Het voordeel van stukjes schrijven is dat anderen soms met ideeën aankomen. Zo ook met de soort die vandaag onder het voetlicht mag treden: het zusterviooltje.

Het is een bijzondere verschijning, een viooltje in de tinten blauw, paars tot wit met alle tussenliggende varianten die je kunt bedenken, effen, gestreept of gestippeld. Daarom viel ik meteen voor het zusterviooltje (Viola sororia) toen ik een foto zag.

De viooltjes van de foto’s staan ergens in Huizen tussen de straatstenen. Ze zijn behoorlijk winterhard, dus volgend jaar komen de bloemen vast weer terug, tenzij een ijverige groenverzorger het met grove middelen bestreden heeft.

Exoot

In het soortenregister wordt deze violensoort aangegeven als exoot die zich minder dan 10 jaar zelfstandig in Nederland gehandhaafd heeft. Het is dus een nieuwkomer waarvan we nog niet weten hoe zij zich zal gedragen. Maar het is zo’n mooie plant dat je een oogje dichtknijpt. Dat kan echter het verraderlijke zijn van ingevoerde planten.

Zusters

Hoe is deze plant aan de naam zusterviooltje gekomen? Zoals er zustersteden zijn die onderling een vriendschappelijke band onderhouden, hoort het zusterviooltje bij het Maarts viooltje (Viola odorata). Op deze manier beschrijft Ton Denters dit in zijn boek Stadsflora van de Lage Landen. Het vroegbloeiende Maarts viooltje is in Nederland een inheemse plant, terwijl de zustersoort van oorsprong uit Noord-Amerika komt. Daar groeit het vooral in de halfschaduw van bossen en in moerassen.

Logischer lijkt de wetenschappelijke verklaring. De Nederlandse naam is een vertaling van de wetenschappelijke naam V. sororia, want soror is het Latijnse woord voor zus. De naam verwijst naar de wijze van voortplanten: de plant maakt klonen ofwel identieke exemplaren. De reden is dat de bloemen zichzelf bevruchten; ze zijn cleistogaam. Zusters groeien gezusterlijk naast elkaar.

Verwildering

Ontsnapt uit een tuin is het eerste exemplaar twintig jaar geleden in ons land verwilderd aangetroffen. Nu is het verspreid over het land te vinden in goten, tussen de stoeptegels en in verborgen randen. Dat zullen er ongetwijfeld meer worden omdat de soort zich goed op allerlei plekken in de stad kan handhaven.

In hun oorspronkelijke leefgebied worden ze als onkruid beschouwd. Anderzijds zijn er vier Amerikaanse staten die deze soort als nationale bloem beschouwen.

Bronnen:

Wikipedia

Nederlands soortenregister

Ton Denters: Stadsflora van de Lage Landen

Foto’s Jetse Jaarsma

Over de auteur

Recente berichten