In deze tijd van het jaar gebruik je graag de Eindejaarsplantenjacht van de FLORON als een goede gelegenheid om uit te kijken naar een plantensoort die bloeit en tot nu toe aan de aandacht voor de soort in deze blog is ontsnapt. Het werd de Witte dovenetel (Lamium blanca). In januari 2019 beschreef ik eerder de nauw verwante Paarse dovenetel (Lamium purpureum). Zowel in de Nederlandse- als in de wetenschappelijke naam wordt verwezen naar de kleur van de bloemen.

Van het geslacht Lamium kennen we in Nederland vijf soorten met de naam dovenetel. De brede -, de gevlekte -, de ingesneden -, de witte – en de paarse dovenetel.
Er zijn ook nog de gele- en de geel gevlekte dovenetel. Die zijn tegenwoordig ondergebracht in het geslacht lamiastrum. De verschillen tussen de dovenetels van het geslacht Lamium en de gele dovenetel zijn te vinden in de aanhechting van de kroonbuis aan de bovenlip en de vorm van de zijslippen.

De naam “dovenetel” verwijst naar heit feit dat de dovenetels veel lijken op brandnetels maar ze hebben geen brandharen. Omdat ze veel op brandnetels lijken, laten de meeste dieren ze met rust. Dat geld niet voor veel insecten. Hommels, bijen, zweefvliegen en vlinders bezoeken de witte dovenetel graag. De plant produceert veel nectar. De dovenetelgraafwants is een insect dat zijn naam zelfs te danken heeft aan zijn nauwe verbondenheid met de plant. De wantsen zuigen sap uit de wortels, de stengel en bladeren. Ze begraven hun eitjes in de grond tussen de wortels.

Brandnetel en dovenetels behoren tot verschillende families. Grote- en Kleine brandnetel vormen samen met Klein- en Groot glaskruid, de brandnetelfamilie. Alle dovenetels behoren tot de lipbloemige. Bloemen van de lipbloemige zijn altijd tweezijdig symmetrisch. Dat betekent, dat je de bloem in het verticale vlak doormidden kunt snijden en dat dan de linkerhelft het spiegelbeeld is van de rechterhelft. Bij horizontaal doorsnijden gaat het verhaal niet op. De naam “lipbloemen” duidt op de typische vorm van de kroonbladen die vergroeid zijn tot een kelk met een onder- en een bovenlip. Veel planten uit deze familie hebben vierkante, holle stengels. Dat is ook bij de Witte dovenetel het geval. Kenmerkend zijn ook de meeldraden die tegen de bovenzijde van de kelk liggen. Twee lange en twee korte meeldraden.

Brandnetel en dovenetel zijn ook goed van elkaar te onderscheiden door naar de bladrand te kijken. De bladranden van de dovenetel zijn slordig gekarteld terwijl deze bij de brandnetel streng symmetrisch zijn. Een tweede determinatiehulpmiddel is de gaafheid van de bladeren. Op het blad van de dovenetel zitten altijd wel wat bruine vlekjes. Bij brandnetels zie je die nooit.

Even een weetje om te onthouden: mocht je je branden aan een brandnetel smeer de huid dan in met een fijn gewreven blaadje van een dovenetel. In de directe omgeving van de brandnetel vind je bijna altijd ook wel paarse of witte dovenetel.
Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.
Joop de Wilde


