Home » Kleine leeuwenbek

Tag: Kleine leeuwenbek

eenzaam wachten

Een eenzame stationsplant op de foto.

Iedere familie heeft vast wel een beetje aparte oom. Een oom die opvalt door zijn gedrag wat vaak afwijkt van wat veel mensen normaal vinden. Zo’n oom hadden wij ook. Oom Joop was treinfanaat. Hij was dan ook veel op stations te vinden, altijd met de camera in de aanslag. Ik denk dat hij toendertijd alle treinen in Nederland wel op de foto heeft gezet.

Zelf mag ik ook graag op stations komen. Ik heb echter een wat andere hobby dan mijn oom. Net zoals hij fotografeer ik daar maar geen treinen maar planten. Er bestaan  namelijk stationsplanten. Eén van de meest voorkomende stationsplanten is de Kleine leeuwenbek (Chaenorhinum minus). Deze plant ben ik al op veel stations tegengekomen.

kleine leeuwenbek
Kleine leeuwenbek, hele plant.

De Kleine leeuwenbek maakt deel uit van de Weegbreefamilie. Als soort is de plant een Kierleeuwenbek (Chaenorhinum) en heeft in Nederland als soortgenoot  het Marjoleinbekje. De laatste heb ik nog nooit op een station gezien. Kierleeuwenbekken zijn eenjarige of overblijvende planten. De bladeren zijn lijnvormig tot eirond, aan de basis tegenoverstaand. De bloemen staan in de bladoksels en lijken op die van Leeuwenbek (Antirrhinum). Dat verklaart dus één deel van de naam. De kier bevindt zich in de bloem tussen de kroon en de lip, populair gezegd tussen het bovenste en onderste gedeelte van de bloem.

 

bloeiwijze
De bloeiwijze.

Volgens onze plantenbijbel Heukel’s Flora van Nederland komt de Kleine leeuwenbek  algemeen voor langs spoorwegen. Verder komt hij voor op open, vochtige, voedselrijke, vaak kalkhoudende, omgewerkte grond in akkers en moestuinen. Ook wordt hij een stadsplant genoemd.

De vraag is nu: waarom staat deze plant zo graag langs het spoor en dus ook op stations? Volgens Ton Denters (Stadsplanten, veldgids voor de stad)  kan de Kleine leeuwenbek met weinig toe en heeft hij alleen een sterke behoefte aan licht en warmte. En daar is bij het spoor geen gebrek.

Op de stations is er echter één grote vijand: de man of vrouw met de bosmaaier of ander dodelijk apparaat. De perrons moeten natuurlijk wel schoon blijven. Gelukkig heeft de Kleine leeuwenbek over het algemeen genoeg tijd om ons zijn bloemenpracht te tonen. Jammer dat zo weinig treinreizigers belangstelling voor hem hebben.