Het Afrikaantje (Tagetes), een lastige groep

Afrikaantje op de stoep, het bovenste bloemhoofdje duidelijk met lange steel; Amsterdam Oost, november 2025

De aanleiding voor dit artikel over Afrikaantje (Tagetes) was o.a. de vondst van een grote groeiplek op de stoep in Amsterdam Oost tijdens een inventarisatie met onze Plantenwerkgroep op 12-11-2025. In de VERA-app van de Verspreidingsatlas konden we deze verwildering invoeren als Kleine afrikaantje (Tagetes patula). Klein afrikaantje lijkt mij taalkundig gezien logischer, maar dit terzijde. Toen iemand deze soort wilde invoeren op Waarneming.nl, bleek dat niet te kunnen. Waarom was toen niet duidelijk.

Verder had ik vlak daarvoor twee keer het eetbare blad van een Afrikaantje op mijn bord gekregen in een restaurant. Bij navraag bleek dat men dat Citroenafrikaantje noemde. In Leersum kwam dat uit de tuin van het restaurant, waar wij de plant na ons diner gingen bekijken. De geur was anders dan van de tuinplant die ik goed ken. Vroeger had ik de lage versie met kleine bloemen altijd in mijn balkonbakken staan: vrolijke kleuren en een aparte, sterke geur. Niet onaangenaam, maar wel zeer kenmerkend. Ze zijn er in geel en oranje of tweekleurig: roodbruin met wat oranje, of gestreept. Er zijn vele cultivars.

Detail van Afrikaantje op de stoep, met tweekleurige bloemhoofdjes; Amsterdam Oost, november 2025

Kort na onze vondst las ik in het FLORON tijdschrift Planten nr. 24 van november 2025 de column van Barbara Gravendeel over Tagetes. Zij had het over twee uit tuinen ontsnappende soorten: T. erecta en T. minuta. Daarbij stond een afbeelding van T. erecta, waarop een effen gekleurd bloemhoofdje op een lange steel te zien is. T. patula werd niet genoemd. T. minuta heb ik zelf nog nooit gezien. Deze is eetbaar en wordt in gerechten gebruikt vanwege de intense geur en smaak.

Nu wilde ik er echt meer van weten, maar hoe meer ik ging zoeken, hoe onduidelijker het werd. Ik had zo veel informatie verzameld dat het veel te veel werd voor een artikeltje. Daarom probeer ik het een beetje samen te vatten. Een opmerking vooraf: om ruimte te winnen, gebruik ik vanwege de vele opsommingen regelmatig de wetenschappelijke namen, maar niet altijd.

Een opgekweekte vondst

In de stad vind je regelmatig verwilderde Afrikaantjes, maar dan vaak vegetatief, zonder bloemen. Soms op de stoep, maar ook in de goot. Ik heb in 2019 een keer zo’n plant opgekweekt om te zien wat voor bloemen erin zouden komen. Deze opkweek heb ik toen in de Verspreidingsatlas ingevoerd als T. patula en die werd goedgekeurd. Er was toen nog geen Nederlandse naam en de soort werd niet genoemd in Heukels’ Flora 23e druk uit 2005. Toen de plant forse afmetingen kreeg, was deze wijdvertakt en de bloemhoofdjes stonden op lange stelen.

Op te kweken en opgekweekt Afrikaantje: de eerste bloem; vondst van Amsterdam Osdorp, juni 2019

De soorten die verwilderen in Nederland

In de Verspreidingsatlas komen momenteel de volgende drie soortnamen voor:
Geelgroen afrikaantje (Tagetes minuta),
Groot afrikaantje (Tagetes erecta),
Kleine afrikaantje (Tagetes patula) en
als verzamelsoort Afrikaantje (G) (Tagetes).

Korte uitleg van de namen: Tagetes komt van Tages, een kleinzoon van Jupiter, die uit een diep geploegde voor opsteeg. Afrikaantjes worden in de biologische teelt gebruikt als gewasbeschermer, om aaltjes te bestrijden. Mijn schoonvader had ze dan ook altijd “op het land” staan, in de moestuin. Minuta: klein, dwerg. Erecta: rechtop. Patula: uitgespreid, wijdvertakt. De drie soorten zijn alle eenjarig.

In Heukels’ Flora 24e druk uit 2020 valt Kleine afrikaantje onder Groot afrikaantje, hoewel het niet echt een synoniem lijkt te zijn. Van Leni Duistermaat, de auteur van deze Flora, vernam ik recent dat drie jaar geleden uit moleculair onderzoek is gebleken dat de twee soorten misschien toch beter samengenomen zouden kunnen worden. Dit noemen we voortschrijdend inzicht. Pl@ntNet beschouwt Kleine afrikaantje nu al als een synoniem van Groot afrikaantje. Sterker nog: daar zag ik vijf synoniemen voor T. erecta, zie Pl@ntNet. Wanneer je niet weet of je nou Kleine of Groot afrikaantje hebt gevonden, kun je de vondst in de Verspreidingsatlas het beste invoeren als Groot afrikaantje of als verzamelsoort.

Het opgekweekte Afrikaantje uit Amsterdam Osdorp: wijdvertakt en bloemhoofdjes met lange stelen; oktober 2019

Op Waarneming.nl kun je alleen Geelgroen afrikaantje en Afrikaantje spec. invoeren. Waarom dat zo is, heb ik nagevraagd bij Niels Eimers: enkele jaren geleden heeft hij T. patula en T. erecta uitgezet, omdat het vanaf een foto niet te doen is om deze soorten te onderscheiden, mede door de honderden cultivars. Ik las ergens dat sommige cultivars van T. patula kleiner zijn dan de soort. Dat geldt voor meer gekweekte planten.

Een vierde, ook eetbare soort

Voor het eetbare Citroenafrikaantje of Citrusafrikaantje vond ik de naam T. tenuifolia. Tenuifolia betekent dunbladig, fijnbladig. Dat is dan een vierde soort. Deze verwildert kennelijk niet. Ook vond ik op internet het Sterafrikaantje, dat kleine, eetbare bloemen heeft, maar dat blijkt een andere naam voor T. tenuifolia. De stervormige bloemhoofdjes worden ongeveer 2,5-3 cm in doorsnede en lijken qua vorm en kleur soms op die van het Kleine afrikaantje. Een kenmerk van T. tenuifolia is het grotere aantal bladslippen: 13-23, gemiddeld meer dan bij T. patula en T. erecta. De bladslippen van T. tenuifolia zijn scherp gezaagd. Die van T. patula en T. erecta zijn gezaagd. Dit kenmerk vind ik niet echt onderscheidend.

Het buitenland

Wanneer je naar de Engelse benamingen kijkt, wordt het echt verwarrend. Het Groot afrikaantje heet African Marigold, het Kleine afrikaantje French Marigold. Het Geelgroen afrikaantje heet Southern Marigold. Volgens The European Garden Flora is er een hybride: Afro-French Marigold. Maar let op: Marigold wordt ook gebruikt voor Goudsbloem (Calendula)!!
N.B.: het Kleine afrikaantje wordt in de Belgische uitgave Natuur.flora ook wel Frans afrikaantje genoemd. België heeft een postzegel van T. patula, met eenkleurige, gele bloemen.

Groot afrikaantje; tuinshow in Duitsland, augustus 2011

Het Groot afrikaantje is kennelijk eenkleurig, want ik las op internet: “only come in solid colour varieties”. Zo ken ik ze ook van siertuinen: grote, gele of oranje pomponachtige hoofdjes. Volgens Blumen in Schwaben heeft deze soort grote, brede hoofdjes, met een diameter van 5-9(-12) cm op een korte steel. Dat is dus anders dan bij de afbeelding in het artikel van Barbara Gravendeel, waar het hoofdje van T. erecta een lange steel heeft. Het Kleine afrikaantje heeft bloemhoofdjes van 4-6 cm op lange stelen. Bij het Citroenafrikaantje staan ze ook op lange stelen, maar die twee zou je dan op geur uit elkaar moeten kunnen houden. Wanneer het Geelgroen afrikaantje bloeit, is er geen twijfel mogelijk: die heeft echt mini bloemen. Deze soort is verwilderd bloeiend gevonden in Amsterdam, zie hier. De hoogte van de soorten varieert nogal: van ongeveer 15-20 cm tot meer dan een meter. De stengels van T. erecta zouden hoekig zijn; die van T. patula en T. tenuifolia rond.

Kleine afrikaantje in een botanische tuin in Duitsland; juni 2016

Ik bekeek ook de foto’s die ik in 2016 maakte in de Botanischer Garten Giessen in Duitsland. Dit is het Kleine afrikaantje, want hier stond een bordje bij met daarop de naam Tagetes patula. Deze foto’s hebben voor mij het zoekbeeld voor deze soort gevormd. Let vooral op de hoofdjes op lange stelen en het aantal bladslippen: gemiddeld 11. Het formaat van de tweekleurige bloemhoofdjes is denk ik ongeveer 3-5 cm.

Conclusie

Mijn voorlopige conclusie is dat onze vondst van november 2025 en die van 2019 nog steeds als het Kleine afrikaantje te benoemen zijn, vanwege het formaat van de bloemhoofdjes en de lange stelen. Ik ben benieuwd hoe ik daar over een aantal jaren over denk of moet gaan denken.

Vegetatief zijn ze dus helemaal niet te onderscheiden, hoe graag ik dat ook zou willen. Soms moet je je er gewoon bij neerleggen dat je niet verder komt dan het geslacht, in dit geval Tagetes.

Tijdens de periode dat ik met dit artikel bezig was, volgde ik op 11-03-2026 de lezing van Geertje Jansen in het kader van FLORON’s Skip je winterdip!, met als onderwerp de verborgen geschiedenis van plantennamen. Zij noemde voor het Afrikaantje de bijnaam Stinkertje. Die naam kende ik niet. Al met al heb ik door het schrijven van dit artikel weer het een en ander geleerd!

Bronnen

Leni Duistermaat – Heukels’ Flora (24e druk, 2020, p. 724)

Barbara Gravendeel – What’s in a name (FLORON tijdschrift Planten nr. 24, nov. 2025, p. 3)

Clive Stace – New Flora of the British Isles (4th ed., 2019, p. 820-821)

Hans Vermeulen – Natuur.flora (2e druk, 2020, p. 550)

James Cullen – The European Garden Flora deel V (2nd ed., 2011, p. 545-547)

dr. C.A. Backer – Verklarend woordenboek van wetenschappelijke plantennamen (heruitgave)

Guy De Kinder – ABC van het plantenlatijn. Betekenis van botanische namen (2e druk, 2010)

Verspreidingsatlas

Waarneming.nl

Blumen in Schwaben

Over de auteur

Recente berichten