Slipbladkaardenbol: wel of geen vleeseter?

Slipbladkaardenbol

Vleesetende planten kunnen insecten vangen en verteren. Zo overleven ze op relatief voedselarme locaties. Bij het International Carnivorous Plant Society congres, dat deze zomer plaatsvond in de Leidse Hortus, werd een overzicht van de evolutie van vleesetende planten gepresenteerd. Binnen de bloemplanten zijn vleeseters meer keren ontstaan in verschillende families.

Stamboom van vleesetende planten, in groen: gemaakt door James Haig Streeter en hier te downloaden

Sommige plantenfamilies bestaan helemaal uit vleesetende soorten. Dat is echter niet altijd het geval. Onlangs werd bijvoorbeeld ontdekt dat de niet als vleesetend getypeerde Steenbreekfamilie uit de Saxifragales toch één soort carnivore soort bevat: Saxifraga candelabrum.

Bekende inheemse vleeseters zijn blaasjeskruid (Utricularia) en vetblad (Pinguicula), beiden uit de Lamiales, en zonnedauw (Drosera) uit de Caryophyllales. Blaasjeskruid zuigt onder water watervlooien op met behulp van vangblaasjes. Die blaasjes hebben binnenin een onderdruk. Als een langs zwemmende watervlo tegen een voelhaar van zo’n blaasje stoot, schiet het open, en wordt de vlo naar binnen gezogen en vervolgens verteerd. Vetblad en Zonnedauw vangen insecten met kleverige druppels, die afscheiden worden door speciale klierharen op het blad. Eenmaal vastgeplakt krullen zowel de haartjes als het blad zich langzaam om de prooi, waarna deze oplost in de afgescheiden kleefstof.

Als plant word je niet zomaar een vleeseter. Daar gaat een lange periode van aanpassingen aan vooraf. Van kaardenbollen (Dipsacus) uit de Dipsacales was lang niet duidelijk of ze nog op weg zijn om vleeseter te worden, of het al zijn. De wetenschappelijke naam is afkomstig van het Griekse δίψακος, wat ‘dorstig’ betekent, als knipoog naar de stengelomvattende stengelbladen, die bij sommige soorten regenwater opvangen.

In onze steden komen inmiddels vier soorten kaardenbol voor. Zowel grote (D. fullonum) als slipbladkaardenbol (D. laciniatus), beiden afkomstig uit Centraal-Europa, hebben stengelomvattende drinkbekers. Deze soorten zijn makkelijk van elkaar te onderscheiden aan de vorm van het stengelblad: dat is gaaf bij grote kaardenbol, maar ingesneden bij slipbladkaardenbol. Van inheemse kleine (D. pilosus) en slanke kaardenbol (D. strigosus), afkomstig uit Rusland, maken de bladparen geen kommen rond de stengel.

Bladkom van slipbladkaardenbol (links) en grote kaardenbol (rechts) – foto’s Barbara Gravendeel

Lange tijd was de functie van de vergroeide stengelbladparen van grote en slipbladkaardenbol onduidelijk. Na een flinke plensbui vullen de drinkbekers rond de stengels zich met regenwater. Kevers en mieren, die langs de stengel omhooglopen op weg naar de nectar en stuifmeel in de bloemhoofdjes, verdrinken onderweg in de met water gevulde drinkbekers. De slachtoffers zijn vrijwel allemaal herbivoren. Stoffelijke resten van hommels, bijen en vlinders, die de bloemen van kaardenbollen bestuiven, worden vrijwel nooit in de drinkbekers aangetroffen. Met water gevulde bladkommen verdedigen de bloemen en vruchten dus tegen herbivoren. Aan de binnenkant van de bladkommen zijn echter geen speciale kliercellen gevonden. Kaardenbollen worden daarom niet als vleeseters beschouwd.

Een team van Chinese onderzoekers publiceerde onlangs een checklist met criteria om als plant aan het predicaat ‘vleeseter’ te mogen voldoen. Allereerst moeten de insectenvangende organen kliercellen of -haren bevatten, die fosfatase produceren, een enzym dat prooien helpt verteren. In volleerde vleesetende planten vind je ook een hogere concentratie aan stikstof op locaties, waar gevangen insecten verteerd worden, vergeleken met andere onderdelen van de plant. En tot slot muteren genen, die coderen voor verteringsenzymen, vele malen sneller bij volleerde vleeseters, vergeleken bij planten die nog op weg zijn om dat te worden. Voor wie het volledige onderzoek wil lezen: dat is hier te vinden. Wil je meer weten over vleesetende planten, bezoek dan eens een activiteit van de werkgroep Carnivora.

Over de auteur

Recente berichten