Home » bleekgele droogbloem

Tag: bleekgele droogbloem

Bleekgele droogbloem

Eigenlijk is dit een reactie op een vorige publicist. Ik woon en werk in een zogenaamde vinexwijk. Ook hier zijn veel half-leegstaande bedrijfsgebouwen. Bij een van die gebouwen staat ons Postnldepot om de post voor deze wijk op te slaan. Als postbode zie ik dus veel stadsplanten. Laat nou naast dit depot de Bleekgele droogbloem (Gnaphalium luteoalbum) bloeien. Wel ongeveer 30 exemplaren. Volgens de vele beschrijvingen is dit plantje een echte pionierssoort die ook nog eens op natte en kalkrijke bodem groeit. Niks van dat dus. Joke de Ridder schreef dit in september 2017 ook al op deze site.

Wat eigenlijk jammer is dat veel mensen de Bleekgele droogbloem niet zien. Vaak zien ze alleen een “uitgebloeide” bloem. En omdat deze op een bedrijventerrein staat moet hij zo snel mogelijk weg om toekomstige bezoekers een opgeruimde frisse blik te geven. Jammer want oh, oh wat is hij mooi van dichtbij. En wat een mooie bladeren met lange haren heeft dit plantje. Eigenlijk gewoon laten staan. Want als je de schoonheid van die details ziet ben je pas echt goed bezig als ondernemer.

Het mooie harige blad

Uiteraard heb ik ook gekeken naar de namen. De naam Bleekgele droogbloem behoeft natuurlijk geen uitleg. De wetenschappelijke naam Gnaphalium is des te bijzonderder. Zo vaak komt de lettercombinatie GN niet voor. “Gnaphalium” is afgeleid van het Oudgriekse γνάφαλον, Gnaphalon, dat “wolstreng” betekent. Dit verwijst naar het harige karakter van de plant o.a. de stengelbladeren. “Luteo”komt van het Latijnse luteum. Dit betekent “geel”. Album is ook Latijn en betekent “wit”. Dus een witviltige plant met gele “bloemen”. De Engels naam is Jersey Cudweed. Hiervoor heb ik nog geen verklaring. Wie het weet mag het zeggen.

Bleekgele droogbloem

Toen ik de Bleekgele droogbloem leerde kennen vond ik de naam zo apart, dat ik hem nooit meer vergeten ben. Waren alle namen maar zo duidelijk! Ik denk dat ik het ook eigenlijk een vreemde naam vond, zelden wordt een plant zo precies beschreven met zijn naam. Hij is bleek, heeft een ietsepietsie geel, en hij schijnt leuk te zijn als droogbloem.
De wetenschappelijke naam is Gnaphalium luteo-album. ‘Gnaphalium’ komt uit het Grieks en betekent: gekaarde wol. Dit duidt het uiterlijk van de plant wel enigszins aan, hoewel gevilte wol dan beter in de buurt komt. ‘Luteo-album’ betekent letterlijk ‘geel-wit’. 

de bloemtrosjes van Bleekgele droogbloem

De plant doet een beetje ielig aan, omdat de stengels niet vertakt zijn en maar kleine blaadjes hebben. De hele plant is witviltig behaard, en zelfs een nieuw rozetje valt daarom al meteen op.
Aan de top van de stengeltjes bevinden zich kluwentjes van bloemhoofdjes. Deze hebben alleen buisbloemen, die iets roodachtig zijn.

Bleekgele droogbloem houdt van zandige, stenige grond op een zonnig plekje. Vroeger zocht hij daarvoor de duinen op, en zandgebieden in het binnenland. Sinds een jaar of veertig heeft hij de stad ontdekt als nieuw biotoop. Hij doet het goed in de bestrating. Ik kan me zo voorstellen dat met de nog immer toenemende verharding van de steden, de plant zich nog verder uit zal breiden.

de buisbloemen zijn iets roodachtig

Zoetermeer volgt het landelijke beeld wat deze plant betreft. In de jaren ’80 was het een zeldzaamheid, daarna een gigantische opmars en tegenwoordig komt hij redelijk algemeen voor. In de helft van de kilometerhokken van Zoetermeer is de plant al aangetroffen. Wij vinden hem vaak op parkeerterreinen en soms op de stoep of in de goot.

Vreemd genoeg zien wij de Moerasdroogbloem in Zoetermeer tegenwoordig veel minder vaak. Hoe zou dat in andere steden zijn?