Home » Utrecht

Tag: Utrecht

Ondergrondse flora in Utrecht

Een kamer huren in Utrecht is crimineel duur, en het resultaat ongewis. En ik ben vader van twee in Utrecht studerende kinderen. We vonden een oplossing: we kochten afgelopen zomer een appartement aan het Tolsteegplantsoen. Wel een die volledig opgeknapt moest worden, want anders konden we het ons niet veroorloven. Mijn handige broer monteerde CV, nieuwe electriciteit, verplaatste waterleiding en stucte alsof het zijn lieve lust was. Het vele afvalwater van het stucen gooide hij, bij tijdelijke ontstentenis van een werkende afvoer, in de straatput voor ons huis. Over die straatput wil ik het hebben.

 

Tolsteegplantsoen van meer afstand.

Ik kluste er ook flink op los en hielp mijn broer met het verwijderen van zijn afvalwater. Omdat de kalkdrab witte sporen achterlaat op het metaal van de put opende ik het deksel. Ik wist toevallig hoe dat moest. Bij oude putten zit namelijk onder het deksel een met de hand beweegbaar palletjes, dat je opzijschuift om de deksel te lichten. Als bij een motorkap. Wat ik toen aantrof was geen afvoerput voor overtollig stucwater maar een donker, vochtig biotoop van 30 x 30 x 30 cm, met een heuse ondergrondse florajungle. Veel jonge varens, daarom niet eenvoudig te determineren, althans door mij. Dit zijn de soorten die ik aantrof.

  • Tongvaren, Asplenium scolopendrium (zeker)
  • Muurleeuwenbek, Cymbalaria muralis (zeker)
  • Mannetjesvaren, Dryopteris filix-mas (zeker)
  • Steenbreekvaren, Asplenium trichomanes (waarschijnlijk)
  • Brede stekelvaren, Dryopteris dilatata (waarschijnlijk)
Ondergrondse varenjungle. Foto genomen rond oud-en-nieuw, met minder soorten dan in de zomer.

Opgewonden liep ik naar de dichtstbijzijnde andere put: opnieuw groen leven, hoewel wat minder dan in onze put. Dat smaakte naar meer. Ik vergat het klussen, en negeerde de meewarige blikken van mijn broer. Al snel had ik alle putten in onze omgeving uitgekamd. En hebben de buurtbewoners kennis mogen maken met een wel erg weirde, met de blik naar beneden gerichte kersverse medebewoner van de wijk. Maar wat kon het schelen, ik had een fantastische ontdekking gedaan! Onder onze voeten speelt zich in het halfduister een onbekend ander leven af. Als iets spannende stadsnatuur is, is dit het wel.

Ben ik dan de enige die dit weet? Natuurlijk niet. Onze stadsflorist Wim Vuik, van wie ik veel heb geleerd, en nog leer, heeft ooit eens een project gedaan waarbij hij 10.000 putten heeft geinventariseerd. Hij haalde hiermee in een ver verleden de televisie mee, hetgeen hem de wat dubieuze reputatie van puttenman heeft opgeleverd. Iets dat hem nog steeds achtervolgt. En waar ik met deze blog ook weer aan meewerk. Maar ik denk dat hij is er stiekem ook wel trots op is. En terecht.  Dankzij hem weet ik nu van de diverse modellen putten. De oudere vierkante gemetselde zijn de beste. Vanuit floristisch oogpunt dan, want de gemeente heeft gekozen voor nieuwe onderhoudsarme, ronde kunststof  prefab-kolken waar zelfs mos en alg het moeilijk hebben. Fijn voor het onderhoud, jammer voor de ondergrondse flora.

Utrechtse florist Wim Vuik bij een Utrechse put (in Overvecht) in 2013. Met een foto van hemzelf in de Flora Stadsplanten van Ton Denters.

PS De amfibieënliefhebbers hebben ook de iets met putten en kolken, heb ik me laten vertellen. Zij kregen het voor elkaar er een ontwerp door te krijgen met een trappetje aan de binnenwand, waarmee in de put gevallen kikkers zichzelf kunnen bevrijden. Dat is pas echt natuurbescherming op de vierkante centimeter. Maar ook een heel ander onderwerp.

Eindejaarsplantenjacht en kransmuur

Elk jaar organiseert Floron de eindejaarsplantenjacht. De opdracht is: maak een wandeling van een uur, tussen 25 december en 3 januari, en vind zoveel mogelijk plantensoorten; maar alleen die met bloemen. Bloeiende planten in de winter? Ja, dat is nu precies de uitdaging. Dus ik deed mee! Gemakzuchtig kies ik mijn huis als startpunt, en ga ik op 27 december een uurtje dwalen door de naburige Rivierenwijk in Utrecht. 

Rivierenwijk in Utrecht, mijn eindejaarsplantenjachtgebied afgelopen oud-en-nieuw.

En inderdaad, als je maar goed kijkt, zijn er duizenden bloeiende bloemen. De opvallende, bijna eeuwigbloeiende tuinvlieder Kruipklokje (Campanula poscharskyana). Madeliefje en Paardenbloem natuurlijk. Maar ook straatgras, die bloeit het hele jaar door, je zou hem bijna vergeten. Kort samengevat, ik trof verrassend genoeg liefst 19 verschillende bloeiende soorten in de wijk aan. En de interessantse was: Kransmuur. Niet voor niets in het rood aangeduid in mijn waarneming.nl-lijstje.

De 19 bloeiende soorten van mijn persoonlijke eindejaarsplantenjacht in Rivierenwijk, Utrecht.

Kransmuur is interessant omdat deze soort volgens de laatste Heukels’ Flora een zeer zeldzame is (KFK 003 voor de liefhebber). Dat lijkt me verouderde informatie, want ik kom Kransmuur, ondanks zijn onopvallende uiterlijk, toch geregeld tegen. Een blik op de, overigens erg informatieve, Floron Verspreidingsatlas laat in een oogopslag zien hoe dat komt: Kransmuur is een recente nieuwkomer is. 30 jaar geleden was de soort niet bekend in Nederland, en nu bijna overal. Dat is toch bijzonder! Zeker als je in ogenschouw neemt dat niemand deze soort bewust hierheen heeft meegenomen, zoals je bij veel andere ,problematische, nieuwkomers wel ziet: Japanse duizendknoop (Fallopia japonica); Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum); Kruipklokje (Campanula poscharskyana; …). Waarom zou je dat immers doen met zo’n voor tuinen onooglijk plantje. Dit heeft hij geheel op eigen kracht gedaan.

Nagenoeg alle waarnemingen van Kransmuur zijn recenter dan 1990. Een echte nieuwkomer dus. En op eigen kracht.

In Nederland kom je Kransmuur vooral in stedelijke omgeving tegen, vaak tussen tegels en in muurnaden. De soort is eigenlijk helemaal geen muur, althans niet zoals die andere muren die we kennen. Geen Veldmuur (Minuartia), Muur (Stellaria), Watermuur (Myosoton), Vetmuur (Sagina), Drienerfmuur (Moerhingia) of Zandmuur (Arenaria). De soort vertegenwoordigt in Nederland een geheel eigen geslacht, Polycarpon, maar wel binnen de Anjerfamilie, Caryophyllaceae; de enige met deels kransstandige bladeren, voor zover ik weet.

Kransmuur stamt oorspronkelijk uit het westelijke deel van het Middellandse Zeegebied, maar groeit tegenwoordig in alle werelddelen. De soort groeit in Zuidwest Europa van nature tussen kale, zonrijke rotsen. Laat de stad met al zijn stenen hier prima op lijken! Geen wonder dat Kransmuur in Nederland een echte stadsplant is.  De stad Groningen is naar verluid de meest noordelijke vindplaats in ons land en mogelijk zelfs in Europa. Maar op het atlaskaartje zie ik ook een waarneming op Terschelling, toch een stukje noordelijker.

Zo ziet Kransmuur, Polycarpon tetraphyllum, er vanaf afstand dus uit.

 

 

Hier kan je de kransstandige bladstand goed zien, en tevens de sterk vertakte bloeiwijze 

Maar hoe herken je Kransmuur als stadsflorist? De harde kenmerken zijn: de meeste bladeren in kransen van vier; de vele bloemen (Polycarpon = veelvruchtig) van 2 mm (!) staan in sterk vertakte bloeiwijze; de kroonbladen hebben een groene middennerf, schitterend onder een loep.  Maar dit zie je pas als je minstens 10 cm van het plantje afstaat, en de kans is groot dat je er dan al voorbij bent gelopen. Ik herken Kransmuur daarom in eerste instantie vooral van afstand, aan zijn bollige, sterk vertakte, wat rommelige habitus (zie bovenstaande foto van de geparkeerde auto). Zie je tussen de zonnige stoeptegels, straatstenen en tegen muren een wat onaantrekkelijk groenig bolletje van 5 – 10 cm, kijk dan even dichterbij naar de harde kenmerken. En ontdek de onverwachte schoonheid van mijn nieuwe vriend:  Kransmuur.  

 

PS Tip: Bekijk, voordat je de zonnige stoeptegels in je stad betreedt, eerst wat plaatjes op internet : verspreidingatlas.nl, waarneming.nl, wilde-planten.nl. ,voor een goed zoekbeeld. 

 

Friet en muurvaren

Ik mag dan wel bekend staan als natuurliefhebber, ik blijf een stadsbewoner. En stadbewoners hebben ongezonde gewoontes. Zoals alsmaar druk met zichzelf en hun werk bezig zijn, en af en toe bij de snackbar een frietje halen. Voor het gemak. Zo ook vorige week, een wandelingetje van zes minuutjes van mijn huis naar de Balijelaan, een grijze racebaan zonder kraak of smaak. Afgezien van het lichtpuntje dan: de Snackbar Balije Big Snack met hun aardige Chinese uitbaters.

Na mijn friet met en een Mexicano besteld te hebben, liep ik naar buiten om mijn kleren niet deelgenoot te hoeven laten zijn van de vette dampen die de wasemkappen onvoldoende wegfilteren. Doelloos op straat staand, viel mijn oog op de goedkope gevelreclame, en toen iets hoger op het raam van de bovenburen, en toen nog maar iets hoger. Daar, op 5 meter hoog, was de beloning: een enorme bos muurvarens, Asplenium ruta-muraria.

Snackbar Big Snack Balije en interessante alternatieven in de omgeving in Utrecht

Muurvaren staat bekend als algemene soort, maar ik vind hem toch altijd weer bijzonder als ik hem aantref. Opvallend als de tongvaren is hij niet, en zelfs de steenbreekvaren, toch ongeveer even groot, steelt eerder de show. Maar de muurvaren is wel een van de weinige varens die je  ook op droge op het zuiden gerichte muren aantreft. Mijn eerste bewuste waarneming van een muurvaren was in een spleet van een betonnen waterkering van een inmiddels opgedoekt militair terrein bij de Europalaan. Ik dacht dat ik de ontdekking van de eeuw gedaan had. Dat bleek mee te vallen. En op oudere tuinmuurtjes in de buitenwijken moet je gewoon je ogen openhouden, daar is hij een graag geziene gast. Muurvaren, mijn bescheiden, betrouwbare vriend.

Muurvaren naast de vlaggenhouder, op fotografenvriendelijke hoogte van 2,50 meter.

PS

Van mijn kinderen begrijp ik dat een bezoek aan een snackbar sneu is. Niet omdat de jeugd van tegenwoordig opeens voor gezond gaat. Maar je laat je frietje tegenwoordig comfortabel thuis bezorgen met een electrische scooter of een slechtbetaalde fietser met een vierkante rugzak. Floristen aller steden: blijf uw gang naar afhaalchinezen, pizzeria’s en snackbars gewoon maken. Of begin ermee. Kijk daarbij dan wel even om u heen, een bijzonder ontdekking ligt immers op de loer.

Winterheliotroop in Utrecht

In de loop van 2013 werd duidelijk via de oplettende medewerker op Waarneming.nl, te weten Erik Slootweg, dat we in Nederland een Hoefbladsoort rijker waren. Dit was Winterheliotroop (Petasites pyrenaicum).

In het milde klimaat van Zeeland met name in de omgeving van Middelburg bleek deze licht vorstgevoelige soort op diverse plaatsen jarenlang onopgemerkt te groeien. Dit was goed te zien aan de vele exemplaren op diverse groeiplaatsen. Bij het nagaan van foto’s bleek in Amstelveen, in een van de parken aldaar de soort ook voor komen. Aangeplant weliswaar.

Niks bijzonders zou men denken, ware het niet dat in het voorjaar van 2016 in Utrecht-Lunetten nog een tamelijk grote groeiplaats werd ontdekt. Winterheliotroop werd langs een vrij schaduwrijke, wat voedselrijke zoom ontdekt. De soort staat hier bijna vlakdekkend over een lengte van zo’n 10 meter. Het naastgelegen voetpad is een populaire hondenuitlaatroute. In deze berm komen diverse stinzenplanten voor, alsmede populaire soorten die via tuinafval de bermen koloniseren. Navraag bij omwonenden leverde in eerste instantie geen aanknopingspunten op voor gerichte recente aanplant. Ook in de tuinen van deze omwonenden bleek de soort niet voor te komen.

Winterheliotroop met kenmerkend blad

Alleen het karakteristieke blad  werd in 2016 nog maar op de foto gezet. Omwonenden verklaarden echter wel dat ze bloeiwijzen hadden gezien die zeer gelijkend waren aan Winterheliotroop. Begin januari 2017 is de groeiplaats nogmaals bezocht. En dit leverde zekerheid op. Een 15-tal bloeiende exemplaren en verdere informatie omtrent de groeiplaats.

Winterheliotroop: knoppen en blad

Ook nu weer voorzag een omwonende, een andere dan een jaar terug,  mij van wezenlijke informatie. De soort komt hier in ieder geval al sinds 2010 voor. Van aanplant was toen geen sprake. Hij heeft de groeiplaats rond die tijd wel volledig omgespit om de brandnetels en bramen die er toen stonden proberen kwijt te raken. De omwonende heeft connecties met Zeeland, maar niet met Middelburg en omgeving.

Winterheliotroop komt voor met zeker 60 exemplaren. De soort is hier zeker volledig ingeburgerd. Men kan dus rustig stellen dat Winterheliotroop niet meer een louter Zeeuwse soort is. Leuk!

Opmars van Glanzige ooievaarsbek

In de 20ste editie van de Heukels uit 1983, wordt Glanzige ooievaarsbek (Geranium lucidum) nog niet genoemd. In de 21e druk wordt de soort in kleine lettertjes afgedrukt en omschreven als “recent op enkele plaatsen opduikend in het westen van Nederland”. In de 22ste editie wordt Glanzige ooievaarsbek nu als een volwaardige soort gezien en als zeldzaam in het stedelijk gebied en de duinen omschreven. In de tot nu toe laatste editie van de Heukels uit 2005 wordt de soort ineens weer als zeer zeldzaam omschreven. Tenslotte wordt in Stadsplanten van Breda uit 2013 de soort omschreven als “neiging tot woekeren”.

Glanzige ooievaarsbek foto: Aad van Diemen
Glanzige ooievaarsbek. Foto: Aad van Diemen

Door het warmer worden van het klimaat is Glanzige ooievaarsbek inmiddels niet meer weg te denken uit het stedelijk gebied. De soort komt voor op schaduwrijke, vochtige, tamelijk voedselrijke stenige grond, onder heggen en aan de rand van plantsoenen. Dit werd in 2016 zeer goed duidelijk in de wijk Utrecht-Lunetten. Glanzige ooievaarsbek is daar inmiddels een

van de algemeenste soorten met naar schatting meer dan een half miljoen exemplaren! Bijna letterlijk zijn daar de brandgangen en plantsoenen vergeven van deze soort. Milieubewuste inwoners van Lunetten kunnen dit overigens lang niet altijd waarderen. Diverse brandgangen werden door hen ontdaan van deze soort, terwijl andere typische brandgangsoorten dan werden ontzien. Kortom, inmiddels zeker een woekerende soort, maar naar mijn mening wel een mooie….

Glanzige ooievaarsbek foto: Erik van der Hoeven
Glanzige ooievaarsbek. Foto: Erik van der Hoeven