Home » gras

Tag: gras

Uit Spanje

Dit artikel is geschreven door Johan Vos, die 31 jaar stadsecoloog van Zoetermeer was. Hij weet (bijna) alles over de herkomst van het groen in onze stad en is gelukkig nog steeds lid van onze plantenwerkgroep.

Spaanse dravik (Anisantha madritensis), is één van die vele nieuwkomers in de stad, afkomstig uit het Middellandse Zeegebied. Het is een altijd nog zeldzame verschijning in ons land, die vóór 1990 nauwelijks voorkwam. In Zuid-Engeland is de Spaanse dravik bekend van rotskusten, oude muren en stadswallen.

Op Verspreidingsatlas.nl zien we dat de soort momenteel (periode 1990 – 2019) in 39 atlasblokken te vinden is. Zichtbaar is dat de verspreiding vooral rond Amsterdam en in de Haagse regio geconcentreerd is.

De eerste Zoetermeerse waarneming stamt uit 1994. Van Ton Denters hoorde ik dat deze, voor mij toen onbekende dravik, ook al in Amsterdam was waargenomen. Het gaat om een opgaande, in het voorjaar bloeiende dravik met korte, omhoog staande pluimtakken die op warme, steenachtige plekken massaal kan opduiken in de stad. De soort is vrij gemakkelijk te onderscheiden van twee andere, algemeen voorkomende stedelijke Anisantha-soorten: IJle dravik (A. sterilis) en Zwenkdravik (A. tectorum). De eerste maakt een ijle indruk en heeft lange pluimtakken die naar alle zijden uitstaan, de tweede kent een dichtere bloeiwijze waarvan de pluimtakken naar één zijde overhangen.

Spaanse dravik als onderdeel van een kruidenrijke begroeiing op een warme steenachtige plek in de stad

In Zoetermeer zien we Spaanse dravik het meest op de grens van horizontale en verticale verharding, in geveltuintjes, langs schuttingen, bij hagen e.d. Jarenlang heeft de soort aan de voet van het stadhuis gestaan. Hoewel de soort sinds de negentiger jaren een nomadisch bestaan leidt, is haar voorkomen in Zoetermeer heel bestendig te noemen.
Totaal is de Spaanse dravik in Zoetermeer 20 keer in 7 van de 37 verschillende km-hokken waargenomen.

Een bosplant in de stad

Geschiedenis lezen aan planten. Dat was de titel van een lezing op de FLORONdag in december 2017, door Piet Bremer. Nu houd ik best wel van geschiedenis èn van planten, dus was ik meteen geïnteresseerd. Bovendien deed de titel me onmiddellijk denken aan een gras in het centrum van Zoetermeer. Piet Bremer vertelde dat de flora in een gebied gerelateerd kan zijn aan gebeurtenissen uit het verleden. Bekend voorbeeld is natuurlijk de stinsenflora. Ik kijk niet gek op als ik sneeuwklokjes vind in het jonge Balijbos, net buiten Zoetermeer. Daar stonden vroeger boerderijen.

Midden in de stad, aan de ene kant de oude Dorpsstraat en aan de andere kant het nieuwe stadshart, staat aan de rand van een parkeerterrein, in het groen, een flinke hoeveelheid Reuzenzwenkgras (Festuca gigantea).

Als je denkt de grassen in Zoetermeer een beetje te kennen, kijk je heel raar op bij deze soort.

Reuzenzwenkgras is een behoorlijk fors gras, tot wel 1,5 m hoog, de bladschijven kunnen 50 cm lang zijn. Tijdens de bloei hangen de grote pluimen sterk over naar één kant. De glanzende bladeren draaien  een halve slag zodat halverwege het blad de onderkant juist de bovenkant wordt.

De bladschijf draait zich om zodat de onderkant boven komt.

Het is een bosplant die je in onze regio niet snel zult aantreffen.

De plek waar het Reuzenzwenkgras staat, heet in Zoetermeer: het Pastoorsbos. Het ‘bos’ ligt achter de katholieke kerk aan de Dorpsstraat, met een heel klein kerkhofje er aan vast. En dit gras is het bewijs dat hier al heel lang een bos is! Het leuke aan deze plek is dat de grond daar eeuwenoud is. Vanwege de bijzondere situatie is het veen hier nooit afgegraven, en is deze plek godzijdank ontsnapt aan de nieuwbouw. Dit soort plekken hebben we maar weinig in Zoetermeer, maar je vindt er de leukste planten.

Waar het Pastoorsbos ook helemaal vol mee stond: Sneeuwklokjes. Helaas moest het bosje vorig jaar worden ’aangepakt’, en is het inmiddels omgevormd tot een modern parkje. De Sneeuwklokjes zijn helaas flink in aantal achteruit gegaan. Hopelijk herstellen ze zich snel.

Tja, de plant waar het hier om gaat is dus eigenlijk helemaal geen stadsplant. Maar wel een leuke vondst in een historisch stukje van de stad. En zulke historische plekjes horen er toch ook bij?

De bloeiwijze.

 

 

Aaibaar en vluchtig Baardgras

In 2010 vond ik een paar polletjes van een heel aaibaar grasje aan de rand van een braakliggend terreintje in mijn buurt. Het bleek iets te zijn waar ik nog nooit van had gehoord: Baardgras (Polypogon monspeliensis). Het is een eenjarige pionierplant uit Azië en het mediterrane gebied, die zich over de wereld heeft verspreid door zijn zaden mee te laten reizen met wol en graan. Tot 1990 waren er in Nederland slechts enkele waarnemingen van Baardgras, vaak gekoppeld aan vuilnisbelten. In de laatste Heukels staat hij dan ook te boek als ‘zeer zeldzaam’. De afgelopen jaren wordt Baardgras wat vaker gevonden, vooral langs de kust en in de steden. En wat betreft de steden, in het bijzonder in Rotterdam en omgeving.

Baardgras – Polypogon monspeliensis

Na die eerste waarneming kwam ik hem twee jaar later (2012) tegen op een woningbouwterrein in Spijkenisse en in 2014 in de duinen bij Ouddorp. Ik keek wel af en toe of ik hem op mijn eerste vindplek terug kon vinden, maar zoals dat gaat met eenjarige pioniers: als het terrein dichtgroeit en er niet wordt gerommeld kunnen ze niet meer kiemen en verdwijnen ze. Dus na drie jaar ik rekende er niet meer op om hem daar nog terug te zien. Groot was dan ook mijn verrassing toen in 2015 plotseling een prachtig rijtje Baardgraspollen opdook nadat ze de stoep naast het braakliggende terreintje opnieuw betegelden. Of dit Baardgras is meegekomen met vers zand of dat er nog zaad in de bodem zat dat door de graafwerkzaamheden kiemkansen zag weet ik niet. In 2016 heb ik gekeken of hij zich deze keer misschien wel handhaafde, maar nee, niets meer te vinden.

Mijn floracursisten in 2015 heb ik in ieder geval een heel aaibaar grasje kunnen aanbieden om te determineren.

Baardgras – Polypogon monspeliensis (in Spijkenisse)