Home » Archieven voor Niels Eimers » Pagina 2

Auteur: Niels Eimers

Ik werk bij een ecologisch adviesbureau in Nijmegen en inventariseer natuurgebieden in het hele land. Ik verricht voornamelijk flora- en vegetatiekarteringen. Ik ben verder actief als plantenvalidator op waarneming.nl en ga in de weekenden met grote regelmaat struinen, op zoek naar bijzondere planten! :-)

“Echte” wegdistel, een stuk zeldzamer dan we dachten!

Twee maanden geleden kwam ik in Nijmegen op twee verschillende locaties enkele Wegdistels tegen, altijd een leuke vondst, maar natuurlijk niet nieuwswaardig. Wat mij opviel was dat er wel erg veel variatie in kleur zat tussen exemplaren van beide locaties. Ik besloot om eens te kijken of er sprake kon zijn van verschillende soorten en kwam er vrij snel achter dat we in Nederland inderdaad meer dan één soort Wegdistel hebben! De inheemse soort, Onopordum acanthium, hebben we Echte wegdistel genoemd. Wegdistels die vanuit tuinen verwilderd zijn, betreffen een kruising tussen onze inheemse Echte wegdistel en de uitheemse soort Onopordum illyricum. Deze kruising (Onopordum x beckianum) hebben we Tuinwegdistel  genoemd.

Echte wegdistel onderscheidt zich van Tuinwegdistel doordat de plant algeheel een stuk groener is, terwijl Tuinwegdistel witgrijs van kleur is.  Op basis van kleur is het niet altijd even gemakkelijk om de soorten te onderscheiden, omdat de beharing bij het ouder worden van de plant langzaam aan verdwijnt. Zodra je het omwindsel bekijkt, is er echter geen twijfel meer mogelijk! Tuinwegdistel heeft een extreem witwollig behaard omwindsel, zeker ten opzichte van Echte wegdistel die geringe beharing in het omwindsel heeft.

Na het opnieuw beoordelen van 1500 foto’s op waarneming.nl, zijn zo veel mogelijk waarnemingen opgesplitst naar een van beide taxons. De waarnemingen waarbij het niet duidelijk is tot welk taxon zij behoren, noemen we gewoon Wegdistel (Onopordum acanthium agg.). Deze exemplaren zullen opnieuw bezocht moeten worden om de soort met zekerheid vast te stellen. Gebaseerd op de waarnemingen die wel opgesplitst zijn, lijkt ongeveer de helft Echte wegdistel te betreffen en de andere helft Tuinwegdistel. Echte wegdistel komt voornamelijk voor in de duinen, maar komt ook zeldzaam voor in het binnenland. Tuinwegdistel is in het binnenland een stuk algemener, aangezien de soort overal in het land vanuit tuinen kan verwilderen. Wil je helpen de verspreiding beter in beeld te krijgen? Bezoek dan je oude waarnemingen opnieuw en kijk goed naar de beharing van het omwindsel!

Tuinwegdistel met wollig omwindsel
Echte wegdistel met groenig blad

Baby’s in een slaapzakje

Geel monnikskruid (Nonea lutea), een prachtige naam, maar tevens een prachtige plant! De soort behoort tot de Ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) en heeft lichtgele bloemen met een donkergeel hart. De bladeren en stengel zijn zeer ruw en zitten vol met stekelharen, borstelharen en klierharen. De deels paarsbruin aangelopen kelk zwelt bolvormig op na de bloeitijd en draagt dan vier kleine vruchten. In tegenstelling tot de meeste soorten, vallen deze vruchten al uit voordat zij volledig gerijpt zijn; ze zijn dan nog groen. Als je een beetje zoekt op de blad, zul je enkele tussen de bladharen gevallen vruchten kunnen vinden die niet langer groen zijn, maar reeds bruin verkleurd. Wanneer je de vruchten met een loepje bekijkt, lijken die – met een beetje fantasie – op baby’s in een slaapzakje.

Geel monnikskruid is inheems in Rusland, de Kaukasus en West-Azië en is door Rutger Barendse in 1995 voor het eerst in Nederland aangetroffen, maar hij kreeg hem niet op naam gebracht. Pas toen Gerard Dirkse de soort in 1998 bloeiend aantrof, zijn ze er m.b.v. een Roemeens plantenboek in geslaagd de soortnaam te achterhalen. Ze stond , en staat nog steeds, op een vrij open en droge grindhelling langs het spoor in Nijmegen. Gezien de grootte van de populatie, was de soort hier al een tijdje aanwezig en verblijft dus waarschijnlijk al zo’n 25 jaar in Nederland. In Nijmegen staat ze samen met Veldsla, Kromhals en IJle dravik. De soort is sinds 2011 ook in Rotterdam te vinden en is daar inmiddels op drie locaties aangetroffen. Twee weken geleden werd de soort op een tweede plek in Nijmegen aangetroffen, al was deze vondst snel te herleiden tot een tuinverwildering, de bewoner had de soort in zijn tuin gezet. Vorige maand is er ook nog een vondst gedaan in het platteland nabij Hengelo, buiten de bebouwing deze maal. In onze buurlanden wordt de soort ook adventief gevonden, al blijven deze waarnemingen ook daar zeer zeldzaam. Ze wordt vooralsnog niet aangeboden in tuincentra en blijft dus waarschijnlijk voorlopig nog een zeldzame soort, maar gevaar ligt op de loer!

De soort bloeit erg vroeg: vanaf maart tot en met mei, en gedijt op open, verstoorde en droge terreinen. Na een droog voorjaar weet de soort, door de vroege zaadzetting, zich vaak sterker uit te breiden dan in andere jaren. Wanneer de soort niet in toom gehouden wordt door regelmatig maaien, fysieke grenzen als wegen en muren of door onkruidbeheer langs de spoorwegen, zal zij zich sterk uit kunnen breiden. Elders in Europa is de soort zelfs als invasief bestempeld. Het is niet goed bekend hoe de soort zich gedraagt in haar wilde verspreidingsgebied, maar in Nederland lijkt zij zich te beperken tot het urbane gebied en vooral langs spoorwegen. In België is de soort ook succesvol in een akkerrand. Beide biotopen kenmerken zich door een verstoord milieu dat zich in een constant pioniersstadium bevindt. Wie weet gaan klimaatveranderingen er voor zorgen dat de soort ook in ons land invasief wordt, maar voorlopig is het gewoon een bijzonder mooie plant!

 

      

In sneltreinvaart het land uit

Het is al weer even geleden, maar afgelopen jaar in augustus fietste ik langs het spoor in Nijmegen toen mij een bleekgele waas opviel langs het spoor. Ik snelde de weg over om door de gaten van de spoorwegomheining een niet al te scherpe foto te maken. Thuis bleek mijn vermoeden te kloppen, het was een kleine populatie (10 exemplaren) van bleekgele hennepnetel (Galeopsis segetum)! Deze soort is al vaker langs het spoor gevonden, maar nog niet eerder in Nijmegen zelf. Ondanks dat bleekgele hennepnetel relatief weinig kleur heeft, is ze mijns inziens een van de mooiste soorten uit het geslacht. De soort dankt haar naam aan de bleekgele vlek op de onderlip van de grote, witte lipbloemen.


Niet alleen is het een nieuwe stadssoort voor Nijmegen, maar bleekgele hennepnetel is een zeer zeldzame soort in Nederland, een soort die in sneltreinvaart lijkt te verdwijnen uit Nederland. De trend volgens verspreidingsatlas is “zeer sterk achteruit gegaan”, waarbij de soort 75 tot 100% in verspreidingsgebied heeft verloren. Het is van nature een akkerplant, maar door de intensieve landbouw kan de soort niet langer op onze moderne akkers gedijen. Er wordt te diep geploegd, waardoor de zaden niet langer kunnen ontkiemen. Verder wordt er te veel mest en gifstoffen gebruikt en de akkers worden gebruikt voor gewassen als metershoog mais in plaats van lage wintergranen.

De soort gaat nog steeds sterk achteruit, maar wordt gelukkig nog met enige regelmaat op stenige, ruderale en verstoorde terreinen gevonden, zoals langs spoorwegen. Hopelijk besluit de soort de stoptrein te nemen in plaats van de sneltrein, zodat we nog zo lang mogelijk van de soort kunnen genieten.

Braakliggende terreinen

 

In Nijmegen wordt momenteel een groot aantal vervallen wijken platgelegd voor nieuwbouw. Nadat de huizen gesloopt zijn, blijft het terrein vaak nog maanden braak liggen. Heel veel langer dan enkele weken hebben de meeste pioniers echter niet nodig, al gauw kan het terrein rood gekleurd zijn van de klaprozen. Pionierssoorten als klaproos, melkdistel, ganzenvoet en nachtschade gedijen goed op verstoorde, nog te koloniseren bodems. Het braakliggende terrein is na de sloop vaak nog enigszins uitgegraven en ligt daardoor lager dan het omliggende terrein. Door de wind wordt het korrelfijne zaad van de klaproos en de met pappusharen bezette vruchten van composieten als de paardenbloem daarom al gauw op dergelijke braakliggende terreinen geblazen.

Nu zijn dergelijke zeer algemene soorten niet bijzonder interessant voor de gemiddelde botanicus, maar gelukkig is er meer aan de hand! Rondom het braakliggende terrein zijn vaak gigantisch veel tuinplanten aan het loeren om ook hun slag te slaan. Eerdere pogingen om de tuin te ontsnappen werden tegengegaan door de heggenschaar en schoffel van de tuineigenaars of door de gifspuit van gemeentelijke werkers die de stoepen brandschoon houden. Op het braakliggende terrein echter, weten allerlei exotische tuinplanten hun intrede te maken. Soorten als grote leeuwenbek, petunia en tuinlobelia mengen zich al gauw in de pioniersvegetatie. Om deze wirwar van soorten nóg iets complexer te maken, is er een derde partij die zijn intrede maakt op het terrein, de partij van de adventieve exoten. Adventief wil zeggen dat de soorten zonder opzet geïntroduceerd zijn, in tegenstelling tot de tuinplanten. De sloopwagens en vrachtwagens die het puin op komen halen, hebben verscheidene exotische zaden in het profiel van hun banden zitten en introduceren daardoor nog meer bijzonderheden.

IMG_8870
gipskruid

Aan de Spreeuwenstraat in Nijmegen liggen momenteel vier van dergelijke braakliggende terreinen. Dit leverde voor Nijmegen leuke waarnemingen op, waaronder de eerste vondst van gipskruid (Gypsophila muralis) en andere tuinplanten als drie-urenbloem (Hibiscus trionum) en boerentabak (Nicotiana rustica). De adventieve exoten werden ook door zeldzame soorten vertegenwoordigd, zo waren beide soorten uit het geslacht Sorghum aanwezig; kafferkoren (Sorghum bicolor) en wilde sorgo (Sorghum halepense). Momenteel worden enkele andere wijken gesloopt, hopelijk leveren die het komende jaar ook weer leuke verrassingen op!

drie-urenbloem

 

IMG_8847
kafferkoren

Industrieterreinen

De meeste mensen krijgen bij industriegebieden een beeld van grijze opslagloodsen, verwaarloosde terreinen en roestige containers. Voor floristen echter, zijn industriegebieden zeer interessant. De verwaarloosde terreinen zitten immers gigantisch vol met plantensoorten. Maar er is meer aan de hand! De industrieterreinen worden dagelijks bezocht door misschien wel honderden vrachtwagens en vrachtschepen die van allerlei exotische landen komen. In het profiel van de banden, onder de zolen van de chauffeurs en in de kratten met geleverde producten verstoppen zich vele plantenzaden die “op vakantie” gaan in Nederland. De zaden die geschikte bodem weten te vinden, kunnen ontkiemen en zich tot een nieuwe plant ontwikkelen om vervolgens meer kiemkrachtige zaden te produceren. Bij een verwaarloosd onkruidbeleid, kan het voorkomen dat dergelijke soorten zich flink uitbreiden en uiteindelijk besluiten te blijven, in welk geval we spreken van inburgering.

Omslagfoto

knikbloem
knikbloem

Zo zijn op het industriegebied in Nijmegen soorten als Oosterse raket (Sisymbrium orientale), Amerikaanse kruidkers (Lepidium virginicum), Aziatische veldkers (Cardamine occulta) en Perzische klaver (Trifolium resupinatum) te vinden. Zoals de namen doen vermoeden, zijn al deze soorten niet inheems, maar afkomstig uit het buitenland: zogeheten exoten. Er is echter een kroonjuweel te vinden in het industriegebied ten noordwesten van Nijmegen en deze draagt de naam Knikbloem (Chondrilla juncea). Nederland behoort tot de meest noordwestelijke verspreiding van de soort, waardoor deze hier zéér zeldzaam is. De soort gaat ook nog eens sterk achteruit, er zijn nog slechts twee vindplekken van de negen ooit gevonden over. Langs een niet langer gebruikt spoor op het Nijmeegse industrieterrein zijn honderden exemplaren te vinden van deze soort, waarmee dit de grootste populatie in Nederland is. Deze composiet kenmerkt zich o.a. door de vele kleine bloemhoofdjes, de blauwgroene bladkleur, de langwerpige en diepgegroefde kelk en de zeer stijf behaarde stengel en bladrand. Er zijn nog veel slecht geïnventariseerde industriegebieden en daarmee waarschijnlijk nog vele leuke ontdekkingen te doen!

knikbloem
knikbloem