep ter hand neemt is het ook aan te raden de bladrand, aan de basis, af te speuren op de merkwaardige klierknobbels. Een soort zwarte punten. Wie dat ziet weet ook meteen zeker dat het geen Straatliefdegras is. Die heeft trouwens nog kleinere aartjes.

Wauw het is wouw

Niet ver van mijn woning ligt langs de A-27 bij Bavel een zeer hoge geluidswal. Bijna 2 km lang en 15 m hoog. De zijde aan de snelweg is stijl, de andere zijde is glooiend, zodat er een behoorlijk oppervlak voor begroeiing is. Ongeveer 10 jaar geleden heeft de toenmalige stadsecoloog van de gemeente Breda een tamelijk uitzinnig mengsel van ongeveer 80 soorten van Zuid-Franse origine doen uitzaaien.

Wilde reseda, meer bossig

Het resultaat was en is ernaar. Natuurlijk zijn er een aantal soorten verdwenen, maar een groot aantal floreert en enkele trekken zelfs de omgeving in. Het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook. Wat helpt is de zuidwestelijke projectie van de glooiende kant, de warme zomers en het feit dat aan de schanskorven bovenin, kalksteen is toegevoegd.

Blad wilde reseda gegolfd in Bavel

Al jaren meen ik daar alleen wilde reseda (Reseda lutea) te zien, totdat tijdens een inventarisatie elders, iemand bij de melding ‘reseda’ vroeg naar het blad te kijken. Het bleek wouw (Reseda luteola) te zijn. Terug naar mijn geluidswal bleek daar dat de helft van de ‘reseda’ , wouw te zijn. Ja, je ziet het pas als je het door hebt.

Goed, dan nu de verschillen. Het meest zekere kenmerk om op te letten is de vrucht. Bij wilde reseda is dit een vierkantig kokertje op een duidelijke steel. Bij wouw is dit een propje met geprononceerde, uitspringende hoeken en kort gesteeld.

Blad wouw zwak gegolfd in Bavel

De stengelbladen bij wilde reseda zijn diep ingesneden. Bij wouw is het stengelblad ongedeeld, maar heeft wel tandjes aan de voet. Bij de voet zit soms ook de aanzet van andere stengelbladen. Dat maakt het lastig om te zien of je met een of meer bladen hebt te maken. Daar komt bij dat zowel in Heukels 2005 als in de oecologische Flora staat dat alleen bij wouw het blad sterk gegolfd is. Op de geluidswal golft juist het blad van wilde reseda sterk. Vergeten dus dit kenmerk als onderscheidend.

Vrucht van wouw
Vrucht wilde reseda

Verder is er een habitusverschil. Wouw is hoger, slanker. Reseda is korter, bossiger, meer vertakt.

Wouw is vanouds een verfplant voor gele kleurstof. De verklaring voor de Nederlandse naam is niet zeker. Als meest waarschijnlijke wordt genoemd ‘hoog opschietend’. Vergelijk ‘woud’. Gelet op de habitus is die betekenis niet onlogisch.

De wetenschappelijke naam ‘reseda’ betekent ‘weer stillen” , ‘weer helen’. De plant werd gebruikt als geneesmiddel tegen gezwellen en ontstekingen. De soortaanduiding ‘lutea’ voor wilde reseda, betekent ‘geel’. De soortaanduiding ‘luteola’ voor wouw, betekent ‘geelachtig’.

Die soortaanduidingen horen dus eigenlijk gewisseld te worden. Helaas, gaat niet meer. Voor eeuwig verkeerd.

Bloem wouw
Bloem wilde reseda