Tag: kruipklokje

Kling klokje klingelingeling

Toen Erik van der Hoeven en ik zo tien jaar geleden serieus naar stadsplanten begonnen te kijken, als een soort subgroepje binnen de plantenwerkgroep in Breda, kwamen we hier en daar het kruipklokje (Campanula poscharskyana) tegen. Van jaar tot jaar zagen wij het aantal planten toenemen en zich verspreiden over over de stad en het buitengebied. Dit tot onze vreugde en wij hieven dan het lied aan met de tekst zoals die in de titel van dit stukje staat. Meer tekst hebben we niet. Het betere is de vijand van het goede, moet u maar denken.

Er blijkt in de verspreiding van het kruipklokje wel een voorkeur voor een stenige, warme omgeving. Je ziet dit klokje nauwelijks verwilderd in natuurgebieden.

Kruipklokje goed voor diverse soorten bijen

Ik houd me ook bezig met het inventariseren van wilde bijen, en was benieuwd of dit klokje ook aantrekkelijk was voor bijen. Recent ontdekte ik op diverse plaatsen op de begraafplaats Zuylen in Breda flink uitgegroeide kruipklokjes op diverse plaatsen. Deze werden behoorlijk bezocht door een diversiteit aan wilde bijen: diverse hommels, groefbijen, zandbijen en klokjesbijen. De lange bloeitijd van het kruipklokje maakt hem des te waardevoller.

Kortom, een reden te meer te zingen over dit klokje.

 

Ontsnapte klokjes

In het stedelijk gebied zijn een aantal Campanula-soorten allang geen bezienswaardigheid meer. Het kruipklokje (C. poscharskyana) woekert langs gevels, op muren en in brandgangen en zowel het akkerklokje (C. rapunculoides) als het prachtklokje (C. persicifolia) kom je met grote regelmaat tegen in de stad.

Maar intussen beginnen ook enkele andere soorten klokjes te ontsnappen uit tuinen en uit plantenbakken. Een eerste voorbeeld is het breed klokje (C. latifolia). in Nederland wordt deze soort beschouwd als een stinsenplant. Het natuurlijk verspreidingsgebied bestaat uit West-Azië en grote delen van Noordwest-, Midden- en Oost-Europa. De meest noordwestelijke vindplaatsen zijn de Eifel en het Sauerland. Het is een populaire tuinplant die het goed doet in de halfschaduw op vochthoudende grond. In Breda was de plant er in geslaagd om vanuit een tuin onder de stoep door naar de straat te kruipen.

Campanula latifolia
breed klokje

Een tweede  voorbeeld is het karpatenklokje (C. carpatica). Dit prachtige plantje komt van oorsprong, de naam zegt het al, uit een berggebied en is dan ook geschikt voor de rotstuin als ‘voegenvuller’ in de stapelmuur of tussen de stenen. Een plant voor zonnige plekjes met een goed doorlatende bodem. Plaatsen waar een muur grenst aan de stoep voldoet aan deze voorwaarden. In Breda vond ik er ééntje tussen de stenen tegen een  garagemuur en in Antwerpen (Deurne) enkele exemplaren op de stoep langs gevels.

Campanula carpatica in Breda
Karpatenklokje in Breda

Het laatste voorbeeld is het kluwenklokje (C. glomerata). In een rustige villawijk van Breda stond een beetje zielig ogend exemplaar midden op de stoep. Het is niet duidelijk hoe hij daar terecht is gekomen. Van de als tuinplant verkochte cultivar ‘Superba’, en daar leek deze op, is bekend dat hij door zijn worteluitlopers enorm kan gaan woekeren. Een klein stukje verderop in dezelfde straat stond nog een forse pol in de spiegel van een laanboom. Die pol zou daar weleens door een liefhebber geplant kunnen zijn.

 

Campanula glomerata in boomspiegel
kluwenklokje in boomspiegel