Tag: behaard breukkruid

Stadsplantensociologen? … ze bestaan! Een andere kijk op stadsplanten

Plantensociologisch onderzoek in Nijmegen; met een vegetatieopname rondom Behaard breukkruid (foto: Jan Jansen)

Het is druk op straat; wij begeven er ons, tegelijk ‘beweegt’ de flora zich daar . Een selecte groep planten is ‘streetwise’, terwijl het gros deze steenjungle mijdt. In deze observatie van voor- en afkeur ligt de kern van wat plantensociologie heet, het studieveld van vegetatiekundigen. Sommige planten lijken elkaar op te zoeken, anderen ontlopen elkaar, gaan schijnbaar niet samen. Voor wie dat mocht denken; de florawereld is niet zozeer een zaak min of onmin, waarbij planten elkaar zoeken of mijden. De plek, het milieu daar, selecteert en stuurt, trekt gelijkaardige soorten.

Vegetatiekundigen, snuffelend, speurend, kruipend over straat … en in de goot belandt (foto Wim van Wijngaarden)

Aan het voorkomen van wilde planten is veel af te lezen. Planten staan niet zomaar ergens, ze stellen allerlei eisen; de ondergrond doet ertoe, de mate van zon en schaduw, de zuurgraad, vochtigheid etc. Het geheel aan condities brengt soorten samen in wat we plantengemeenschappen noemen. Ieder landschap heeft zijn eigen gemeenschappen. Iedereen weet dat de flora van de duinen er anders uitziet dan pakweg die van Zuid-Limburg. Steden herbergen zo ook een eigen plantenwereld. In Nederland ligt de kennis van plantengemeenschappen, vergeleken met het buitenland, op een hoog niveau; het resultaat van een lange traditie. Opvallend is dat steden daarbij onderbelicht zijn. Het vegetatieonderzoek kent zo zijn tradities met een focus op natuurgebieden. Aan stadsvegetaties en stadsplantengemeenschappen werd voorbijgelopen.

Maar is er verandering te bespeuren. Floristen en vegetatiekundigen ontdekken meer en meer de stad als studiegebied. Naast spannende soorten, worden nu ook de boeiende stadsplantengemeenschappen gezien. 2018 markeert een kentering, voor het eerst richtte de Plantensociologisch Kring Nederland (PKN) zich op het stedelijk gebied met een aftrap in vijf steden. De excursies zorgde voor veel nieuws, mooie beelden van groepen floristen, vegetatiekundigen, rondrijdend op OV-fietsen, snuffelend, speurend in tuingangen, kruipend over straat … maar bovenal veel vegetatieopnames in bijzondere stedelijke biotopen. Het maken van opnames is secuur werk. Het gaat om het bemonsteren van een begrensde plek , een typisch stadsbiotoop met bijhorende vegetatie (het proefvlak). Alle groeiomstandigheden worden genoteerd, zoals type ondergrond, de mate van schaduw/zon en de samenstelling en ‘verschijningsaard’ van de flora. Naast alle soorten, worden bijvoorbeeld ook de bedekking van de planten en de hoogte daarvan meegenomen.

In vijf steden waren er in 2018 speciale plantensociologische excursies
Knopige ooievaarsbek, nieuw inburgerend in Nederland, een kenmerkende soort voor tuingangen.

Met dit werk komt er meer zicht op hoe de stadsplantengemeenschappen eruit zien, wat de karakteristieken zijn en welke soorten daarin thuishoren, kenmerkend zijn. Het levert nieuwe beelden op, contouren van stadsplantengemeenschappen rondom Stokroos of rijke ‘tuingangengemeenschappen’ met Slaapkamergeluk, Schijnpapaver, Gele helmbloem  en vele begeleiders, waaronder Groot nagelkruid, Muursla, Bleke basterdwederik, Schijnaardbei, Glanzige en Knopige ooievaarsbek. Een groene wereld om nader te beschrijven.

Sieraad van stoep en straat

 

Vooral tussen donkere bestrating zijn de zich voorzichtig uitbreidende geelgroene matjes van kaal breukkruid ( Herniaria glabra) prachtig om te zien. Het is een echte tredplant. Toen we in Breda in 2011 begonnen met stadsplanten was het waarnemen van kaal breukkruid nog iets bijzonders. Door de jaren heen is het steeds gewoner geworden. Gezien de gegevens op de verspreidingsatlas van Floron breidt het plantje zich in het gehele land nogal uit. De toename is dus niet alleen te wijten aan het beter gaan kijken. Aanvankelijk was kaal breukkruid een begeleider van grote en kleine rivieren. Het plantje groeide op  zandige oevers. De omstandigheden langs de rivieren veranderde, o.a. door kanalisatie, waardoor de vindplaatsen daar afnamen. De waarnemingen  verplaatsten  zich naar spoorwegterreinen en later naar het stedelijk gebied.

Kaal breukkruid groeit stervormig

Het natuurlijk verspreidingsgebied van kaal breukkruid omvat een groot deel van Europa met West-Azië en het Atlasgebied, maar ontbreekt grotendeels in Noordwest-Europa.

Kaal breukkruid behoort tot de Anjerfamilie. Daarbinnen is dit plantje nauw verwant aan andere zich over het oppervlak uitbreidende pareltjes als grondster (Illecebrum verticillatum) en riempjes (Corrigiola litoralis). Kaal breukkruid kan 5 tot 15 cm hoog worden en bloeit van juni tot oktober. De erg kleine bloemen groeien in een dichte tros in de oksels van de bladeren. De bloemen hebben witte kroonbladen, maar de groengele kelkbladen domineren, wat het effect van de opvallend gelige kleur van de hele plant versterkt.

de bloemen zijn geelgroen

Tot voor kort, zeg tot in de jaren 80 van de vorige eeuw, werd kaal breukkruid eenvoudigweg ‘breukkruid’ genoemd omdat er eigenlijk maar één soort van dit geslacht in Nederland werd gevonden. Tegenwoordig wordt zijn ‘broertje’, behaard breukkruid (Herniaria hirsuta), ook in ons land aangetroffen. Als zeldzaamheid. Een vondst ervan in Oosterhout in september jl. door de Plantenwerkgroep van de KNNV-afdeling Breda leidde tot een uitbarsting van vreugde onder de deelnemers. Het verschil tussen de twee soorten is niet erg moeilijk te zien. Bij kaal breukkruid moet je heel goed zoeken om haren te vinden en bij die andere zie je het met je blote oog.

Behaard breukkruid is behaard