Een bleekgeel sieraad op straat

Op de stoep

In de zomer of in de vroege herfst kun je in de stad tussen grauwe stoeptegels ineens prachtige bleekgele bloemen met oranje vlekken aantreffen. Er is bijna geen twijfel mogelijk: het moet dan het vlasbekje (Linaria vulgaris) wel zijn. Vroeger noemden we dit plantje ‘Vlasleeuwebek’. Waarom de leeuw uit de naam is verdwenen heb ik niet kunnen achterhalen. Misschien bekt het lekkerder. Het geslacht ‘Linaria’ heet in het Nederlands nog steeds ‘Vlasleeuwenbek’.

Vlasbekje is een tamelijk forse plant van soms tot ruim een halve meter hoog met rijke bloemtrossen. De bloem bestaat uit twee lippen en een naar achteren uitstekende spoor. Binnen in die spoor zit nectar. De oranje vlekken op de kroon vormen een honingmerk. Een honingmerk is een markering of patroon op een bloem, dat voor een insect de richting aangeeft waar de beloning zit. Beloningen zijn gewoonlijk nectar, pollen of beide. De rijpe doosvrucht gaat met een aantal lange tanden open. De platte zaden zijn rondom van een brede vleugelrand voorzien.

Soms is de bloem van vlasbekje voor sommige hommels te diep. Ze bijten daarom de bloemspoor onderaan open. Dit wordt ‘diefstal met inbraak’ genoemd. De bloemen, dat wil zeggen de vruchtbeginsels, worden dan niet bevrucht.

Vlasbekje is een overblijvende plant met een rechtopstaande stengel en lijnvormige, blauwgroene bladeren. Deze zijn 3-8 cm lang en slechts 3-6 mm breed. Ze staan boven in de plant verspreid, maar onderin vormen ze kransen. De plant vormt wortels tot wel 1 meter diep.

Samen met hertshoornweegbree tussen de stenen

Het vlasbekje groeit meestal op zonnige, vrij droge, voedselrijke groeiplaatsen in grazige vegetaties, op ruderale plaatsen, in bermen, langs spoorwegen, op braakliggende terreinen, langs muren, tussen stoeptegels, enz.

De naam ‘leeuwenbek’ duidt op de vorm van de oranjegele bloem, die bij samendrukken lijkt op een opengesperde muil. ‘Linaria’ komt van het Latijnse linum (vlas), vanwege de gelijkenis van de bladen met die van vlas. ‘Vulgaris’ betekent ‘gewoon’.

Bloeiwijze met mierenbezoek

In de volksgeneeskunde werd vlasbekje gebruikt als vochtafdrijvend middel en vanwege de laxerende werking. In de middeleeuwen werd een afkooksel van vlasbekje toegevoegd aan het waswater om grauw linnen een bleekgele tint te geven.

Op vlasbekje leven diverse insecten, waaronder snuitkevers en vlinders, die zich ontwikkelen in gallen op verschillende plantendelen.

Verwarring met andere soorten is nauwelijks mogelijk. Er is één soort die er op lijkt: de liggende leeuwenbek (Linaria supina). Deze soort komt van nature voor Zuidwest-, Zuid- en Midden-Europa. In Nederland is de soort een zeer zeldzame exoot. In België ingeburgerd, maar zeer zeldzaam.

Literatuur:

E.J. Weeda, Nederlandse Oecologische flora, IVN, 1988 (deel 3)

A.Jacobs, De Wilde Planten van België, Lannoo, 2023

Over de auteur

Recente berichten