Bleekgele droogbloem op herhaling
Bleekgele droogbloem (Pseudognaphalium luteo-album, voorheen Gnaphalium luteo-album) is in deze blog al twee keer aan bod geweest. De eerste keer in 2017 door Joke de Ridder en een jaar later door Maarten van der Veer. Deze twee blogs geven een beschrijving van de soort, zijn biotoop en de herkomst van de naam. Er moet dus een reden zijn voor een derde blog, hoewel na acht jaar een herhaling best kan. De reden is dat ik de soort de laatste tijd vaak in niet-stadse omgevingen ben tegengekomen. Bleekgele droogbloem is voor mij zo’n typische stadsplant dat ik verrast was deze soort in duinvalleien, heischrale zandgrond en natte graslanden tegen te komen. En ik was de enige niet die verbaasd was, merkte ik op diverse botanische excursies.
Ik heb het over natte duinvalleien op Texel, Vlieland en de kop van Noord-Holland. Na het maaien in de nazomer zodat open en natte zandgrond beschikbaar was. Een drooggevallen nevengeul in de Klompenwaard. Verder gemaaid schraal grasland met kwel in de Soerense Broek en in Stroothuizen. Ook in het veengebied kwam ik populaties tegen. Weliswaar op de rand van zand zoals bij het Naardermeer en op een zandrug in de Ankeveense plassen. Zolang er maar natte kale minerale grond aanwezig is, mits het water enigszins basenrijk, dus niet zuur is, is Bleekgele droogbloem vlot aanwezig.

Dit is een omkering van de werkelijkheid. Natte zandgronden vormen de natuurlijke omgeving waar Bleekgele droogbloem voorkomt. In deze eeuw heeft deze soort zich massaal in de stad weten te vestigen. Nog maar een paar jaar geleden moest de inventariseerder bij inventarisaties in de stad, elke keer dat men de soort tegenkwam, de locatie van de groeiplaats vastleggen. Zo bijzonder werd het toen nog gevonden. Dat deed ik in het begin trouw, maar op een gegeven moment voelde dat zinloos, zo vaak kwam, en kom je hem tegen. Kortom er is iets veranderd de laatste jaren en dat is het onderwerp van deze blog.

Bleekgele droogbloem: vroegâh
Ja, vroeger was alles beter behalve voor Bleekgele droogbloem. In de eeuw voor 1950 werd de soort sporadisch in duinen aan bij de kust en op natte zandgrond in Noord-Brabant en Noord-Limburg gevonden. In die tijd was de soort zeldzaam!

De verovering van de stad
Na 1950 veranderde er iets voor de soort. Hij werd steeds vaker in de stad gevonden. Vooral Amsterdam is in onderstaande kaart goed herkenbaar. Ook Enschede en Eindhoven hebben veel vindplaatsen. Verder zijn er in de duinen ook meer vondsten.

De verovering van Nederland
In de laatste 26 jaar is het beeld compleet veranderd. Op de droge zandgronden in Oost- en Zuid-Nederland, de kleigebieden en de veenweiden blijft Bleekgele droogbloem ouderwets zeldzaam. Voor de rest van Nederland is hij bijna een alledaagse verschijning.

De verklaring
Tja, het zal wel weer door de opwarming komen. Bleekgele droogbloem is in ieder geval goed bestand tegen warmte en kan ook een droogteperiode verdragen. Dat zijn uitstekende eigenschappen om te overleven op kale parkeerplaatsen en zonrijke stoepen. Dit lijkt tegenstrijdig met de natuurlijke groeiplaatsen die vochtig zijn. Maar die natuurlijke plaatsen kunnen zomers aan de oppervlakte flink uitdrogen. In de stad zijn er altijd wel plekjes waar water niet gauw wegstroomt. Het is me wel eens opgevallen dat hij vaak groeit in de slibkorst van een opgedroogde plas.
In de Oecologische Flora deel 4 die in 1991 verscheen wordt vermeld dat Bleekgele droogbloem vooral in duinen en de kuststreek voorkomt en dat in het Deltagebied hij zich ook wel eens in voegen en spleten van het plaveisel vestigt. Toen alleen nog daar en nu overal.
Nederland urbaniseert: overal worden nieuwe woonwijken gebouwd. Ook losse bebouwing en zelfs parkeerplaatsen bij natuurgebieden wordt door Bleekgele droogbloem bereikt. Dat hij tegen wat zout bestand is helpt ook. Het verspreidingskaartje van dit jaar is vermoedelijk vooral het gevolg van de intensiteit van de bebouwing. Waar weinig mensen wonen zie je hem niet.
In de Oecologische Flora staat ook dat de grond enigszins humeus moet zijn en meestal ook wat kalk bevat. Hij is een secundaire pionier, dat wil zeggen dat de grond wel kaal moet zijn maar daarvoor begroeid was. Dat zijn omstandigheden die in de stad heel vaak voorkomen. In ieder geval was het in 1991 nog een raadsel waarom Bleekgele droogbloem zo zeldzaam is terwijl hij op uiteenlopende standplaatsen te vinden is. Naast de toename van de bebouwing is alleen het klimaat veranderd. Ik vermoed dat Bleekgele droogbloem vooral profijt heeft van de warme zomers.
Tenslotte
Deze blog bevat geen beschrijving van de soort. Dat is in de twee blog’s te vinden die hierboven zijn genoemd. Een heel gedetailleerde beschrjving is te vinden op de website van de Flora van Nederland. Ook de verspreidingsatlas.nl (klik rechtsboven op het woord Herkenning) en waarneming.nl bevatten een beschrijving.
Wat een leuk weetje is, is dat heel kleine rozetjes al goed ter herkennen zijn. Soms kleiner dan een centimeter doorsnee vallen de rozetjes door hun kleur en platte groeiwijze op. Ook het vaak spatelvormige blad is karakteristiek. Een blik van dichtbij om de beharing te bekijken en dan is het helemaal zeker

Bronnen
Plantennamen.info
Flora van Nederland: beschrijving van de plant
Naturetoday Natuur op de stoep: bleekgele droogbloem
Oecologische Flora deel 4; Weeda et al; 1991
Pflanzensoziologische Exkursionsflora achtste editie; Erich Oberdorfer; 2001


