
Op oudejaarsdag 2025 deed de Leidse Hortus voor het eerst mee met FLORON’s Eindejaars Plantenjacht. Om in één uur zoveel mogelijk bloeiende wilde planten te vinden had ik twee lokale wildeplantenkenners om hulp gevraagd. Toen die echter ’s ochtends wilden vertrekken bleek het buiten spekglad. Heel begrijpelijk, en ook verstandig, besloten ze het er niet op te wagen.
Even leek het erop dat ik alleen op plantenjacht moest. Maar gelukkig had ik nog twee geheime wapens achter de hand. Het eerste: het net verschenen Handboek Nederlandse Flora van Kok van Herk. Lastige Veldkersen en Fijnstralen kon ik daar tot mijn grote opluchting moeiteloos mee op naam brengen.

Mijn eerste geheime wapen
Het tweede geheime wapen: mijn collega Rogier van Vugt, hoofd horticultuur bij de Leidse Hortus. Rogier rende enkele rondjes en ontdekte langs de muren van de oude Oranjerie en Sterrewacht veel bloeiende stoepplantjes, die daar de vorst hadden doorstaan.
Al snel werd ik bedolven onder bloeiende wilde planten en zat ik met een binoculair meeldraden te tellen, haren te bekijken, en naar buis- en lintbloemen te zoeken. Niet veel anders dan hoe de eerste prefect van de Leidse Hortus, Charles de l’Ecluse, beter bekend als Carolus Clusius, 435 jaar geleden planten bestudeerde die hem door hortulanus Dirck Outgaertsz. Cluyt werden aangereikt. In totaal vonden we 24 spontaan bloeiende wilde plantensoorten die niet tot de vaste geplante of gezaaide collectie behoorden.

Resultaat van Eindejaars Plantenjacht in Leidse Hortus in 2025
Iets meer dan de helft (54%) van de soorten was inheems. Een vijfde (21%) was van Mediterrane oorsprong, een zesde (16%) kwam uit Noord- of Zuid-Amerika, en de rest uit Azië of Europa. De volledige soortenlijst is in een Natuurbericht op NatureToday te vinden. De opvallendste winterbloeier was Slipbladmelkdistel (Sonchus tenerrimus). Deze kuipplantadventief is in 2018 voor het eerst door Ton Denters bloeiend in hartje Amsterdam aangetroffen. Het blad is onmiskenbaar vanwege de smalle, aan de basis sterk versmalde lobben. Sindsdien is de soort aan een gestage opmars begonnen. Met biologiestudenten vond ik in 2024 voor het eerst een bloeiende Slipbladmelkdistel in een kuip met Olijfboom in de binnenstad van Nijmegen.

Slipbladmelkdistel op Nijmeegs terras – foto: Barbara Gravendeel
In juni 2025 ontdekte ik in de Leidse Hortus een bloeiende Slipbladmelkdistel aan de voet van een Olijfboom. Die Olijfboom was in Spanje afgedankt vanwege teruglopende productie. En vervolgens geëxporteerd om in Leiden aan een tweede leven te beginnen in onze Mediterrane tuin. In de forse kluit bleek Slipbladmelkdistel te zijn meegelift. Ton Denters bevestigde onze identificatie. De plant bloeide op oudejaarsdag nog steeds en lijkt kruisbestuivend want de zaden zijn loos.


Ton Denters (links) en auteur (rechts) bij Slipbladmelkdistel in Leidse Hortus – foto’s: Barbara Gravendeel en Ton Denters


