Een nieuwe boterbloem: een bosplant in de stad

Wollige boterbloem, bloeiwijze. Foto van Michiel Boulogne

Ik heb me wel eens afgevraagd hoe sommige nieuwe soorten in de stad ontdekt zijn. Ik heb het dan niet over de nieuwkomers waarbij geen gelijkende soorten in Nederland voorkomen. Denk aan al lang aanwezige nieuwkomers als Stokroos (Alcea rosea) of Anna Paulownaboom (Paulownia tomentosa). Beiden uit cultuur verwilderd. Recent komt Vlakbloempje (Mazus pumilus) op, kleine plantjes, zonder een Nederlandse dubbelganger. Of Kransnemesia (Nemesia melissifolia) die voor de ontdekker Ton Denters jarenlang een puzzel was. Bij deze vondsten was meteen duidelijk dat het iets nieuws was.

Dat geldt ook voor soorten die min of meer lijken op inheemse soorten zoals Schijnpapaver (Papaver cambricum) of Donzige klaproos (Papaver atlanticum) die duidelijk een soort papaver zijn, maar wel heel duidelijk verschillen van onze Grote klaproos (Papaver rhoeas) en Bleke klaproos (Papaver dubium). Schijnpapaver en Donzige klaproos hebben gele of oranje bloemen en de bladvorm is ook afwijkend. Maar een antwoord op de vraag: “Wat is het?”, is soms heel lastig. Soms brengt een buitenlandse flora soelaas.

Dit was voor de Schijnpapaver de Flora Iberica waarmee deze soort werd geïdentificeerd. Voor Witte trompettabak (Nicotiana sylvestris) bracht een Duitse flora van Sier- en Nutsplanten (Rothmaler deel 5) de naam. Vermeldenswaardig is dat deze soort in 2010 voor het eerst als verwildering werd ontdekt en dan binnen een maand door drie waarnemers. Blijkbaar werd deze plant net daarvoor als nieuwe tuinplant aangeboden.

Er zijn soorten die in de eerste instantie erg lijken op soorten die je in Nederland voorkomen en die lastiger te herkennen zijn. Meestal merkt de waarnemer dat de plant iets afwijkends heeft zonder dat het duidelijk is wat het is. Ik heb dat vooral gehad met soorten uit het geslacht geranium. Glanzige ooievaarsbek (Geranium lucidum), Ronde ooievaarsbek (Geranium rotundifolium) en Klein robertskruid (Geranium purpureum). Ik hoorde via nieuwsbrieven of andere botanische kanalen van hun bestaan en dan is het iets gemakkelijker. Maar ik heb gemerkt dat een eerste ontdekking nogal wat voeten in de aarde kan hebben.

Smalle naaldaar (Setaria parviflora) werd jarenlang aangezien voor een rare vorm van Geelrode naaldaar (Setaria pumila). Hoe de herkenning verliep is in 2019 beschreven in Stadsplantenpost: “Een raar gras

Een onbekende soort boterbloem

Maar als je vaker in de stad planten inventariseert wordt je alerter op afwijkingen. Onlangs werden leden van de plantenwerkgroep KNNV-Amsterdam gevraagd om het Marineterrein in Amsterdam te inventariseren. Het plan is om het groenbeheer natuurlijker te doen. Men wilde een nulmeting om daarmee later na te kunnen gaan hoe goed men daarin is geslaagd.

Er werden leuke en ook onverwachte soorten gevonden, zoals altijd in de stad. Op een gegeven moment trok een rozet van een boterbloem de aandacht. Het blad was vrij groot, licht en donker gevlekt en wat bobbelig en glanzend. Vroeger hadden we er niet veel mee gekund maar tegenwoordig hebben we herkenning-apps. En daar kwam uit: Bosboterbloem (Ranunculus polyanthemos subsp. nemorosus). Als het klopte zou dat een geweldige vondst zijn. Nu zijn apps niet volledig te vertrouwen dus meteen de waarneming geüpload naar waarneming.nl. Een validator kan hopelijk voor een bevestiging zorgen.

Wollige boterbloem, rozet. Foto van Peter Wetzels

Tja, een rozet zonder bloemen is lastig maar het was duidelijk dat iets afwijkends was. Het verzoek van de validator was om de plant tegen maaien te beschermen zodat die in bloei kon komen. De beheerder heeft meteen de groeiplaats met stokken en rood-witte linten afgezet. Een bijzondere soort in zijn beheergebied is natuurlijk erg leuk.


Wollige boterbloem, beschermd tegen maaien. Foto van Peter Wetzels

Na een week of twee kwamen de bloemen en toen werd duidelijk dat het Wollige boterbloem (Ranunculus lanuginosus) betrof. De app het het dus mis! De derde vondst van Wollige boterbloem in Nederland. De eerste vondst, in 2023, was een kilometer zuidelijker vlak bij de Hortus Amsterdam. In de eerste instantie kreeg de plant van het Herbarium van Naturalis Biodiversity Center in Leiden een andere en verkeerde naam. Pas bij de tweede vondst, zeer nabij de eerste, leverde het extra materiaal de goede naam op. Nu, bij de derde vondst, ging de herkenning een stuk soepeler omdat de validator betrokken was geweest bij de zoektocht naar de soortnaam bij de eerste twee vondsten.

En er is ook al vergelijkingsmateriaal op waarneming aanwezig. Inmiddels is er ook een melding uit Breda. Wellicht is de soort eerder over het hoofd gezien en nu er waarnemingen bekend zijn wordt de soort eerder thuisgebracht.

Herkenning van Wollige boterbloem

Ik citeer hier de beschrijving die Ton Denters bij zijn waarneming heeft gemaakt: Forse, tot 1 meter hoge, in onderste deel vertakte (daardoor breed uitstrekkende), overal (dicht, met name stengels) behaarde planten. Grondbladeren breed, hartvormig en gelobd, van aanzienlijk afmeting (tot wel liefst 15-18 cm breed/hoog). Bovenste stengelbladeren 3-delig, ongedeeld langwerpig (lancetvormig). Vruchtjes 4 mm, aan bovenrand ‘pitted’, met gekromde top, waarin filamenten aanvankelijk blijven hangen (wordt als typisch kenmerk benoemd).

Wollige boterbloem, bloeiwijze. Foto van Michiel Boulogne

De geschiedenis van de ontdekking van de soort en wie er allemaal bij betrokken waren, is na te lezen op waarneming.nl. Zoek daar op Wollige boterbloem en zet de begindatum vóór 2023-05-03. In de commentaren is goed na te lezen met hoeveel inzet de determinatie van deze soort heeft plaatsgevonden. Klik anders op de link bij Bronnen.

Herkomst en Ecologie

De Wollige boterbloem is een Centraal-Europese soort.

Bron https://www.floraweb.de/

De verspreiding in Duitsland is oostelijk van de Rijn.

Bron https://www.floraweb.de/

De bron van de planten in Amsterdam is vermoedelijk de Hortus Botanicus. De eerste twee vondsten zijn in de onmiddellijke omgeving gedaan.

In Duitsland is Wollige boterbloem een bosplant van oude bossen op rijke grond, vaak gekenmerkt door een rijke kruiden- en struiklaag. Van hellingbossen op kalk tot harthoutooibossen langs beken en rivieren. Koele en vochtige milieus worden geprefereerd. Niet bepaald een biotoop van een dichtbebouwde stad. Wollige boterbloem is denkelijk niet anders dan een tuinvlieder, maar wel een heel bijzondere.

Bronnen

Die Farn- und Blütenpflanzen Baden-Württemberg Band 1 Oskar Sebald et al.1993
Website floraweb.de Ranunculus lanuginosus L. (Wolliger Hahnenfuß)
Website Waarneming.nl: Wollige boterbloem
Website Stadsplanten.nl: Opmars van Glanzige ooievaarsbek door Wim Vuik 28 november 2016
Website Stadsplanten.nl: Anna Paulownaboom; pionier van het groene stadswoud Ton Denters 19 augustus 2018
Website Stadsplanten.nl: Een raar gras Peter Wetzels 29 september 2019
Website Stadsplanten.nl: Schijn bedriegt Erik van der Hoeven 30 januari 2022
Website Stadsplanten.nl: Ode aan de Ronde ooievaarsbek door Niels Eimers 6 april 2023
Website Stadsplanten.nl: Klein robertskruid: een dubbelganger door Peter Wetzels 10 november 2024
Website Stadsplanten.nl: Vlakbloempje verovert Breda Erik van der Hoeven 1 december 2024

Over de auteur

Recente berichten