Kleine pimpernel – een sierlijk rood korfje wiegelend in de wind

Kleine pimpernel in een groenstrook tussen het fietspad en de weg

Het meest opvallend aan de Kleine pimpernel (Poterium sanguisorba ss. sanguisorba) zijn de bloemhoofdjes. Het zijn compacte bloempjes die dicht op elkaar samen een aar vormen in de vorm van een bloemhoofdje, lijkend op een korfje. De Kleine pimpernel is eenhuizig. Dat betekent dat er aparte mannelijke en vrouwelijke bloemen zijn op dezelfde plant. Bij tweehuizige bloemen zijn de bloemen verdeeld over mannelijke en vrouwelijke planten. Bij de Kleine pimpernel vind je de mannelijke en vrouwelijke bloempjes binnen één aar.

Elk bloempje bestaat uit vier bloemdekbladen die ook wel beschreven worden als kelkbladen. De mannelijke en vrouwelijke bloempjes zijn verdeeld over de onder- en bovenkant van een aar. Bij de mannelijke bloempjes vormen de bloemdekbladen als het ware een klokje. Bij de vrouwelijke bloempjes, in de bovenste helft van het korfje, zijn zij volledig vergroeid tot een schoteltje.

De vrouwelijke bloempjes in de bovenste helft van de bloemtros. Aan de lange stempels de purperrode stempelharen. (bron:Flora van Nederland)

Als ondertitel van deze bijdrage staat “Een sierlijk rood korfje wiegelend in de wind”. Dat slaat op de rode, purperrode stijlen en stempelharen van de vrouwelijke bloempjes. Uit ieder schoteltje van de bloemdekbladen groeien twee stijlen die ver buiten de bloem uitsteken. Iedere stijl eindigt in een trosjes purperrode stempelharen. De mannelijke en vrouwelijke bloemen bloeien meestal niet tegelijk. Er wordt geen nectar gevormd. Daardoor moeten de planten het vooral hebben van bestuiving door de wind. De mannelijke bloempjes, in de onderste helft van een korfje, zijn herkenbaar aan de vier bloemdekblaadjes en in de bloeitijd vooral aan 10 – 30 lange, heldergele meeldraden die uit de bloempjes hangen.

De mannelijke bloempjes in de onderste helft van de bloemtros. Per bloempje hangen wel 10-30 heldergele meeldraden uit de bloem.

De kleine Pimpernel zul je echt niet overal in de stad tegenkomen. Afhankelijk van de bron die je raadpleegt valt de soort in de categorie zeldzaam tot zeer zeldzaam of wordt hij ingedeeld in de categorie algemeen, niet bedreigd. Daar is wel een verklaring voor. De kans is heel groot dat het gaat om planten die uit tuinen zijn ontsnapt of via de levendige handel in zaadmengsels in bermen terecht zijn gekomen. Maar die verdenking rust op veel plantensoorten die in de loop der jaren in deze blog zijn gepasseerd. Als we alle tuinvlieders en planten uit zaadmengsels uitsluiten gaat het om een soort die zeldzaam tot zeer zeldzaam is en voorkomt in kalkgrasland. Vandaar dat de vindplaatsen van echte wilde planten te vinden zijn in Limburg, duinlandschappen en langs grote rivieren.

De Kleine pimpernel is een overblijvende winterharde, groenblijvende plant uit de Rozen familie.

Opmerkelijk is tenslotte dat pollen van de Kleine pimpernel in opgravingen zijn teruggevonden in duingebieden. Uit die opgravingen heeft men kunnen vaststellen dat de soort al omstreeks 800 voor Christus in ons land voorkwam (bron: Flora van Nederland).

Joop de Wilde

Op de pagina’s Stadsplanten van Amersfoort proberen wij vooral aandacht te geven aan planten die algemeen voorkomen in een bepaalde tijd van het jaar. Dat geeft de grootste kans dat de beschreven plant eenvoudig op dat moment gevonden kan worden in de eigen omgeving. Daarnaast melden wij uiteraard ook vondsten van bijzondere, zeldzame planten.

Joop de Wilde

Over de auteur

Recente berichten