Op een vochtige plaats in het Zuiderpark, tussen speenkruid en blauwe anemonen, stonden ze als kloeke klokjes te bungelen: de opvallende bloemen van de kievitsbloem (Fritillaria meleagris).

Opvallende bloempatroon
De bloemen van de kievitsbloem hangen sierlijk knikkend aan de top van de stengel; hun klokvorm beschermt het stuifmeel tegen regen en trekt tegelijk bestuivers zoals bijen aan.
De bloemen zijn meestal paars geblokt, maar ze kunnen ook egaal crèmewit zijn. Het bijzondere ruit- of schaakbordpatroon op de bloemblaadjes en de vorm in jonge, gesloten toestand vertonen een sterke gelijkenis met een kievitsei, vandaar de naam kievitsbloem. Tevens bloeit de plant in het voorjaar, wanneer ook de kieviten hun eieren leggen.

Ook de wetenschappelijke naam bevat een verwijzing naar de vierkante patronen op de bloembladeren; Fritillaria is mogelijk afkomstig van fritillus, Latijn voor dobbelbeker. Dit verwijst naar de Romeinse dobbelbekers, die kleine ruitvormige openingen hadden. Meleagris betekent ‘parelhoen’, vanwege het gespikkelde patroon dat doet denken aan de veren van deze vogel.
Deze uiterlijke kenmerken komen ook terug in de diverse alternatieve namen voor de plant. De bloemvorm lijkt op die van een tulp; de plant wordt daarom ook wel de ‘Zwolse tulp’ genoemd. In het Engels wordt de plant ‘snake’s head’ genoemd, omdat de nog niet geopende bloemen doen denken aan de kop van een slang die naar beneden hangt. Ook het geruite patroon heeft iets weg van de huid van een slang. Samen geeft dat de indruk van een slangenkop met schubben.

Afhankelijk van natte graslanden
Het duurt wel zo’n acht jaar voordat de planten in bloei komen, maar dan vormen ze in het voorjaar een bron van nectar voor onder andere aardhommels. Zij kunnen de bloemen bestuiven, maar ook zelfbestuiving schijnt veelvuldig op te treden. De zaden zijn relatief groot en verspreiden zich veelal drijvend op het water. De plant is voor de verspreiding van de zaden dan ook afhankelijk van overstromingen en een hoge waterstand in de winter.
Als bolgewas is de plant het gras te vroeg af: door de winterse drassigheid duurt het lang voordat de grasgroei op gang komt en dan hebben de planten al een aanzienlijk deel van de jaarcyclus achter de rug. Enkele maanden na de bloei sterven de tere stengels met smalle bladen af.
Kievitsbloemen hebben graag natte voeten. Toen de weilanden nog lekker nat mochten zijn, kwamen ze veel vaker voor. Nu zijn ze door zware bemesting, omploegen en betere drainage veel zeldzamer. De kievitsbloem behoort tot de leliefamilie (Liliaceae) en wordt tussen de 15 en 30 centimeter hoog.
Vanwege de mooie bloemen werden kievitsbloemen vaak uitgegraven en in tuinen gezet. De soort wordt veel gekweekt en is in tuincentra verkrijgbaar in zowel een witte als een paarse variant. De plant is kwetsbaar en heeft rust nodig om goed te kunnen aanslaan en zich verder te verspreiden. Doordat hij hoge eisen stelt aan de bodem, verwildert hij niet overal gemakkelijk.


