Plasplaatsplanten deel 2

Gewone raket

Stadsplanten moeten heel wat doorstaan. Extreme hitte, betreding, bodemonrust en ook vaak een overdosis aan stikstof. Naast de stikstofdepositie uitgestoten door verkeer, fabrieken en landbouw komt daar bovenop de urine van honden en van mannen met al dan niet een stevige borrel op. Beide categorieën hebben de neiging vaste locaties voor het lozen van hun overtollige vocht te kiezen. Ton Denters heeft voor deze plekken het woord plasplaatsen gemunt.

In de jaren negentig gebruikte hij de term bij excursies waaraan ik meeliep. Uit zijn Stadsplantenveldgids. ‘De soort is vooral gesteld op een overmaat aan ammoniakhoudende grond . Vandaar dat ze zich graag vestigt op ‘plasplaatsen’, bijvoorbeeld in de buurt van kroegen of op plaatsen waar honden worden uitgelaten.’

Gewone raket
Foto van Jelle van Dijk

Deze veldgids heb ik op kandidaten nagespeurd en een drietal gevonden. Steenkruidkers heb ik in mijn vorige blog behandeld. Klein Kaasjeskruid (Malva neglecta) zal ik in een volgende blog als onderwerp nemen. Nu ga ik het hebben over Gewone raket (Sisymbrium officinale).

Gewone raket is echt gewoon

Gewone raket is een algemene soort in omgevingen die door de mens zijn beïnvloed. Langs wegen, braakliggende grond en vooral op plekken waar onlangs in de grond is geroerd. In natuurlijke vegetaties zal je deze soort niet gauw aantreffen. Het is een ruderale plant, dat wil zeggen groeiend op ruderale plekken.

Gewone raket in een halfnatuurlijke vegetatie
Foto van Peter Meininger

De groeiplaatsen zijn erg stikstofrijk waarbij ammoniak vaak een groot aandeel vormt. De ammoniak ontstaat uit urine. Door de discussie over de stikstofproblematiek is wel bekend dat urine uit vee een belangrijke bron van ammoniak is. De stikstofbelasting door ammoniak is lokaal, het komt dus niet ver. In de stad vormen daarom vooral honden, katten maar ook mannen de belangrijkste bronnen.

Gewone raket is van de raketten de meest algemene en dus ook het meest gewoon.

Zijn familie

Gewone raket is een kruisbloemige, net zoals bloemkool (Brassica oleracea var. botrytis), radijs (Raphanus sativus), koolzaad (Brassica napus), tuinkers (Lepidium sativum) en rucola (Diplotaxis tenuifolia). Even terzijde: dit is de soort die in Nederland te koop is De ‘echte’ rucola in Italië heet bij ons zwaardherik (Eruca versicaria). De kruisbloemfamilie is heel eenvormig en eenvoudig te herkennen. De bloem heeft vier kroon- en vier kelkbladen. Zes meeldraden waarvan vier lang en twee kort zijn.

Close-up bloeiwijze van gewone raket
Foto van Dermorgendanach

De vrucht is een hauw, een langwerpige vrucht zoals bij muurbloem (Erysimum cheiri), of een hauwtje, een vrucht die ongeveer even breed als lang is waarvan judaspenning (Lunaria annua) een voorbeeld is.

De herkenning

Als gewone raket niet bloeit is die lastig te herkennen. Een plant begint als een rozet met blad die eindigt in een spiesvormige slip. Een spies is een punt met aan de voet twee kleinere zijslippen. Dit is kort samengevat wat in de Ecologische Flora vermeld staat. Dit helpt niet veel om deze soort te herkennen.

Bloeiwijze van gewone raket
Foto van Willem Braam

Gelukkig is wat later in het seizoen, vanaf de voorzomer, de herkenning een stuk gemakkelijker. Zowel de bloemen als de vruchten staan stijf tegen de bloeistengels. De bloemen zijn klein, minder dan drie millimeter in doorsnee, en heel lichtgeel van kleur. De centrale bloeistengel staat stijf rechtop en wat lager zijn er wijd uitstaande bloeitakken. Het doet wat denken aan een schriele kerstboom.

Typische bouw van gewone raket
Foto van Machteld Kruithof

De bloemen zijn zo klein dat de typische bloembouw van kruisbloemigen niet eenvoudig te zien is. Wel is met enige moeite te zien dat er maar vier kroonbladen zijn en de bleekgele kleur helpt ook, maar de bouw van de bloeiwijze is het meest opvallend. Er zijn meer soorten die hun bloemen en vruchten tegen de as hebben geklemd. Zwarte mosterd is de meest algemene soort. Deze soort is veel groter, tot over de twee meter hoog, terwijl gewone raket zelden groter is dan een meter. De stand van de zijdelingse bloeitakken is echt verschillend: die van gewone raket staan zijwaarts uit en buigen dan naar het uiteinde omhoog, net een kandelaar. In ieder geval ziin de kleine bloemen ook een belangrijk kenmerk.

Gewone raket: een overlever

Wat mij opvalt is dat exemplaren die al vrucht dragen er erg verweerd kunnen uitzien. Ze staan ook regelmatig niet meer rechtop, de zijdelingse bloeitakken verhinderen dan dat de planten volledig zijn omgevallen en houden ze gedeeltelijk rechtop. De planten hebben dan nog maar zelden blad en de kale stengels zien er vaak dood uit. Soms is dat inderdaad het geval maar niet zelden zie ik bovenin de bloeistengels toch nog frisse weliswaar piepkleine bloempjes.

Het was lastig om een voorbeeldfoto te vinden omdat foto’s van (half)dode planten zelden gemaakt worden, ook door mij niet. Op dit moment staan door de regelmatige regen alle exemplaren er nog sappig bij, dus een verse foto maken zit er helaas niet in.

Een vrijwel afgestorven exemplaar
Foto van Odile Hilgenkamp

De plant heeft taaie stengels en kan wel wat betreding verdragen, maar ik denk niet dat tred de oorzaak is van het verfomfaaide uiterlijk. Want ik vind ook ‘afgetakelde’ exemplaren die op een onbetreden zandvlakte groeien. Ik vermoed dat tegen het einde van de bloei de plant alle reserves gebruikt om het zaad te vormen. Ik denk dat de plant dan ook niet meer afhankelijk is van regen om zijn levenscyclus te voltooien. Dat de soort afkomstig is uit het Middellandse Zeegebied waar het regenseizoen vroeg stopt maakt dit aannemelijk.

Geneesmiddel

Raket komt van het Franse roquette, dat is afgeleid van het Latijnse eruca, de naam voor een koolplant. Sisymbrium komt van het Oudgriekse sisymbrion, waarmee verschillende aromatische planten werden aangeduid die in water groeien zoals munt (Mentha aquatica) of witte waterkers (Nasturtium officinale). Officinale betekent geneeskrachtig of uit de apotheken. Het peperige zaad werd met honing ingenomen om slijmklachten te verhelpen. Tegenwoordig doen we dit nog steeds, maar dan met zuurtjes met veel pepermuntolie.

Bronnen

De onderstaande bronnen zijn gebruikt:

Stadsflora van de lage Landen Ton Denters 2020
Stadsplanten veldgids voor de stad Ton Denters 2004
Oecologische Flora deel 2 Weeda et al 1987
https://www.verspreidingsatlas.nl
https://waarneming.nl/species/7475/
https://www.wilde-planten.nl