Er zijn drie soorten naaldvarens die je van tijd tot tijd aantreft in de stad. De stijve naaldvaren (Polystichum aculeatum), de Zachte naaldvaren (Polystichum setiferum) en de Glansschildvaren (Polystichum polyblepharum. Vaak op oude muren soms verwilderd vanuit een tuin. Het zijn winterharde varens waardoor het vooral in het winterseizoen makkelijk is ze te vinden en van andere varensoorten te onderscheiden.


Voor minder ervaren floristen, kan verwarring ontstaan of je te maken hebt met een stekelvaren of een naaldvaren. Het zijn twee verschillende geslachten binnen de familie Dryopteridaceae – de niervarenfamilie. De stekelvarens behoren tot het geslacht Dryopteris en de naaldvarens tot het geslacht Polystichum.


De varens die tot het geslacht Dryopteris horen worden vaak niervarens genoemd. De verwijzing naar de nieren komt voort uit het feit dat de dekvliesjes van de sporenhoopjes niervormig zijn. Behalve de stekelvarens behoren o.a. de Mannetjesvaren (Dryopteris filix-mas) en de Kamvaren (Dryopteris cristata) tot dit geslacht.
De varens die tot het geslacht Polystichum behoren noemen we naaldvarens. Zij worden naaldvarens genoemd omdat langs de rand en/of aan het einde van de deelblaadjes naaldjes zijn te vinden. Tot het geslacht Polystichum behoren o.a. de Stijve naaldvaren (Polystichum aculeatum), de Zachte naaldvaren (Polystichum setiferum) en de Glansschildvaren (Polystichum polyblepharum.

Om stekelvarens en naaldvarens van elkaar te kunnen onderscheiden is het goed om naar de acroscopische basale pinnula te kijken. Dat zijn de deelblaadjes (derde orde) die langs de nerven van blaadjes van de tweede orde staan en naar boven wijzen, naar de top van het varenblad . Zie onderstaande tekening van de anatomie van een varenblad.

Bij naaldvarens zijn bij deze blaadjesvan de derde orde aan de onderzijde een duimpje te zien. Deze duimpjes zijn alleen aanwezig bij naaldvarens en niet bij stekelvarens. Het duimpje is een uitstulping aan de onderzijde van het deelblaadje met aan de top van de uitstulping een naaldje.

Terugkijkend in mijn lijst van waarnemingen kom ik een vondst van de Glansschildvaren tegen in 2016 op de kademuren in de wijk Vathorst in Amersfoort. In de jaren daarna heb ik samen met mijn varenmaatje Erik Eliveld, veel inventarisaties gedaan op die kademuren maar ben de Glansschildvaren daar niet meer tegengekomen. Dat is anders voor begraafplaats Rusthof waar we een groot aantal exemplaren hebben gevonden. Het probleem van een begraafplaats is echter dat heel veel planten rechtstreeks afkomstig zijn uit een tuincentrum. Een derde vindplaats was op het terrein van een verpleeginstelling. De Glansschildvaren wordt dus zeker in het wild gevonden maar toch zeer spaarzaam. De Glansschildvaren doet zijn naam eer aan. Hij is te herkennen aan de diepgroene, glanzende bladeren.
De naaldvaren die het meest als “wilde plant” in Amersfoort en omgeving gevonden wordt is de Stijve naaldvaren (Polystichum aculeatum). Om vast te stellen of je te maken hebt met de Stijve naaldvaren of de Zachte naaldvaren moet je kijken naar de omtrek van het blad. Bij de zachte naaldvaren is de bladschijf driehoekig. Het breedst aan de onderkant en naar de top toe steeds verder versmallend. Bij de Stijve naaldvaren versmallen aan de basis van de bladschijf, in de richting van de voet van de plant, de blaadjes steeds meer.

Naaldvarens zijn populaire varens voor de tuin. Bij tuincentra is over het algemeen een breed aanbod van zowel de stijve als de zachte naaldvaren. In toenemende mate wordt ook de Glansschildvaren aangeboden.
Joop de Wilde
Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.
Joop de Wilde


