
Aan Kleine klaver (Trifolium dubium) heb ik onlangs een blog gewijd. Omdat deze soort een dubbelganger heeft, namelijk Hopklaver (Medicago lupulina), heb ik de verschilkenmerken tussen deze twee soorten beschreven. Alleen heeft Hopklaver hiermee geen eigen blog gekregen. Dit doe ik alsnog en laat ik de verschillen goed in beeld komen. Ook zijn bij dezen bijna alle inheemse Medicago soorten behandeld.
In 2021 waren Gevlekte rupsklaver (Medicago arabica), Kleine rupsklaver (Medicago minima) en Cirkelrupsklaver (Medicago orbicularis) onderwerp van deze blog. Deze drie soorten zijn zeldzaamheden en inderdaad een beschrijving waard.
Gerrit Hendriksen heeft vorig jaar in oktober Luzerne (Medicago sativa) en in december Sikkelklaver (Medicago falcata) behandeld. Hij heeft beloofd om de kruising tussen deze twee soorten Bonte luzerne (Medicago x varia) nog te gaan behandelen. Deze soorten zijn niet zeldzaam maar nog niet zo algemeen als Hopklaver. Zoals boven vermeld zijn met deze blog bijna alle rupsklavers beschreven. Alleen Ruige rupsklaver (Medicago polymorpha) niet, maar die is heel zeldzaam en is bijna nooit in de stad te vinden.
Er worden regelmatig verschillende soorten adventieve rupsklavers gevonden. Rond de Middellandse Zee komen tientallen soorten Medicago voor. Rupsklavers afkomstig uit het Middellandse Zeegebied zullen in de toekomst vanwege het warmer worden van Nederland zeker vaker adventief gevonden worden.
Ik heb het hier steeds over rupsklavers. Dit is de Nederlandse naam voor het geslacht Medicago. Enkele Nederlandse soorten hebben een afwijkende naam, maar dat zijn toch rupsklavers. Dit geld ook voor Hopklaver (Medicago lupulina) de meest voorkomende rupsklaversoort. Hopklaver is overal zeer algemeen, alleen in Drenthe en het aangrenzende deel van Friesland, in het oostelijk deel van Noord-Brabant en de zandgronden van midden Nederland is Hopklaver minder vaak te vinden.
Voorkomen
Hopklaver is vaak in ruderale biotopen te vinden. Het is een pionier op braakliggende grond maar is ook thuis tussen straatstenen, langs wegranden en in boomspiegels. In Amsterdam en omgeving (District D14 van FLORON) is Hopklaver in meer dan 95% van de kilometerhokken in deze eeuw gevonden en staat net niet in de top 50 van de meest voorkomende soorten in Amsterdam. Het is dus een echte stadsplant. Het is een steenliefhebber. In straatvoegen, steenglooiingen, aan de voet van maar ook bovenop muren voelt de soort zich thuis.
Hopklaver is ook thuis in gazons en andere grazige vegetaties. Daar is de dubbelganger Kleine klaver ook heel algemeen. Dan is verwarring mogelijk. Dus ik ga in op de kenmerken waarmee deze twee soorten te onderscheiden zijn.

Het onderscheid: de verschil-kenmerken
Hopklaver is een lage plant met drietallig blad en met gele bloemtrossen. Ik beschrijf hier alleen de kenmerken om Hopklaver te onderscheiden van de dubbelganger Kleine klaver (Trifolium dubium). Goede beschrijvingen van Hopklaver zijn te vinden op waarneming.nl en de verspreidingsatlas.nl daar onder het kopje herkenning. (Voor Kleine klaver zie waarneming.nl en de verspreidingsatlas.nl) Hopklaver en Kleine klaver lijken heel erg op elkaar: driedelig blad, bolvormige gele bloeiwijzen en een lage min of meer kruipende groeivorm.
Het onderscheid is het gemakkelijkst te maken met de vruchten. De vruchten van Hopklaver zijn niervormig, eerst donkergroen, maar bij het rijpen zwart wordend. De vruchten van kleine klaver zijn verscholen in de verdorde bloemkroon.

Vruchten zijn niet altijd aanwezig, het blad wel. Bij het blad moet je letten op de top van de deelblaadjes. Hopklaver heeft een driehoekig topspitsje en kleine klaver is afgerond of iets hartvormig. De stengels van Hopklaver zijn vierkantig en die van Kleine klaver afgerond.

Alleen oppervlakkig lijken de bloeiwijzen van beide soorten erg op elkaar. Maar de bloeiwijze van Hopklaver heeft een compacte vorm, de bloemen liggen tegen elkaar aan, terwijl die van Kleine klaver veel losser is, de bloemen staan uit. De bloeiwijze van Hopklaver is niet symmetrisch: het is aan de onderkant scheef. Het kost wel enige oefening maar als je er vaker naar kijkt zijn de verschillen in een oogopslag te zien.

Wetenswaardigheden
Ik kan weinig bijzondere zaken over Hopklaver vinden. De soort komt in bijna heel Europa voor, behalve het hoge noorden en de hoogvlaktes van Spanje. Het houdt niet van zure grond en op zware grond is het een akkeronkruid. Hopklaver is ook gekweekt en als cultuurvolger over de hele wereld verspreid. Zelfs plaatselijk in de tropen is het nu te vinden.
Hopklaver is een generalist. Ondanks de voorkeur voor kalk vind je de soort in heel veel biotopen zolang het maar zonnig is en niet te dicht begroeid. Over het algemeen is de soort tweejarig, maar is ook wel eens meerjarig. In goede omstandigheden weet Hopklaver in één jaar van kieming tot zaadzetting te komen.
De naam Hopklaver doet vermoeden dat de hoofdjes met vruchten in verband gebracht werd met de hopbellen van de Hop (Humulus lupulus). Gek genoeg lijken de vruchthoofdjes van Kleine klaver eigenlijk nog meer op hopbellen. Het waarom van deze naam is in de nevelen van de geschiedenis verborgen maar dat er sprake is van een verwisseling van namen is niet uitgesloten.
De wetenschappelijke soortnaam, lupulina betekent hopachtig. Voor de geslachtsnaam Medicago zijn er twee verklaringen. De eerste is dat het afgeleid is van het Latijnse Medicus wat medisch betekend. Ik vind alleen niet waarom Hopklaver te maken heeft met iets medicinaals. De tweede vind ik aannemelijker. Theophrastus, een leerling van Plato, wordt wel de vader van de plantkunde genoemd. Volgens hem leerden de oude Grieken Luzerne kennen via de Perzen die op hun beurt Luzerne tegenkwamen bij een veldtocht in Medië. Medië ligt ten zuiden van de Kaspische Zee en dat zou de herkomst van het telen van Luzerne zijn. Medicago is afgeleid van Medië is, werd de naam van Luzerne en is later de geslachtsnaam geworden.
Bronnen
Verspreidingsatlas.nl
Waarneming.nl
Wikipedia
Oecologische Flora deel 2; Weeda et al; 1987
Stadsflora van de Lage Landen 2020 Ton Denters


