een magisch schouwspel

Het heeft altijd iets magisch wanneer je op een zwoele zomeravond de bloemen van de teunisbloem (Oenothera) ziet opengaan. Binnen enkele minuten veranderen de lange knoppen in grote, haast fluorescerend gele bloemen, bedoeld om nachtvlinders aan te trekken. De volgende dag blijven de bloemen nog enige tijd openstaan om ook andere insecten te lokken, maar in de loop van de dag verwelken ze. Elke bloem bloeit slechts ongeveer 24 uur.

Ik probeer elk jaar een of meer teunisbloemen in mijn tuin te laten bloeien. Ze zaaien zich meestal vanzelf uit, maar vorig jaar kwam er niet één op. Langs een schutting verderop in de straat stond een hele rij te ‘shinen’. Daar heb ik enkele jonge plantjes van meegenomen en uitgeplant. Later heb ik ook de rijpe zaaddozen verzameld en de zaden uitgestrooid op de plekken waar de planten in mijn tuin mogen groeien.

Groei en ontwikkeling

Teunisbloemen worden meestal als tweejarige planten beschouwd, maar dat beeld is niet altijd juist. Sommige planten voltooien hun levenscyclus van kieming tot zaadvorming al binnen zes maanden, terwijl andere er twee jaar of zelfs langer over doen.Uit het zaad ontstaat eerst een bladrozet, dat soms dieprood kan verkleuren. De onderste rozetbladeren zijn langwerpig. Later vormt zich een hoge bloeistengel met afwisselend geplaatste bladeren die vrijwel zonder bladsteel aan de stengel zitten.

Bloemen voor de nacht

De bloemen openen zich in de avond met vier grote kroonbladen. Ze zijn lichtgeel en weerkaatsen ultraviolet licht, waardoor ze voor nachtvlinders extra opvallend zijn. In het Duits heet de plant daarom ‘Nachtkerze’ (nachtkaars). De Nederlandse naam ’teunisbloem’ is waarschijnlijk een verbastering van ‘Antoniusbloem’, omdat de plant rond de naamdag van Sint-Antonius van Padua (13 juni) begint te bloeien.

Daarnaast verspreiden de bloemen ’s avonds en ’s nachts een sterke, zoete geur. Samen vormen deze eigenschappen een typisch ”nachtvlindersyndroom”: kenmerken die bloemen hebben ontwikkeld om nachtvlinders aan te trekken. Dat betekent overigens niet dat alleen nachtvlinders de bloemen bestuiven. Overdag bezoeken ook bijen en hommels de bloemen, zeker wanneer er weinig nachtvlinders aanwezig zijn. Bovendien kan de teunisbloem zichzelf in veel gevallen gedeeltelijk zelf bestuiven.

Van bloem tot zaad

Na de bestuiving groeit het vruchtbeginsel uit tot een langwerpige zaaddoos. Wanneer deze rijp is, droogt hij uit en springt open. De kleine zaden vallen op de grond of worden verspreid door de wind, dieren of langs de bodem. Als de omstandigheden gunstig zijn, kiemen de zaden en groeit er een nieuwe teunisbloem.

Teunisbloemolie

De rijpe zaden worden gebruikt voor de productie van teunisbloemolie. Door de zaden koud te persen ontstaat een olie die rijk is aan omega 6-vetzuren, waaronder gamma-linoleenzuur (GLA). De olie wordt verwerkt in voedingssupplementen, huidverzorgingsproducten en huidolie. Er zijn aanwijzingen dat teunisbloemolie kan helpen bij sommige huidaandoeningen, maar het wetenschappelijke bewijs daarvoor is wisselend.

Standplaats

De teunisbloem groeit het liefst op zonnige, droge plekken met goed doorlatende, vaak zandige grond. Je vindt haar vaak langs wegbermen, dijken, duinen en op braakliggende terreinen. Het is een sterke pioniersplant die goed tegen droogte kan en zich gemakkelijk uitzaait op open grond.

Welke soort groeit er in mijn tuin?

Welke soort er precies in mijn tuin groeit, is moeilijk te zeggen. In Nederland komen onder andere de Kleine, Middelste en Grote teunisbloem voor. Daarnaast zijn in de loop van de tijd veel kruisingen ontstaan en zijn er voor tuinen diverse cultivars gekweekt. Daardoor is een exacte determinatie vaak niet eenvoudig.

Bronnen:
Nederlandse oecologische flora, wilde planten en hun relaties

Over de auteur

Recente berichten