
Grote lijster bij Maretak vol vruchten in Wageningen – foto: Arian Jacobs-Brouwer
De allereerste Maretakken (Viscum album) zag ik 30 jaar geleden tijdens een excursie met andere biologiestudenten. We doorkruisten Zuid-Limburgse dorpjes en hellingbossen op zoek naar deze – toen nog – vrij zeldzame wintergroene dwergheesters uit de Sandelhoutfamilie (Santalaceae). De excursie was in het voorjaar, waardoor de Maretakken goed te zien waren in de nog kale boomtoppen.

Maretak in Appelboom in Utrecht – foto: Arian Jacobs-Brouwer
De excursieleiders wezen ons op de speciale wortelachtige organen, ‘haustoria’, waarmee een Maretak zich in een boomtak boort en tot in de hout- en bastvaten groeit om daar als halfparasiet voedingstoffen en water af te tappen. Een tak kan na verloop van tijd helemaal volgroeien met Maretakken. Uiteindelijk sterft zo’n tak af omdat alle voedingstoffen en water naar de halfparasieten gaan. In ‘waaibomenhout’ gaat dat sneller dan in hardhout.

Esdoorns vol Maretakken in Wageningen – foto: Arian Jacobs-Brouwer
Tegenwoordig is Maretak algemener en ook buiten Zuid-Limburg en zelfs in steden te vinden, zolang er maar kalk in de bodem zit. Lang werd de toename van Maretakken gewijd aan bevlogen heemtuinbeheerders. Wijlen Cees Sipkes, voormalig beheerder van heemtuin Tenellaplas, was bijvoorbeeld een enthousiast ‘smeerder’ van Maretakvruchten op
boomtakken. De populieren in Rockanje zitten nog altijd vol Maretakken. Maar de toename is op veel andere locaties ook te zien dus er moet meer aan de hand zijn.
Poolse onderzoekers ontdekten met behulp van klimaatmodellen dat Maretakken baat hebben bij opwarming. Er zijn verschillende ondersoorten. De nominaatvorm album is in Europa gevonden op meer dan 360 loofboomsoorten, in ons land vooral op appel, esdoorn, meidoorn, peer en populier. De ondersoort abietis groeit op gewone zilverspar (Abies alba), de ondersoort austriacum op grove den (Pinus sylvestris), en de ondersoort creticum op Perzische den (Pinus brutia). De nominaatvorm kan niet tegen winterse temperaturen lager dan -7 graden Celsius. Vanwege opwarming verschuift die temperatuurgrens, waardoor deze Maretakken steeds noordelijker kunnen overleven.



Vrouwelijk (links) en mannelijke bloemen (rechts) van Maretak met bestuiver (midden)
– foto’s: Jan Meijvogel en Barbara Gravendeel
In maart bloeit Viscum album. Mannelijke planten produceren dan bloemen met vier bloemdekbladen, waarop helmhokjes staan ingeplant vol pollen. Vrouwelijke planten hebben bloemen die bestaan uit een onderstandig vruchtbeginsel met een stempel, omringd door een nectarklier. Hoofd horticultuur Rogier van Vugt heeft mannelijke en vrouwelijke Maretak gezaaid op de Sieboldappel (Marus toringo) op het terras bij de Oude Sterrewacht in de Leidse Hortus. De bloemen worden bestoven door mieren, die pollen en nectar verzamelen.

Vruchten van Maretak – foto: Arian-Jacobs-Brouwer
De ronde doorschijnend witte steenvruchten zijn eind januari rijp en bevatten 1-3 kleine groene zaden, verpakt in plakkerig vruchtvlees. De Britse promovendus Holly Woo analyseerde samen met Naturalis onderzoeker Liliana D’Alba het contrast in lichtreflectie van vruchten en blad. Dat bleek het hoogst in het UV-spectrum, typerend voor verspreiding door vogels.

Contrast tussen vruchten (ber) en onderzijde (un) en bovenzijde (up) van blad van Maretak – bron: Holly Woo
Drie trekvogelsoorten blijken samen verantwoordelijk voor het merendeel van de korte en lange afstandsverspreiding van Maretak: zwartkop, grote lijster en pestvogel. Zwartkoppen zoeken naar voedsel in struiken als meidoorn en relatief lage boompjes. Ze eten alleen het velletje van de vruchten. Het kleverige vruchtvlees en de zaden smeren ze met hun snavel op een nabijgelegen tak. De afgesmeerde zaden blijven plakken in het vruchtvlees, en kunnen ter plekke ontkiemen, als de schors van de boom er niet te dik is.

Zwartkop vrouw met vrucht van Maretak – foto: Mark Avery
Grote lijsters en pestvogels eten vruchten van Maretakken in hogere bomen. Exemplaren met veel vruchten worden door hen bewaakt als persoonlijke voorraad en leeggegeten.
Deze vogels schrokken de bessen in één keer naar binnen. De zaden verlaten de uitbuikende vogels via slierten slijmerige vogelpoep, die op de takken eronder belanden.


Grote lijster en Pestvogel poepen Maretakzaden uit – foto’s: Arian Jacobs-Brouwer en Ronald Duermeijer
Een groep Spaanse en Britse onderzoekers volgde lijsters met GPS-zenders tijdens de trek. Zo werden de door de vogels afgelegde kilometers gemeten. Wat bleek: lijsters leggen tijdens de trek gemiddeld 50 kilometer per dag af. Ook werden lijsters in gevangenschap gevoerd met vruchten van verschillende wilde plantensoorten om te ontdekken hoelang het duurt voordat zaden weer uitgepoept worden. Hoe kleiner de zaden, hoe langer het duurt voordat deze het vogellijf weer verlaten. Het volledige onderzoek is hier te lezen.

Pestvogel eet vrucht van Maretak. Foto: Gert Jan Bohms
Laten de vruchten van Maretak nu net rijp zijn op het moment dat lijsters, pestvogels en zwartkoppen terugkomen uit hun zuidelijke overwinteringsgebieden. Onderweg tijdens de voorjaarstrek tanken de vogels bij in bomen en struiken vol Maretakken, waar ze zich te goed doen aan de vruchten. De kleine zaden liften met deze vogels mee naar het noorden van de ene naar de andere tak, en van de ene naar de andere locatie vol geschikte waardplanten.

