
In de Bredase wijk Westerpark, gebouwd aan het eind van de vorige eeuw, vond ik jaren geleden op een stoep een populatie straatwolfsmelk (Euphorbia maculata). Toen ik er in juli van dit jaar weer eens ging kijken was de populatie aardig uitgebreid. Een paar straten verderop meende ik ook enkele exemplaren te zien, maar iets klopte er niet: geen vlekken op de bladeren. Het bleek te gaan om de geribde wolfsmelk. Nooit eerder in levende lijve gezien.
Ik las ergens dat straatwolfsmelk ook wel eens bladeren heeft zonder vlekken en dan moet je op de beharing van de vruchten letten. De vruchten van straatwolfsmelk zijn uniform kort behaard en die van geribde wolfsmelk hebben wat langere haren die voornamelijk op de rug van elk deel van de driehokkige vrucht groeien.
De geribde wolfsmelk (Euphorbia prostrata) is volgens de Verspreidingsatlas van Floron een zeldzame soort die niet is ingeburgerd. Het gaat om een soort die afkomstig is uit het zuiden van Noord-Amerika, Centraal-Amerika en enkele Zuid-Amerikaanse landen. Als geïntroduceerde soort komt deze wolfsmelk ook voor in regio’s in Afrika, Azië, Australië en Europa. In Nederland hoort de soort vandaag de dag thuis in de categorie “verwilderende adventief”. Straatwolfsmelk is al ingeburgerd aan het eind van de vorige eeuw. Geribde wolfsmelk wordt vooral in het stedelijk gebied aangetroffen. Het groeit er als pionier op zonnige, stenige plaatsen. Ton Denters voorspelt in Stadsflora van de Lage Landen (2020) voor deze wolfsmelk een zonnige toekomst in onze steden.

Geribde wolfsmelk is een kruipend, eenjarig kruid met tot 50 cm lange, paarsachtig getinte takken en talrijke bijwortels. De bladeren zijn 3 tot 8 mm lang en ovaal; de bladrand is heel licht getand, behaard en kleurt vaak wat rood-paars. De stengels zijn behaard. Net als alle andere leden van het geslacht Euphorbia is er een aparte bloeiwijze en bloembouw. In de Heukels van 2020 wordt het als volgt omschreven: “De bloem wordt opgevat als een bijzondere deelbloeiwijze (cyathium), bestaande uit 1 vrouwelijke bloem en enkele tot 1 meeldraad gereduceerde mannelijke bloemen, de laatste met een geleed steeltje. De bloemen worden omgeven door een kelkachtig omwindsel met meestal 4 randklieren”. De vrucht is een driehokkige doosvrucht met zes overlangse groeven, waarvan drie met de scheidingswanden tussen de hokken corresponderen. De andere drie markeren de naden, waarlangs de vrucht zal openspringen.
Net als andere wolfsmelksoorten bevat de plant een wit, irriterend melksap dat kan zorgen voor huiduitslag of oogirritatie bij aanraking.
De naam ‘wolfsmelk’ heeft te maken met het giftige melksap dat vrijkomt als je de stengels doorbreekt. Het sap heeft iets gevaarlijks en dan kun je, ook in deze tijd, bij de wolf uitkomen. Voor de wetenschappelijk geslachtsnaam ‘Euphorbia’ bestaan twee mogelijke verklaringen. De eerste is dat het geslacht genoemd is naar Euphorbios, de Griekse lijfarts van koning Juba de Tweede van Mauretanië. Hij gebruikte deze planten als geneeskruid. De tweede verklaring is dat ‘Eu’ staat voor ‘goed’ en ‘pherboo’ voor ‘voeden’. Het schijnt dat het melksap werd gebruikt ter genezing van teringlijders. De soortaanduiding ‘prostrata’ is een Latijnse plantenterm die ‘neerliggend’ of ‘kruipend’ betekent. Dat is dus wel duidelijk.

Om de bloeiwijzen nog eens goed te bekijken had ik een klein stukje van de plant mee naar huis genomen en opgeborgen in een plastic petrischaal met wat vochtig wc-papier. Na twee dagen zag ik tot mijn verwondering een aantal vruchten op een steeltje die er eerst niet waren (zie foto). Na de bevruchting groeit het steeltje van de jonge vrucht verder uit en richt zich op. Weer een paar dagen later waren de vruchten donker van kleur. Of de vruchten ook nog open zullen springen is nog afwachten.


