
Toen we zomer 2025 met de plantenwerkgroep een km-hok inventariseerde in Oosterhout, belandden we in een park. Daar stond werkelijk overal hangende zegge (Carex pendula). In slootkanten wel 1,5m hoog, tussen struiken 1m en in de volle zon een 0,5m. Kijken we naar de verspreidingsatlas dan zien we we een eigenaardig beeld. Hangende zegge komt over het hele land voor, maar de overgrote meerderheid van de stippen is geel, hetgeen betekent: niet wild. Hier is toch wat merkwaardigs aan de hand. In Heukels 24ste druk wordt over hangende zegge gemeld dat deze voorkomt op natte grond langs bronnen en beekjes in loofbossen. Zeer zeldzaam in Z en F (sic). Dan staat er ook nog dat hij als tuinplant voorkomt. De waarnemingen in de verspreidingsatlas zijn echter per definitie geen waarnemingen van planten in tuinen. Kortom, hangende zegge is zeker niet zeldzaam en het is maar zeer de vraag of de koppeling aan ‘natte grond langs bronnen en beekjes’ klopt of nog klopt.

Op bovenstaande foto ziet je hangende zegge in een typisch stedelijke omgeving, namelijk in een de boomspiegel van een plataan. Deze hangende zegge staat niet in een vochtig loofbos langs een beekje. Hij staat naast een parkeerplaats in de volle zon, bloeit en zorgt voor nakomelingen. In de foto hieronder staan de zaailingen.


Wat kan er aan de hand zijn? Mij lijkt het meest waarschijnlijk dat de waarnemingen van hangende zegge buiten de oorspronkelijke biotoop, afstammen van ontsnapte tuinplanten. Dat is dan een plant met een andere genetische uitrusting: namelijk een aanleg die wel past bij een droge en zelfs stenige omgeving. In Heukels 24ste druk wordt meldng gemaakt vam twee ondersoorten: C. pendula penula en C. pendula agastychis. De laatste soort is de verwilderende tuinplant. Beide soorten kruisen volop en de nakomelingen zijn volledig fertiel. In de stad lijkt dus sprake van een ‘hangende zegge-complex’.

Zoals bij veel zegges heeft de bloeistengel twee soorten bloemen: mannelijke in aren bovenaan en vrouwelijke in de onderste aren. Op de foto hierboven is het verschil duidelijk te zien. In de dikkere onderste aren vormen zich de vruchten die bij zegges urntjes worden genoemd. De stengel is driekantig: een belangrijk verschil met de grassen. Grassen zijn een verwante, maar aparte familie. Er is nog een andere zegge die je nog meer in de stad tegenkomt en dat is de ruige zegge (Carex hirta). Daarover heeft Willemien Troelstra al geschreven op 4 december 2022. Ruige zegge is echter veel onopvallender dan hangende zegge.
De geslachtsnaam ‘carex’ komt van het Griekse ‘keiro’ dat snijden betekent. Dat spoort mooi met het Nederelandse ‘zegge’, dat samenhangt met ‘zagen’. Beide termen verwijzen naar de scherpe, gezaagde bladrand waar je de vingers aan kunt openhalen, weet ik uit ervaring. Koeien laten zegge staan. De soortaanduiding ‘pendula’ betekent hangend en ‘hirta’ is ruig.
Tot zover deze hangende kwestie.


