
De gemeente Hilversum is goed bezig het stedelijk gebied aan te passen aan het veranderende klimaat. Het realiseren van kruidenlinten is een van de mogelijkheden om meer insecten aan te trekken. Een paar jaar geleden is pal naast de spoorlijn een busbaan aangelegd. Om deze af te schermen van de naastliggende straat met woningen is een hoog gaashek geplaatst. De smalle strook rond het hek is omgevormd tot een groen lint met veel klimop om het doorzicht te belemmeren. Het is een grote uitdaging om dit in tijden van grote droogte levendig te houden op de arme zandgrond van de Utrechtse Heuvelrug.

Tussen al het groen dat grotendeels uit het tuincentrum lijkt te komen zie ik op een hete ochtend in juli een bremraap staan. Weliswaar verdord want de bloeitijd is inmiddels verstreken. Maar onmiskenbaar, stijf rechtop en bruin: een bremraap. Een paar stappen verder nog een en weer een, verderop zelfs hele bundels. Uiteindelijk tel ik er minstens honderd op deze smalle strook zand. Twee vragen wellen op: welke soort bremraap is het? En hoe komen ze hier?
Klimopbremraap
In de verspreidingsatlas staan elf soorten bremraap waarvan enkele nauwelijks in Nederland voorkomen. De meeste zijn alleen langs de grote rivieren te vinden, enkele voornamelijk in de duinen. Er is één soort die verspreid in Nederland te vinden is: klimopbremraap (Orobanche hederae). Dat is de soort die hier staat. Zie de verspreide rode vlekjes op het kaartje uit de verspreidingsatlas. Aad van Diemen beschreef op 21 juli 2019 de exemplaren in zijn tuin.

Kaartje klimopbremraap van verspreidingsatlas.nl
Parasiet
Bremraapsoorten hebben geen bladgroen. Ze zijn bruinig met rode, gele of blauwe tinten. Zonder bladgroen kunnen ze niet zelfstandig leven. Daarvoor hebben ze een andere soort nodig waaraan ze via de wortels mineralen, voedingstoffen en water onttrekken. Het zijn parasieten. In het geval van klimopbremraap is dat klimop zoals de naam aangeeft.
Tot de bremraapfamilie behoren naast de parasitaire bremrapen verschillende halfparasieten zoals kartelblad, ogentroost en ratelaar. Waar deze planten groeien worden andere soorten waaronder het gras in toom gehouden. Halfparasieten hebben wel bladgroen maar hebben ook andere planten nodig voor voldoende voedingsstoffen.
In Nederland komen nog enkele bladgroenloze soorten voor: stofzaad (Monotropa hypopitys, heidefamilie) en het vogelnestje (Neottia nidus-avis, orchideeënfamilie). Deze zijn uiterst zeldzaam.

Herkenning
De bleke bloemen van klimopbremraap staan spiraalsgewijs in een aar. Ze zijn tweezijdig symmetrisch. De kroonbuis is gebogen en laat de helmknoppen aan het eind van de meeldraden uitsteken. Bladeren heeft de plant nauwelijks, het zijn niet meer dan kleine schubben die aan de stengel zitten. De planten bloeien van juni tot augustus, maar op de plaats waar ik ze tegenkwam waren ze in juli al verdroogd tot bruine 20 cm hoge staketsels. Het zijn vaste planten, dus hopelijk komen ze volgend jaar weer tevoorschijn.

Afbeelding 1851 uit Flora Batava – klimopbremraap met klimop vormen samen een ondergrondse knol
Knol
In de Flora Batava vond ik op eenvoudige wijze weergegeven hoe de bremraap verbonden is met zijn gastheer de klimop. Het zaad kan alleen ontkiemen in de buurt van de wortels van een gastheerplant. Samen vormen ze een knol, vandaar het woord raap in de naam, vanwaar uit de bremraap zich ontwikkelt. Uit de knol kunnen een of meer bremraapplanten groeien. Dat verklaart waarom je soms hele bundels planten bij elkaar ziet.
Volgend jaar gaan we op tijd kijken of zich een nieuwe generatie aankondigt.
Bronnen
Verspreindingsatlas.nl
Flora Batava
Oecologische flora, deel 3

