
In een smal straatje in een Bredase arbeiderswijk uit het begin van de vorige eeuw moet je soms dicht tegen de stoeprand fietsen vanwege een tegemoet komende auto. En dan kan het gebeuren dat je oog valt op een onbekend plantje tussen de trottoirband en de stoeptegels. Zo kwam ik begin maart een fors aantal kamilleknopjes tegen. Eerst dacht ik even aan kleine varkenskers of schijfkamille. Een week na die vondst waren de meest exemplaren weggepoetst. Er waren gelukkig nog wat kleine kiemplanten over het hoofd gezien.
Het kamilleknopje (Cotula australis) is is een soort uit de Composietenfamilie (Asteraceae). Het eenjarige plantje groeit laag bij de grond in een dunne mat met enkele licht rechtopstaande, slanke stengels. De bladeren zijn veerdelig en weer verder verdeeld in franjeachtige lobben. De bloeitijd is van februari tot in juni. De bloemhoofdjes, die slechts enkele millimeters breed zijn, hebben minuscule roomwitte buisbloemen omgeven door groenbruine schutbladen. Er zijn geen straalvormige lintbloemen. De hoofdjes staan op lange stelen. De stengels zijn evenals de bladeren behaard. De vrucht is een kleine gevleugelde dopvrucht van ongeveer een millimeter breed.

Het oorspronkelijk verspreidingsgebied van kamilleknopje bestaat uit Australië en Nieuw-Zeeland,
Intussen heeft het zich o.a. gevestigd in Zuid-Europa, Zuid-Amerika, Mexico, Californië en Zuid-Afrika. Hoe de reis naar Nederland is verlopen staat goed beschreven in een artikel van Ton Denters in FLORON-Nieuws nummer 21 van november 2014. De plant werd hier voor het eerst in 2008 waargenomen en is intussen ingeburgerd. De groeiplaatsen zijn campings, open plekken in kort grasland, zandige bermen en tussen bestrating.
Volgens het Nederlands Soortenregister was de soort al rond 1900 bekend in België als zeldzame woladventief nabij Verviers in de Vesdervallei. Die vallei kende destijds een bloeiende wolindustrie. Tegen het einde van de 19e eeuw was wol het belangrijkste exportproduct van Australië. Het is goed mogelijk dat die wol met wat plantenzaden in België terecht is gekomen. Recentelijk is het kamilleknopje in België in een tuincentrum gevonden in een pot met een olijfboompje. Deze olijfbomen zijn meestal afkomstig uit het Middellandse Zeegebied.

De geslachtsnaam ‘Cotula’ is afgeleid van ‘kotule’, dat betekent ‘napje’ of ‘schoteltje’. De soortaanduiding ‘australis’ verwijst naar Australië. In de Nederlandse naam heeft ‘kamille’ te maken met de bladeren die op kamille lijken en ‘knopje’ slaat op de vorm van de bloeiwijze.
In ons land komt ook goudknopje (Cotula coronopifolia) voor. Deze heeft iets grotere, felgele bloemhoofdjes. Evenals bij het kamilleknopje ontbreken er lintbloemen. Het oorspronkelijk verspreidingsgebied is Zuid-Afrika. Deze plant kom je hoogstwaarschijnlijk niet in de stad tegen. Je treft hem aan op droogvallende zilte zandbodems direct aan de kust en op vergelijkbare plekken langs de rivieren en op net drooggevallen bodems.
Bronnen:
- Floron Nieuws nr 21, nov. 2014
- Manual of the Alien Plants of Belgium
- Nederlands Soortenregister
- Wilde Planten in Nederland en België


