Home » Kransgras

Tag: Kransgras

De wilde tuin

Deze bijdrage is van de hand van Peter Wetzels (Districtscoördinator Floron-afdeling Groot-Amsterdam). Hij vervangt Ton Denters op diens verzoek. Ton heeft het druk met het nieuwe boek ‘Stadsplanten van Nederland en Vlaanderen’.

 

In een stad vormen tuinen een belangrijke gebied voor wilde planten. Tuinen nemen een groot deel van de stadsruimte in en, belangrijker, er zijn tuinen waar niet zo strak onkruid wordt bestreden als door de gemeentelijke diensten. Ook het milieu is anders dan aan de voorkant van het thuis: vaak minder steen, koeler, rijkere grond en vochtiger.

Aangeplante of ingezaaide planten in tuinen tellen niet mee voor onze wilde flora. Anderzijds zijn paarse dovenetel (Lamium purpureum), schijnaardbei (Potentilla indica) en tuinwolfsmelk (Euphorbia peplus) voorbeelden van soorten die in de stad voornamelijk in tuinen te vinden zijn. Het zijn vaste gasten. Die tellen wel mee want tuinen zijn hun biotoop.

Er is echter een vrij grote groep soorten waar het minder eenduidig is. Dat zijn soorten die spontaan in tuinen voorkomen, maar worden ook aangeplant of ingezaaid. Of ze in sommige gevallen als  spontaan en wild of verwilderd gekenmerkt mogen worden leidt soms tot uitvoerige discussies.

Zo zijn in mijn tuin soorten als gele helmbloem, betonie en hartgespan spontaan opgekomen. Omdat deze soorten ook regelmatig in tuinen aangeplant of ingezaaid worden worden ook spontane opkomst in tuinen door velen niet als wild geaccepteerd. Betonie en hartgespan had ik te danken aan excursies in fraaie natuurgebieden. Na afloop de schoenen uitkloppen in mijn tuin was een cruciale stap.

Van betonie (Stachys officinalis) is duidelijk dat mijn locatie niet meetelt voor zijn natuurlijke verspreiding: deze soort komt vooral voor in Zuid-Limburg en de tuin is geen normale biotoop.

Bij hartgespan (Leonurus cardiaca) is het iets minder helder. De soort groeit vaak op omgewerkte, humeuze grond en ruderale plaatsen en een tuin past binnen zijn natuurlijke milieuvoorkeur.

De gele helmbloem (Pseudofumaria lutea) had ik te danken aan de ontlasting van houtduiven, die op een schutting loerden op een kans om mij van mijn kersen te beroven. Houtduiven zie je vaak op straat pikken op zoek naar zaadjes. Niet alles wordt verteerd en de restanten lozen ze natuurlijk op de meest onhandige plekken. Op deze wijze hebben ze mijn tuin verrijkt met deze fraaie soort. Mijn gele helmbloemen zijn een stadse soort, groeiend in een gebruikelijke biotoop en geheel natuurlijk verspreid. Als ik het zo beschrijf zal iedereen beamen dat dit wilde exemplaren zijn, maar dan word ik wel op mijn bruine ogen geloofd.

Er groeien vier leuke soorten in mijn tuin die minder discussie zullen geven. Al was het maar dat ze in de stad vooral te vinden zijn in de voegen van de bestrating. Zo ook in mijn tuin.

Gehoornde klaverzuring loopt vaak wat rood aan

Het gaat om stijve klaverzuring, gehoornde klaverzuring, kransgras en stijf hardgras die allen het stukje steenwerk in mijn tuin verfraaien. Natuurlijk zijn ze in mijn tuin terecht gekomen als zaad aan mijn schoenen klevend, opgepikt tijdens mijn stadse planteninventarisaties.

Stijve klaverzuring

Stijve klaverzuring (Oxalis stricta), afkomstig uit Noord-Amerika en in de 17e eeuw in Europa ingeburgerd, is het minst gebonden aan een steenwoestijn. Menig tuin wordt verfraaid door deze sierlijke plant. Haar uiterlijk heeft zij mee en wordt bij het wieden vaak gespaard. Haar zusje gehoornde klaverzuring (Oxalis corniculata) is wat meer gebonden aan de straat. Met haar fraaie bruinrode bladeren werd het vroeger als tuinplant verkocht. Ooit inheems in Zuid-Europa komt het nu wereldwijd voor.

Kransgras en stijf hardgras zijn mijn kampioenen van de straat. Deze soorten zijn vrijwel uitsluitend op stenige plaatsen te vinden. Tot deze eeuw waren dit zeer zeldzame grasjes en ze zijn pas in de laatste jaren sterk opkomend. Kransgras (Polypogon viridis) heb ik al enige jaren in mijn tuin. Deze Zuid-Europese soort heeft eind vorige eeuw op eigen kracht Nederland bereikt. Meestal kleine groeiplekken in de schaduwrijke stegen en langs gevels. In het nabijgelegen Amsterdam-Oost kwam er echter een groeiplaats van enige duizenden exemplaren voor. Het is dan ook niet raar dat deze soort in mijn tuin opdook.

 

Mijn kampioen: stijf hardgras

De laatste aanwinst is stijf hardgras (Catapodium rigidum). Deze soort leek een halve eeuw geleden uit Nederland te verdwijnen. Het stond vooral op oude muren en steile wanden in steengroeven en nam in aantal af. Door de opwarming heeft het een nieuwe biotoop kunnen vinden: de straat en komt nu vooral in de Randstad voor. Een paar weken geleden plukte in gedachteloos een halm van een miniem grasje. Tot mijn verbazing was het stijf hardgras, een toch nog zeldzame soort. Ik had begin mei deze soort aangetroffen bij de Buiksloterwegveer in Amsterdam-Noord. Kwam het zaad daar vandaan? Bij nader inzien denk ik van niet. Gaandeweg doken er namelijk meer exemplaren op in alle hoeken van mijn tuin. Nu zijn er ruim dertig: van minieme verkreukelde exemplaren in de looproute tot forse exemplaren langs de muur en borderrand. De soort moet er minstens een jaar aanwezig zijn en vermoedelijk wel langer. Domweg over het hoofd gezien. Het Japanse spreekwoord: ‘Aan de voet van de vuurtoren is het donker’, vind ik hier zeer toepasselijk.

 

Kransgras tussen de fietsenklemmen in Amersfoort

In een bijdrage aan Stadplanten in januari 2017 wijst Joke de Ridder op de opmars van Kransgras in Zoetermeer. Zij vraagt zich af of ook in andere steden deze, tot nu toe zeldzame grassoort, gevonden wordt. Voor Amersfoort is sinds deze week het antwoord: ja. Midden in een drukke winkelstraat, in het hartje van de stad, tussen een aantal fietsklemmen staan een groot aantal planten. De vondst is op een mooi moment omdat het gras volop in bloei staat.

Het winkelend publiek zal zich niet realiseren langs een zeldzame plantensoort te lopen

Kransgras is goed te onderscheiden van andere grassoorten. Vanuit de graspol lopen de stengels horizontaal over de grond om vervolgens met een scherpe knik op te stijgen. De schuin afstaande zijtakken zijn tot aan de voet met aartjes bedekt. In de bloei hangen de bleke wit/gele helmknoppen uit de aartjes. Met een loep zijn op de kelkkafjes kleine stekeltjes te zien. Als de aartjes zijn uitgebloeid en de vrucht rijp is vallen zij in hun geheel af.
Tot nu toe werd Kransgras als zeldzaam beschouwd. In het standaardgrassenboek van Landwehr en de Oecologische flora van Weeda komt de plant nog niet voor. Ook in de toelichting bij de verspreidingskaart van Floron wordt de plant als zeldzaam aangeduid. Het lijkt er wel op dat Kransgras in ieder geval binnen het stedelijk gebied, aan een opmars bezig is. De plant komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied.

Wie verwacht er een zeldzame grassoort als Kransgras tussen de fietsenrekken in een winkelstraat in Amersfoort

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.

Nieuwkomers in de stad

Aarpluim Kransgras (Polypogon viridis) foto: Tilly Kester

Dit artikel is geschreven door Johan Vos, die 31 jaar stadsecoloog van Zoetermeer was.

Hierbij wil ik uw aandacht vragen voor de gestage opmars van Kransgras in Zoetermeer. Samen met een aantal andere, typisch stedelijke soorten als Gehoornde klaverzuring, Straatliefdegras, Groene en/of Geelrode naaldaar en Harig vingergras, is Kransgras tegenwoordig een vaste bewoner van de verharding in bijna alle Zoetermeerse wijken. Hoe snel deze inburgering is gegaan blijkt o.a. uit de tekst uit de meest recente Heukels’ flora (2005) die over deze soort meldt: ‘recent op een aantal plaatsen in het urbane gebied ingeburgerd’. In ‘Stadsplanten, veldgids voor de stad’ uit 2004 noemt Ton Denters Kransgras nog niet.
In Zoetermeer is Kransgras voor het eerst in 2008 waargenomen. Hoewel we nooit gericht gezocht hebben naar Kransgras kunnen we melden dat de soort zeven jaar later 22 keer in 13 Zoetermeerse km-hokken is waargenomen.
Kransgras is een vrij onopvallend éénjarig grasje dat, als zoveel andere stedelijke soorten, afkomstig is uit het Middellandse Zeegebied. Op het eerste gezicht heeft het wel wat weg van Fioringras. Toch kan voor de herkenning de Heukels’ flora meestal wel in de rugzak blijven: als je er oog voor hebt herken je ze al op afstand hoor ik vaak om me heen.
Ook deze soort behoort tot de steeds groeiende groep stedelijke grassen, van zuidelijke herkomst, die na de langste dag in bloei komt.
Qua voorkomen gaat het om warme, vochtige en stenige groeiplaatsen, waaronder verwaarloosde stadstuinen met veel verharding; op de overgang van horizontale en verticale verharding, tegelpaadjes tussen achtertuinen, e.d.
Ik maak me sterk dat Zoetermeer niet de enige stad is waar deze ontwikkeling plaatsvindt en ben dan ook nieuwsgierig naar ervaringen uit andere steden.

Kransgras tussen gewassen grindtegels in een verwaarloosde voortuin. foto: Johan Vos