natuurlijk prikkeldraad met voedzame bessen
Een iconische plant van de kalkrijke duinen is de duindoorn (Hippophae rhamnoïdes) uit de Duindoornfamilie (Elagnaceae)
Opvallend zijn de oranje besjes van de duindoorn, die van augustus tot september verschijnen en de ondoordringbare, doornige struikgewassen die de plant vormt. De plant kan tot 4,5 meter hoog worden, is sterk vertakt en alle onderdelen zijn met doorns bezet.

De plant en de plaatsen waar hij groeit
Duindoorn is een pionierplant, die uitstekend tegen de droogte kan. Hij heeft diepe en sterk vertakte wortels waardoor hij ook periodes van neerslagtekort goed kan doorstaan.
De duindoorn is tweehuizig: er zijn struiken met meeldraadbloemen en struiken met enkel stamperbloemen. De bloemetjes zijn onopvallend: de vrouwelijke bloemetjes bestaan uit twee kleine groene kelkblaadjes en een vruchtbeginsel, de mannelijke bloemetjes uit vier bloemdekblaadjes en vier meeldraden. Pas na de bloei verschijnen de bladeren. Deze staan verspreid en zijn smal en lancetvormig en van boven tot onderen behaard, wat verdamping en uitdroging door de zeewind tegengaat.
De duindoorn leeft in symbiose met de bacterie Frankia, die in de wortelknolletjes verblijft en stikstof bindt, waardoor hij ook op arme grond voldoende voedsel vindt. De plant heeft wel behoefte aan kalk in de grond. Hij floreert dan ook in de kalkrijke duinen beneden het Noordzeekanaal. In de kalkarme duinen daarboven komt hij sporadisch voor en blijft bij klein.
Essentieel voor de plant is volop licht. Op rijkere, meer humusachtige grond waar ook andere planten groeien, staat hij gauw in de schaduw en redt hij het niet.
Verspreiding

In augustus en september komen aan de vrouwelijke planten de oranje bessen. Het zijn eigenlijk schijnbessen, die niet alleen uit het vruchtbeginsel groeien, maar waarvan ook kelkbladeren deel uitmaken. Vossen en vogels eten van de bessen en dragen zo bij aan de verspeiding van de plant. Koperwieken, kramsvogels en spreeuwen hebben daarbij een belangrijke rol. Tijdens de vogeltrek strijken zij in grote zwermen op de bessendragende planten neer. Ook kraaien eten er graag van.
Duindoornbessen bevatten veel vitamine C en kunnen ook door mensen worden gegeten. De smaak is zuur. Meestal worden zij niet puur gegeten, maar verwerkt in jam of yoghurt.
Naast verspreiding door zaden kan de plant zich uitbreiden door het vormen van uitlopers. Op een vaste plek verspreidt de plant zich vooral door het vormen van uitlopers.
Na 10-15 jaar sterft de plant af, maar heeft dan via uitlopers diverse andere planten in de omgeving gevormd. Deze uitlopers zijn zo sterk dat ze door asfalt heen kunnen duwen.
Belang van de duindoorn voor dieren
De duindoorn is de waardplant voor verschillende nachtvlinders, onder andere de bastaardsatijnvlinder (Euproctis chrysorrhoea) die de plant geheel inspint.
Voor kraaien, spreeuwen en lijsterachtigen, is de bes een belangrijke voedselbron. Zie foto hierboven. Voor andere vogels biedt de ondoordringbaarheid van de struik een goede beschermde broedplek. In de duinen veel voorkomende zangvogels als de kneu en de roodborsttapuit, maar ook de grasmus en de heggenmus, nestelen in de duindoornstruiken. Andere zangvogels als de nachtegaal, de blauwborst, de fitis en de sprinkhaanzanger zijn grondbroeders, maar kiezen voor hun nest graag een plek onder de duindoornstruiken. Ook vossen in de duinen maken de ingang van hun burcht nogal eens onder een duindoornstruik.
Een natuurlijk prikkeldraad

Duindoornstruwelen vormen een uitstekende natuurlijke barrière voor mensen, op plekken waar prikkeldraad tekortschiet. Het prikkeldraad in de zeereep, bedoeld om betreding van de duinen en doorgang naar het strand tegen te gaan, is een afscheiding waar je op bepaalde plekken nog weleens overheen of onderdoor kunt, maar door het dichte duindoorngewas een illegale doorgang naar het strand vinden, lukt nooit.
Prikkeldraad is overigens namaak van een plant, zij het niet van de duindoorn, maar van de Osagedoorn, een doornachtige moerbeiplant uit de Verenigde Staten, waardoor de uitvinder van prikkeldraad, Joseph F. Gilden, zich liet inspireren.
Duindoorn als tuinplant
De duindoorn is als tuinplant te gebruiken wanneer hij voldoende licht krijgt.
Om bessen te krijgen, is het noodzakelijk om zowel vrouwelijke als mannelijke planten neer te zetten. Voordeel van de plant is dat hij ook in droge tijden geen besproeiing nodig heeft en dat hij een ondoordringbare tuinafscheiding kan vormen. Voor wie hecht aan een mooi terras of pad kunnen de vele uitlopers die overal tussen de stenen opduiken wel een uitdaging vormen. Ik heb in een eigen duintuin met bewondering gekeken hoe in een paar jaar tijd de duindoornstruiken, die ik aan de rand van de tuin had gezet, de hele tuin overnamen. Jammer in een tuin is dat de oorspronkelijke struiken na een aantal jaar afsterven. Bij pogingen deze te verwijderen kon ik ook alleen maar met bewondering vaststellen hoe diep de struiken geworteld waren.
Bronnen:
Nederlandse Oecologische Flora, wilde planten en hun relaties, drs, e.j. weeda, r. westra, ch. westra en t. westra, 1999 (herdruk)
Floravannederland.nl
Waarneming.nl
Wikepedia (wat betreft de uitvinding van prikkeldraad)
Reactie:
Wat nog een leuk weetje is over de Duindoorn: bij vorst kunnen de bessen gaan gisten.
Dat resulteert in idioot vrolijke spreeuwen. (Meestal Russische overwinterende spreeuwen)
(zie oa https://www.robertberger.nl/duindoorn/ en https://www.ecomare.nl/verdiep/leesvoer/planten/duinplanten/duindoorn/)
Met vriendelijke groet,
Ria Glas


