Home » Archieven voor Rutger Barendse » Pagina 2

Auteur: Rutger Barendse

Wat mij vooral bezighoudt is de flora in mijn directe woonomgeving. Een verhuizing af en toe is daarom ook geen enkel probleem. Sinds 2016 botaniseer ik in en rond Genk en probeer ik ook een Plantenwerkgroep leven in te blazen. We gaan sinds 2016 tweewekelijks op zondag op stap. Ik botaniseerde als vrijwilliger 15 jaar rond Balen en Mol (België, provincie Antwerpen en Limburg) en 10 jaar rond Nijmegen. Mijn jeugd bracht ik door in Noord-Holland en ook toen leerde ik via de Jeugdbond voor Natuurstudie al heel wat planten kennen. Ik werkte 10 jaar als veldmedewerker planten voor de Provincie Noord-Brabant en doe en deed als kleine zelfstandige vele opdrachten voor met name de Provincie Limburg (Nederland).

Steenhoornbloem; voorjaar tussen de stenen

Steenhoornbloem te Geel (België) langs het spoor

Hoornbloemen hebben na de bloei een bruinvliezige ‘tuit’ uit de kelk steken. Het is de vrucht in de vorm van een hoorn. Dat is ook het geval bij één van de meer tot de verbeelding sprekende hoornbloemen; de Steenhoornbloem (Cerastium pumilum). In Nederland is dit een heel zeldzame plant en voornamelijk bekend uit Limburg, maar vermoedelijk wordt hij, door onbekendheid met de plant, ook over het hoofd gezien. Net over de grens in België, en dan over de gehele lengte van die grens, wordt de Steenhoornbloem al meer gezien en in sommige regio’s daar is ze zelfs niet echt zeldzaam. Op stenige plaatsen, zoals ballastbedden van sporen, maar ook langs kanalen, op terrils en op plekken waar puin is verwerkt, bijvoorbeeld bij opritten, is deze plant geregeld te vinden.

Steenhoornbloemen op stenig materiaal langs het Albertkanaal te Eindhout (België)

Om de plant goed te herkennen is bloei nodig en moet je ook redelijk vroeg in het seizoen op pad. Begin april komen de eerste planten al tot bloei. De bloei valt tegelijk met die van Zandhoornbloem en er is ook enige gelijkenis. Over het algemeen is de bloem van Steenhoornbloem veel regelmatiger ingesneden, zijn de bloemen groter, zijn er minder klieren aanwezig en maken de bloem- en vruchtstelen een boogje ten opzichte van de stengel. Ze zijn dus niet teruggeslagen zoals bij Zandhoornbloem. Steenhoornbloem is eenjarig. Dat is een belangrijk verschil met de wel wat gelijkende Gewone hoornbloem. Eenjarigheid is te controleren door de afwezigheid van nietbloeiende spruiten en de los- en rechtopstaande habitus en het vrij los in de grond zittende kleine wortelstelsel.

Steenhoornbloem aan de voet van de terril te Genk (België)

Steenhoornbloem is een heel mooie plant want de bloemen zijn, eenmaal open, relatief groot. Het is altijd weer een genoegen deze sterretjes waar te nemen. Natuurlijk moet de plant ook in dit opzicht niet verward worden met die andere sterretjes, als Sterrenmuur, te weten de volksnaam voor Gewone vogelmuur.

Net geen Zevenblad

Een bloeiend Zevenblad in oktober? Als je dat ziet een advies; toch even van naderbij bekijken. In Genk bleek het van afstand geschatte Zevenblad een rariteit: Chaerophyllum byzantinum. Eerder werd deze plant Chaerophyllum aromaticum genoemd, maar nadere beschouwing leverde op dat het toch de zeer gelijkende  Chaerophyllum byzantinum moest zijn. Het is moeilijk om het predicaat zeldzaam toe te passen op dergelijke vondsten. Chaerophyllum byzantinum was slechts eenmaal eerder gevonden in België; te Luik. In Nederland is er nog geen melding.  In Genk is de plant waarschijnlijk op een of andere manier geïntroduceerd. Een uitheemse soort dus. De plant groeide in overdaad aan de rand van een tuin, in de aanliggende wegranden en op een omgewoelde plaats van een gesloopt huis. Een echt stads plekje.

DSCN9572

Chaerophyllum byzantinum is een witte schermbloem waar er vele gelijkende van zijn. De plant heeft grotere deelblaadjes en dat is al een goed kenmerk om een groot deel van de schermbloemen uit te sluiten. Veel schermbloemen hebben namelijk fijnslippige bladeren. De vrucht van de gevonden planten bleken langwerpig en dat geeft Chaerophyllum al direct een goede kans. Van deze specifieke soort is verder de geur, iets tussen anijs en selderij in , de vele omwindselblaadjes en de roodachtige gevlekte stengel van belang. Het gelijkende Zevenblad is onbehaard, heeft ronde vruchten, een onbeduidende geur en alle stengels zijn groen.

DSCN9566

Chaerophyllum byzantinum is een soort uit Turkije met enkele voorposten in de Balkan. Ze onderscheid zich van de zeer gelijkende Chaerophyllum aromaticum door de vorm van de blaadjes. Bij Chaerophyllum aromaticum zijn deze lang gepunt en hebben een wigvormige bladvoet. Bij Chaerophyllum byzantinum is de bladvoet afgerond en de bladpunt stomper. Chaerophyllum byzantinum is mogelijk met opzet geïntroduceerd uit Turkije en heeft mogelijk ook een culinaire functie.  Ook in Duitsland (Dortmund) is de soort al vastgesteld en mogelijk betreft een vondst uit Parijs ook deze soort. Op internet staan foto’s van C. aromaticum die toch C. byzantinum lijken.  In de Flora van Turkije wordt vermeld dat beide soorten mogelijk eerder ondersoorten zijn van dezelfde soort, dus de verwarring tussen de soorten is begrijpelijk.

Binnen de familie schermbloemen duiken met regelmaat ook nog nieuwe inheems te noemen soorten op in Nederland en België. Dat heeft veel te maken met het feit dat ook botanisten er makkelijk overheen kunnen kijken. Stel je een berm voor vol met Fluitenkruid en je weet ook direct waarom.

Een Aziatisch kleinood

Sommige plantjes zijn zo klein, fragiel en mooi, dat je er geen kwaad woord over zou willen horen. Mazus pumilus, een uitheemse plant nog zonder Nederlandse naam, heeft leeuwenbekachtige, zachtpaarse bloemetjes met een gele tekening en wordt niet hoger dan 10 centimeter. Ze wordt niet gekweekt maar lijkt een verstekeling te zijn bij tuinplanten. De plant is oorspronkelijk inheems in Azië, onder andere in Japan en China. Sinds enige jaren groeit ze met tientallen, in 2016 met honderden, op een droogvallende oever van een grindplas langs de Grensmaas. Mogelijk is ze er ooit eens aangespoeld. In de Maas, die in een deel van haar stroomgebied een tamme stadsrivier genoemd kan worden, is nog steeds veel afval te vinden. Veel mensen vinden het bijvoorbeeld nog heel gewoon om hun tuinafval er in te storten. Op deze manier kunnen planten, ook uitheemse, zich makkelijk verspreiden.