Home » invasief

Tag: invasief

Buitenbeentje moerasanemoon

Van sommige planten is op het eerste gezicht duidelijk dat het een buitenbeentje is. Mijn collegaspeurder stadsplanten riep: cornus! Dat is helemaal niet zo gek, want de bloem met dat merkwaardige wit en het verheven centrum, doen denken aan Cornus causa. Zelf had ik twijfels en kouwde op een halfvergeten herinnering. Thuis was het raadsel betrekkelijk snel opgelost: moerasanemoon (Houttuynia cordata). Ik was hem jaren geleden al eens tegengekomen, ook al op een vreemde beschaduwde plek, waar niets anders wilde groeien. Tot mijn verbazing is de plant nu opgenomen in de nieuwe Heukels met de aanduiding ‘invasief 3’. Dit houdt in dat hij op Global Invasive Species Database (GISD) staat.

Bloemen steken opvallend af tegen het blad

Een korte speurtocht op internet naar de verschrikkingen van deze plant, leverde vooral klaagzangen op van tuineigenaren die de plant niet meer verwijderd kregen. Kent u zevenblad? De moerasanemoon heeft een vergelijkbare truc in huis: elk worteldeeltje kan weer uitgroeien. Daarbij heeft de plant nog twee andere sterke punten: hij kan zowel in water als op land groeien en in de schaduw en in de zon.

Ik heb een paar landen gevonden waar hij lastig is buiten de tuinen: Engeland, Noord-Amerika en Zuid-Afrika.

Verspreidt zich via wortelstokken

De moerasanemoon behoort tot de kleine familie Saururaceae met maar zes soorten. Als u vindt dat de plant er primitief uitziet, heeft u helemaal gelijk. Hij behoort tot de groep waar ook de magnolia’s bij horen, en dat zijn zo ongeveer de eerste bloemplanten.

De familienaam ‘saururaceae’ komt van ‘saura’= hagedis en ‘oura’ = staart. De naamgever heeft een blijkbaar een ander familielid voor ogen gehad. De geslachtsnaam ‘Houttuynia’ verwijst naar M. Houttuyn (Hoorn 1720-1794) die ‘Systema Natura’ van Linnaeus in het Nederlands vertaalde. De soortaanduiding ‘cordata’ = hart en verwijst naar het onmiskenbaar hartvormige blad.

Blad is onmiskenbaar hartvormig

In de handel zijn ook vormen met bont blad. Overweegt u de plant in uw tuin te zetten, dan kan het geen kwaad de wortels in te sluiten, zoals bij bamboe. U kunt ook nog proberen hem weg te eten. De jonge scheuten worden gegeten en hij staat op de lijst van van permacultuur. U heeft er hoe dan ook een buitenbeentje bij.

Vorm met bont blad

Baby’s in een slaapzakje

Geel monnikskruid (Nonea lutea), een prachtige naam, maar tevens een prachtige plant! De soort behoort tot de Ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) en heeft lichtgele bloemen met een donkergeel hart. De bladeren en stengel zijn zeer ruw en zitten vol met stekelharen, borstelharen en klierharen. De deels paarsbruin aangelopen kelk zwelt bolvormig op na de bloeitijd en draagt dan vier kleine vruchten. In tegenstelling tot de meeste soorten, vallen deze vruchten al uit voordat zij volledig gerijpt zijn; ze zijn dan nog groen. Als je een beetje zoekt op de blad, zul je enkele tussen de bladharen gevallen vruchten kunnen vinden die niet langer groen zijn, maar reeds bruin verkleurd. Wanneer je de vruchten met een loepje bekijkt, lijken die – met een beetje fantasie – op baby’s in een slaapzakje.

Geel monnikskruid is inheems in Rusland, de Kaukasus en West-Azië en is door Rutger Barendse in 1995 voor het eerst in Nederland aangetroffen, maar hij kreeg hem niet op naam gebracht. Pas toen Gerard Dirkse de soort in 1998 bloeiend aantrof, zijn ze er m.b.v. een Roemeens plantenboek in geslaagd de soortnaam te achterhalen. Ze stond , en staat nog steeds, op een vrij open en droge grindhelling langs het spoor in Nijmegen. Gezien de grootte van de populatie, was de soort hier al een tijdje aanwezig en verblijft dus waarschijnlijk al zo’n 25 jaar in Nederland. In Nijmegen staat ze samen met Veldsla, Kromhals en IJle dravik. De soort is sinds 2011 ook in Rotterdam te vinden en is daar inmiddels op drie locaties aangetroffen. Twee weken geleden werd de soort op een tweede plek in Nijmegen aangetroffen, al was deze vondst snel te herleiden tot een tuinverwildering, de bewoner had de soort in zijn tuin gezet. Vorige maand is er ook nog een vondst gedaan in het platteland nabij Hengelo, buiten de bebouwing deze maal. In onze buurlanden wordt de soort ook adventief gevonden, al blijven deze waarnemingen ook daar zeer zeldzaam. Ze wordt vooralsnog niet aangeboden in tuincentra en blijft dus waarschijnlijk voorlopig nog een zeldzame soort, maar gevaar ligt op de loer!

De soort bloeit erg vroeg: vanaf maart tot en met mei, en gedijt op open, verstoorde en droge terreinen. Na een droog voorjaar weet de soort, door de vroege zaadzetting, zich vaak sterker uit te breiden dan in andere jaren. Wanneer de soort niet in toom gehouden wordt door regelmatig maaien, fysieke grenzen als wegen en muren of door onkruidbeheer langs de spoorwegen, zal zij zich sterk uit kunnen breiden. Elders in Europa is de soort zelfs als invasief bestempeld. Het is niet goed bekend hoe de soort zich gedraagt in haar wilde verspreidingsgebied, maar in Nederland lijkt zij zich te beperken tot het urbane gebied en vooral langs spoorwegen. In België is de soort ook succesvol in een akkerrand. Beide biotopen kenmerken zich door een verstoord milieu dat zich in een constant pioniersstadium bevindt. Wie weet gaan klimaatveranderingen er voor zorgen dat de soort ook in ons land invasief wordt, maar voorlopig is het gewoon een bijzonder mooie plant!