Vruchten van heen

Ga heen, dacht ik toen ik door de Bavelse laan in Breda fietste en een bekende oeverplant bij een lantaarnpaal zag staan. Na enig puzzelen bleek de plant inderdaad heen (Bolboschoenus maritimus). Dat uitzoeken heeft te maken met de dubbelganger oeverbies (Bolboschoenus laticarpus). Een makkelijk onderscheid is, dat bij heen de takken minder dan tweemaal zolang zijn als de centrale zittende aren. Dat is hierboven duidelijk te zien. Voor de zekerste manier om tot een juiste determinatie te komen is een rijpe vrucht nodig, die in dit geval nootje heet, en een scherp mesje. Het nootje dien je dwars door te snijden: is de doorsnede scherp driehoekig: oeverbies. Is het nootje ovaal, tot afgerond driehoekig: heen. Beide laatste eisen vergen wat van de waarnemer. Mijn doorsnede was nogal rond als resultaat, waarschijnlijk omdat het nootje niet rijp was. In de buitenste laag van de vrucht zijn met lucht gevulde cellen te zien: een kenmerk van heen. Zie de foto hieronder.

Wat mislukte dwarsdoorsnede nootje.

In de beschrijving van de groeiplaatsen van beide soorten is de overeenkomst dat ze natte, zeer voedselrijke grond verkiezen. Heen vind je wat meer in zoute wateren, vandaar dat hij ook wel zeebies wordt genoemd. Van heen wordt gemeld dat deze aangeplant of adventief in Brabant kan voorkomen. Op de kaartjes in de Verspreidingsatlas vallen de vindplaatsen voor 90 % samen. Overigens is oeverbies pas sinds 2016 als aparte soort onderkend voor Nederland. Daarvoor werd hij als een van de vormen van heen beschouwd. In de Ecologische Flora van Weeda uit 1995 staat de oeverbies nog niet.

De vraag is hoe deze heen midden in de stad terecht is gekomen. Al eerder is heen aangetroffen in een stadsbeek niet ver van de deze vindplaats. Een andere mogelijkheid is dat hij is meegekomen met zand voor de herbestrating die daar kort geleden uitgebreid heeft plaatsgevonden. Tenslotte kan hij ook nog uit een tuin zijn ontsnapt.

Heen bij lantaarnpaal

Waar komt toch die vreemde naam ‘heen’ vandaan? Het blijkt een oud woord voor ‘scherp’ te zijn en er werd vroeger tevens gebruikt om stijve zegge aan te duiden. Net als bij zegge, zijn ook de bladeren van heen scherp. Het woord heen is verwant aan het Engelse ‘hone’=slijpsteen. Het komt ook terug in ‘hennegras’. De wetenschappelijke naam ‘bolschoenus’ komt van het Griekse ‘bolbos’ = bol en ‘schoenus’= bies, vanwege de bolvormige wortels. Lasiocarpus= met harige vruchten.

De Slikken van Heen die deels in Brabant en deels in Zeeland, Sint Philipsland, liggen zijn inderdaad naar de plant heen genoemd. Ga er eens heen.

Vuchten van heen

Over de auteur

Recente berichten