Home » schimmels

Categorie: schimmels

Een zwammige zijsprong

Deze bijdrage is van Coby Stapel op verzoek van de redactie. Coby heeft verstand van paddenstoelen. Aan de redactie kwam de vraag van Pepijn Rijnja, aandacht te besteden aan de geschubde inktzwam. Bij dezen.

 

 

Deze website heet ‘Stadsplanten’.

Toch komt hier voor een keer een zijsprongetje naar een stadspaddenstoel. Waarmee niet gezegd wil zijn, dat planten en paddenstoelen aan elkaar verwant zijn. In elk geval niet meer, dan wij mensen verwant zijn aan salamanders.

In parken, plantsoenen, boomspiegels en bermen zien we natuurlijk wel eens paddenstoelen staan, maar in de echt stedelijke stenen omgeving komt dat toch maar zelden voor. De geschubde inktzwam (Coprinus comatus) durft echter ook de stenen stadsbiotoop te testen.

Hij staat dan zomaar in de goot of tussen trottoirband en trottoirtegels. Of tussen de kasseien.

Ook in stedelijke omgeving

Wie kent hem niet, deze opvallende van wit naar zwart verkleurende zwam. Hij doorloopt een ware metamorfose, van witte stevige, ovale cilinder via een klokvorm naar klein, ingekruld zwart hoedje op een hoge dunne steel. Langs de hoedrand druipen slierten zwarte inktdruppels.

Bijzonder is, dat deze gedaanteverwisseling wordt veroorzaakt door zelfconsumptie. Nadat de sporen zijn losgelaten, gaan de lamellen zichzelf  verteren. Ze krullen dan op, zodat de nog hoog in de nu klokvormige hoed aanwezige sporen, ook vrijkomen. Dit proces gaat door tot van het hele vruchtlichaam niets anders resteert dan zwarte inkt. Vroeger werd deze inkt wel gebruikt om te schrijven, maar was niet bestendig: verbleekte te snel.

De geschubde inktzwam is saprotroof, d.w.z dat hij vooral leeft van afgestorven vegetatie. Maar hij heeft nog een voedselbron : de geschubde inktzwam “eet” nematoden, bodemaaltjes. De zwamvlok scheidt een gifstof af, die de aaltjes verlamt. Vervolgens worden ze ingepakt met zwamdraden en in enkele dagen geheel verteerd.

Geschubde inktzwam iets rijper

Er zijn meer dan 100 soorten inktzwam, die door DNA-onderzoek zijn onderverdeeld in diverse geslachten :  Coprinus, Coprinellus, Croprinopsis. De naam zal zijn afgeleid van ‘coprea’, dat ‘vuilbek’ betekent en ja, inktzwammen lusten alles, sommige soorten zijn gespecialiseerd op uitwerpselen.

‘Comatus’ betekent ‘gekuifd’, vanwege de afstaande schubben aan de hoed.

 

Plant met sterallures

De Bleke morgenster (Tragopogon dubius) houdt zich in Breda keurig aan zijn profiel. We vonden hem op korte afstand van de spoorweg aan de westkant van het centrum. Volgens de veldgids “Stadsplanten” van Ton Denters (2004) heeft deze soort zich vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw via het spoor over het westen van Nederland verspreid. Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de Bleke morgenster bestaat uit Midden- en Zuid-Europa en Zuidwest-Azië.

De Bleke morgenster onderscheidt zich van wat bekendere Gele morgenster doordat de groene omwindselblaadjes duidelijk buiten de gele lintbloemen uitsteken, door de opgezwollen stengeltop onder de bloeiwijze en natuurlijk door de wat blekere bloemen. Met een loep, maar ook met goede blote ogen, kun je ook zien dat de stijlen van de Bleke morgenster paarsachtig zijn, terwijl die van de Gele morgenster geel zijn.

De naam ‘morgenster’ is volstrekt logisch:  de bloem sluit zich wanneer de zon op zijn hoogste punt is gekomen om zich de volgende ochtend weer te openen. Ook een geplukt exemplaar in mijn vensterbank hield zich eraan. De toevoeging ‘bleke’ is heel begrijpelijk. Vergeleken met de Gele morgenster (Tragopogon pratensis) is het geel van de bloemen wat bleker.

Pluizenbol

Na succesvolle bestuiving en bevruchting vormt zich een prachtige pluizenbol. Deze bestaat uit vruchten, de nootjes, met gesteeld vruchtpluis. Dat vruchtpluis is gevormd uit de pappusharen en heeft veervormige haren die in elkaar grijpen.

Vooral in wat oudere literatuur is ‘Boksbaard’ de Nederlandse naam voor het geslacht Tragopogon. Dat is de letterlijke vertaling van ‘Tragopogon.  De betekenis van ‘Tragos’  is bok en ‘pogon’ is baard. Deze naam dankt het geslacht aan het gegeven dat het omwindsel na de bloei weer dichtvouwt. De lange spitse punten van de omwindselbladen zien er wat rafelig uit. De gelijkenis met de baard van een bok heeft tot deze Nederlandse naam geleid. De botanicus die de wetenschappelijk heeft gegeven blijkt zijn/haar twijfels te hebben gehad want ‘dubius’ betekent gewoon ‘twijfelachtig’.

Pluizenbol vergroot