
Vergeleken met de meeste andere urbane korstmossen is Groot dooiermos (Xanthoria parietina) vrolijk gekleurd: groengeel tot oranje. Deze opvallende samenlevingsvorm van schimmels, algen en bacteriën is te vinden op substraten als beton, droge schors, muren, stoeptegels en straatstenen, en soms ook op asbest en asfalt. In de Chinese tuin van de Leidse Hortus koloniseert dit korstmos zelfs plastic naambordjes.


Groot dooiermos op bordje in Chinese tuin van de Leidse Hortus. Foto: Barbara Gravendeel
Botanicus Carl van Linné, beter bekend als Carolus Linnaeus, gaf dit korstmos in 1753 de eerste wetenschappelijke soortsnaam parietina, als knipoog naar de voor die tijd typische standplaats: paries betekent muur in het Latijn. Als je de Leidse Hortus bezoekt, loop dan ook eens langs de stenen buste van Linnaeus: tussen de krullen van de pruik vind je diverse mossen en korstmossen, waaronder Groot dooiermos. Lichenoloog Theodor Fries bedacht de huidige genusnaam Xanthoria, die verwijst naar de kleur: xanthos betekend goudgeel in het Grieks.


Stenen buste van Linnaeus in Leidse Hortus met mossen en korstmossen. Foto: Barbara Gravendeel.
Nog levensvatbare sporen van schimmels (mycobionten) en cellen van algen (fotobionten) in dit korstmos zijn teruggevonden in de uitwerpselen van mosmijten (Trichoribates trimaculatus), die de toplaag afgrazen. Mogelijk dragen deze mosmijten bij aan de verspreiding van Groot dooiermos. Ruim tweeëneenhalve eeuw na de eerste wetenschappelijke beschrijving, inventariseerde een internationale groep lichenologen met genoom-sequencing alle symbionten in de thalli van acht verschillende individuen van Groot dooiermos, verzameld op schors of beton. Ze ontdekten naast schimmels en algen meer dan 150 verschillende bacteriestammen in de thalli, afkomstig uit 14 verschillende fyla. Veel bacteriën bleken substraatgebonden. Maar soorten uit het bacteriegenus Sphingomonas (Proteobacteria) werden in alle thalli gevonden.

Recent ontdekte bacteriën in Groot Dooiermos – Tagirdzhanova et al. 2025
Het ogenschijnlijk simpele Groot dooiermos blijkt een complexe levensgemeenschap, tjokvol schimmels, algen en bacteriën. In eerder onderzoek werd ontdekt dat Sphingomonas-bacteriën en Trebouxia-algen in korstmossen organische verbindingen uitwisselen. Door uitwisseling van voedingsstoffen tussen symbionten kan Groot dooiermos waarschijnlijk op zoveel verschillende substraten overleven; ook bij hoge concentraties aan metalen, stikstof, UV-straling of zout. Meer details over dit onderzoek zijn hier gepubliceerd. Voor wie kennis wil maken met deze ‘extreme overlever’ op schors heeft promovendus Tim Claerhout de locatie gemarkeerd op de speciale korstmossenplattegrond van de Leidse Hortus.


