Home » Genk

Tag: Genk

Sorghum, Sorgo

Sommige grassen spreken qua naam al tot te verbeelding.  Sorgo.  Waar komt die naam vandaan?  C.A. Backer weet het niet.  Google ook niet, dus dan klopt dat.  In België en Nederland groeien er twee soorten. De één is een graangewas uit Afrika en heeft als officiële Nederlandse naam Kafferkoren (S. bicolor).  Ik ga die links laten liggen. De ander is een mysterieus overblijvende: Wilde sorgo. Dat mysterieus komt vanwege haar verspreiding. Ik ken het uit tuinen, langs snelwegen, op een dijkje, bij graantransport en recent van opgebrachte grond.  Hoe komt die plant daar?

Ik zette het in mijn eigen tuin omdat ik er een jonge plant van vond op opgebrachte grond te Genk die ik niet direct herkende.  Ik vermoed dat ik de enige ben met deze afwijking, dus in andermans tuinen is de oorsprong vast anders. Zou men het hebben gekocht? Of zit het stiekem tussen de mezenzaadjes?  De plant kan wel decoratief zijn, maar ik vermoed niet voor lang als ze flink gaat uitbreiden. In een tuincentrum zag ik hem nog nooit aangeboden.

Nu het zo droog is, is het de enige plant die vrolijk blijft in mijn tuin. Hij viel me ook al op op een inmiddels oude groeiplaats in de haven van Gent. Alles was vrijwel verdord, behalve de Wilde sorgo (Sorghum halepense).   Het is ook geen kleine plant en heeft relatief breed blad dus petje af voor deze droogteresistentie.  De plant moet ook nog even, want normaal komt ze pas in augustus en september in bloei.  In Gent was ze dit jaar begin juli al bezig.

Wat zoekwerk naar de plant leidt gedeeltelijk naar een antwoord op de vraag naar haar voorkomen. De plant komt oorspronkelijk uit het mediterrane gebied, maar is ook hier voornamelijk een onkruid die reageert op menselijke activiteit.  Ook daar staat ze in wegbermen en op omgewerkte plaatsen. Zo is ze dus, eenmaal aangevoerd, redelijk gemakkelijk ook in ander werelddelen gevestigd en zal ze ook niet zo maar weer verdwijnen.

Ipomoea op transport

In Genk (B) vonden we op een met baggerspecie uit de Schelde opgehoogd terrein een hele lading bijzondere uitheemse planten.  Sommige planten duidden erop dat ze meegekomen zijn met sojatransport, andere leken te zijn verwilderd uit tuinen en nog weer anderen kwamen uit semitropische delen van de aarde en zelfs een, een kruidachtige Pelargonium, had een reis overleefd vanuit Zuid-Afrika.  Opvallend genoeg waren de meeste vreemdelingen beperkt tot enkele families. Dit duidt ook op onkruidvervuiling bij zaadtransporten.  Het meest in het oog springend bleken de Ipomoea’s.  Het zijn klimplanten met opvallende bloemen uit de windefamilie (Convolvulaceae)Ipomoea’s houden van een warm klimaat en komen dus alleen in bloei als ze langere tijd flink wat warmte hebben gehad. Dat kan dus duren tot de late zomer.  De vijf gevonden Ipomoea’s te Genk kwamen allen in bloei in september en oktober. Geen van hen zal de winter overleven.

 

De Dagbloem (Ipomoea purpurea)

De Dagbloem (Ipomoea purpurea) werd buiten het genoemde terrein in Genk in verwilderde toestand gevonden. Het is een populaire tuinplant met grote bloemen die soms verwildert na te zijn weggegooid.

 

Scharlakenwinde (Ipomoea coccinea)

De mooiste Ipomoea op de baggerspecie bleek toch wel Ipomoea coccinea. Ze heeft voorlopig de Nederlandse naam Scharlakenwinde. Het blad heeft opvallende extra punten op de bladrand en is dan dus zonder bloei ook te herkennen. De bloemen zijn prachtig mooi rood en door hun langere kelkbuis extra delicaat.

 

Klimopwinde (Ipomoea hederacea)

We vonden er ook redelijk wat Ipomoea hederacea. Heel belangrijk is te kijken naar de kelkbladen bij de als Klimopwinde bekend staande plant. Als deze flink behaard zijn én omgekruld dan heb je waarschijnlijk steeds met deze soort te maken. Er zijn twee variaties van Ipomoea hederacea. De een heeft een klimopachtig ingesneden behaard blad, de ander een meer driehoekig gelobd en behaard blad.

 

‘Wit ochtendgloren’ (Ipomoea lacunosa)

Een wat minder opvallende was Ipomoea lacunosa. Deze heeft kleinere witte bloemen. Het blad is veel kaler en de bladrand is mooi donkerrood gelijnd.  De kelktanden zijn meer aanliggend. Als we de Engelse naam vertalen zou de plant Wit ochtendgloren gaan heten.

 

‘Roze ochtendgloren’ (Ipomoea x leucantha)

Voor de echte kenners bleek er ook een kruising te vinden zijn die we voorlopig als Ipomoea x leucantha determineerden. Dat is een kruising tussen I. lacunosa en I. trichocarpa. Ook hier zijn de kelktanden aanliggend, de bloemkleur is roze/lichtpaars en de bladeren kunnen aan een plant zowel klimopachtig als bijna rond zijn.  Mocht men een naam mogen verzinnen: Roze ochtendgloren.

 

Net geen Zevenblad

Een bloeiend Zevenblad in oktober? Als je dat ziet een advies; toch even van naderbij bekijken. In Genk bleek het van afstand geschatte Zevenblad een rariteit: Chaerophyllum byzantinum. Eerder werd deze plant Chaerophyllum aromaticum genoemd, maar nadere beschouwing leverde op dat het toch de zeer gelijkende  Chaerophyllum byzantinum moest zijn. Het is moeilijk om het predicaat zeldzaam toe te passen op dergelijke vondsten. Chaerophyllum byzantinum was slechts eenmaal eerder gevonden in België; te Luik. In Nederland is er nog geen melding.  In Genk is de plant waarschijnlijk op een of andere manier geïntroduceerd. Een uitheemse soort dus. De plant groeide in overdaad aan de rand van een tuin, in de aanliggende wegranden en op een omgewoelde plaats van een gesloopt huis. Een echt stads plekje.

DSCN9572

Chaerophyllum byzantinum is een witte schermbloem waar er vele gelijkende van zijn. De plant heeft grotere deelblaadjes en dat is al een goed kenmerk om een groot deel van de schermbloemen uit te sluiten. Veel schermbloemen hebben namelijk fijnslippige bladeren. De vrucht van de gevonden planten bleken langwerpig en dat geeft Chaerophyllum al direct een goede kans. Van deze specifieke soort is verder de geur, iets tussen anijs en selderij in , de vele omwindselblaadjes en de roodachtige gevlekte stengel van belang. Het gelijkende Zevenblad is onbehaard, heeft ronde vruchten, een onbeduidende geur en alle stengels zijn groen.

DSCN9566

Chaerophyllum byzantinum is een soort uit Turkije met enkele voorposten in de Balkan. Ze onderscheid zich van de zeer gelijkende Chaerophyllum aromaticum door de vorm van de blaadjes. Bij Chaerophyllum aromaticum zijn deze lang gepunt en hebben een wigvormige bladvoet. Bij Chaerophyllum byzantinum is de bladvoet afgerond en de bladpunt stomper. Chaerophyllum byzantinum is mogelijk met opzet geïntroduceerd uit Turkije en heeft mogelijk ook een culinaire functie.  Ook in Duitsland (Dortmund) is de soort al vastgesteld en mogelijk betreft een vondst uit Parijs ook deze soort. Op internet staan foto’s van C. aromaticum die toch C. byzantinum lijken.  In de Flora van Turkije wordt vermeld dat beide soorten mogelijk eerder ondersoorten zijn van dezelfde soort, dus de verwarring tussen de soorten is begrijpelijk.

Binnen de familie schermbloemen duiken met regelmaat ook nog nieuwe inheems te noemen soorten op in Nederland en België. Dat heeft veel te maken met het feit dat ook botanisten er makkelijk overheen kunnen kijken. Stel je een berm voor vol met Fluitenkruid en je weet ook direct waarom.