Pitrus of Biezenknoppen – Het verschil zit hem in een knikje

Wie kent ze niet. Die diepglanzende, dondergroene, gladde, smalle, ronde stengels van zo’n 50 centimeter hoog die zeer dominant aanwezig zijn. Pitrus (Juncus effusus) ! Maar eigenlijk gaat deze bijdrage niet over Pitrus maar over een verwant die je minder vaak in de stad aantreft maar wel degelijk van tijd tot tijd daar gevonden wordt in de bermen van de weg: Biezenknoppen (Juncus conglomeratus)! Maar o.k. we hebben het ook nog wel even over Pitrus. We starten er zelfs mee.

Biezenknoppen in een berm binnen de bebouwde kom. Onmiddellijk te herkennen vanuit de auto als je er langs rijd door de compacte bloeiwijze.

Als de lezers van deze blog naar een foto kijken van Pitrus zal vrijwel iedereen zeggen: “O ja! Die plant ken ik wel”. Dat is anders als het over Biezenknoppen gaat. Als je niet vertrouwd bent met de plantenwereld zal vrijwel iedere wandelaar bij het zien van Biezenknoppen zeggen: “Hé daar staat Pitrus”. Hoe kom je er snel achter met welke plant je te maken hebt.

Beiden groeien vanuit een pol, beiden hebben slanke groene stengels, beiden hebben een bloeiwijze die zijdelings uit de stengel komt en bij beiden zijn de holle stengels gevuld met merg. Dan zou je zeggen dan wordt het lastig. Gelukkig zijn er wel degelijk verschillen die je bij goed kijken makkelijk vast kunt stellen. De pitrusstengel is glad maar gaat bij het ouder worden ook ribbels tonen. De stengel van de Biezenknoppen is altijd geribbeld. Een ander kenmerkend verschil is de top van de stengel. Bij Pitrus is de stengel over de volle lengte recht. Bij Biezenknoppen zit er ter hoogte van de bloeiwijze een knik in de stengel.

Pitrus links, Biezenknoppen rechts. Let op de knik in de stengel bij Biezenknoppen, net boven de bloeiwijze.

Een derde verschil is de bloeiwijze. Deze is bij Biezenknoppen veel compacter dan van Pitrus. Dit verschil wordt duidelijker naarmate de planten ouder zijn. In het voorjaar, als de planten nog in de groeifase zitten, is dit onderscheid moeilijker vast te stellen.

Voor de determinatie is het raadzaam de bloeiwijze goed te bekijken. Pitrus heeft een redelijke uitbundige bloeiwijze. Biezenknoppen hebben een gesloten, compacte bloeiwijze. Als het om jonge planten gaat is het wat lastiger.

Massale aanwezigheid van Pitrus kan wijzen op verstoorde (verslempte) grond. Vooral grond waarvan de oppervlaktelaag verdicht is waardoor regenwater moeilijk weg kan zakken. De verdichting van de grond kan b.v. ontstaan door er met te zware machines of landbouwwerktuigen overheen te rijden of grond die vertrapt is door vee.

Russenfamilie

Beiden plantensoorten behoren tot de Russenfamilie. Op het eerste gezicht zou je geneigd zijn aan grassen te denken. Om er snel achter te komen of je met een gras of een biesachtige plant te maken hebt, hoef je alleen maar naar de stengel te kijken. Grashalmen hebben knopen. De planten uit de russenfamilie hebben geen knopen. De naam Biezenknoppen is overigens misleidend want de plant hoort niet bij biezen. De Biezen horen bij de Cypergrassen. Zou je verder gaan en met een loepje naar de bloeiwijze kijken dan zul je zien dat bij grassen en cypergrassen sprake is van een z.g. gereduceerde bloeiwijze. Ze missen opvallende kroon- en kelkbladen en hebben in plaats daarvan kafjes en aartjes. Bij de Russenfamilie is sprake van volledige bloemen. Naast Pitrus en Biezenknoppen zijn andere bekende planten uit de russenfamilie: Zomprus, Trekrus, Veldrus en Veldbies,

Pitrus en daarmee indirect ook Biezenknop is bij kinderen geliefd voor een leuk spelletje. Je breek een lange, zo dik mogelijke stengel af en splitst aan de onderzijde de stengel. Je kunt daarna één van de stengeldelen naar boven toe van de stengel trekken. Daarmee komt het merg, waarmee de holle stengel gevuld is, vrij te liggen. Als je nu je duimnagel onder het merg schuift en je hand naar de top van de stengel beweegt, komt merg als een lang gerekte lont vrij. En dat is precies de functie die het merg in het verleden had. Als een lontje voor olielampjes.

In vroegere tijden werd het merg van Pitrus wel gebruikt als lontje voor olielampjes. Neem een dikke stengel van Pitrus. Splits de stengel aan de onderkant en schuif je duimnagel onder het merg en duw het los in de richting van de top van de stengel

Zowel pitrus als Biezenknoppen hebben stevige stengels die de planten uitermate geschikt maakte voor het vlechten van biezenmatten. Dat werd in het verleden veel gedaan. Tegenwoordig wordt hoofdzakelijk de mattenbies gebruikt voor dit vlechtwerk.

Joop de Wilde

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.

Joop de Wilde

Over de auteur

Recente berichten